Hyper Allen

Robert B. Weide legde het moordende tempo van veelfilmer Woody Allen vast in een unieke documentaire.

FLOORTJE SMIT

Woody Allen heeft altijd haast. Waar een normaal mens zou wandelen, loopt hij alsof de duivel hem op de hielen zit. In de drie jaar die het Robert B. Weide (53) kostte om de documentaire Woody Allen - a Documentary te maken, wist de ruim twintig jaar oudere Allen drie films af te ronden. 'De film zou eindigen bij You Will Meet a Tall Dark Stranger, maar toen kwam hij opeens met Midnight in Paris op de proppen. Dat bleek zelfs zijn grootste hit. Ja, toen moest ik daar wel wat mee.'

'Een bewegend doelwit', noemt Weide het onderwerp van zijn documentaire. Het is bekend: Allen maakt gemiddeld een film per jaar. Telkens als zelfs zijn fans denken dat de creatieve bron nu echt is uitgeput, komt hij weer met een verrassing.

Toch is het moordende tempo van de 76-jarige notoire veelfilmer niet de reden dat geen regisseur zich eerder aan een documentaire waagde. Weide, fan sinds hij op zijn negende Allens Take the Money and Run (1969) zag, benaderde Allen 'elk decennium wel een keer', maar werd net als vele andere documentairemakers telkens vriendelijk afgewezen - Allen zag het nut niet.

Waarom Allen in 2010 toch ja zei, weet Weide eigenlijk niet precies. Waarschijnlijk omdat Allen Weides werk kende over andere komieken als The Marx Brothers, W.C. Fields, Mort Sahl en Lenny Bruce, en daardoor wist dat ze ongeveer dezelfde smaak hadden. Of wellicht vreesde hij net als Weide dat er onvermijdelijk goedkopere versies zouden komen, met stukjes van trailers en vage bekenden die opgevoerd zouden worden als zijn beste vrienden.

Allen bleef het een merkwaardige onderneming vinden. 'Ingmar Bergman, Orson Welles, Akira Kurosawa: dat zijn volgens hem de belangrijke filmmakers. Zichzelf ziet hij nog steeds als een 'lucky kid from Brooklyn', die gewoon zo veel films maakt dat hij af en toe wel raak moet schieten.'

'Verfrissend', vond Weide dat eerst, maar hij kwam er al snel achter dat het best lastig is als je onderwerp het belang van zijn eigen werk maar niet wil inzien. Die bescheidenheid is geen pose, bezweert de man die hem in totaal 12 uur interviewde en bij hem thuis filmde. Allen begrijpt werkelijk niet dat Manhattan- een film die hij eigenlijk niet had willen uitbrengen - vaak wordt gezien als zijn meesterwerk. En films die critici als middelmatig bestempelen, daar kan hij weer heel tevreden over zijn. 'Het verschil is dat wij het afgeronde product zien en hij zijn films nooit terugkijkt - ik weet niet precies wat hij bij Manhattan in zijn hoofd had, maar voor zijn gevoel heeft hij zijn doel gemist.'

Is dat onzekerheid? Gebrek aan zelfkennis? 'Het is inderdaad een vreemd soort blinde vlek. Als je het echt wilt analyseren, kom je ongetwijfeld bij zijn jeugd uit. Voor de documentaire heb ik een fragment gevonden uit een interview dat hij met zijn moeder opnam, zo rond 1986. Ik kan je zeggen: als je naar dat complete 2,5 uur durende interview kijkt, dan vallen veel vragen over het karakter van Woody Allen vanzelf op zijn plek.'

Weide is eigenlijk wars van dit soort gepsychologiseer. Hij schetst Allens paradoxale persoonlijkheid wel, maar probeert die niet te verklaren. 'Het was nooit mijn intentie om hem te psychoanalyseren. Ik maak films over mensen van wie ik het werk bewonder. Dat staat altijd centraal. In Amerika bestaat de neiging om in talkshows je ziel en zaligheid op tafel te gooien, om steeds maar te praten over die vader die niet genoeg van je hield. Dat soort gedoe interesseert me gewoon niet.'

Het is precies die reden dat de meest fameuze periode van Allens leven er in de documentaire karig van afkomt: het moment dat uitkwam dat de regisseur Mia Farrow bedroog met hun adoptieve dochter Soon-Yi, zijn huidige echtgenote. 'Persoonlijk vind ik dat het minst interessante aan hem, al weet ik dat veel mensen daar anders over denken. Bovendien was ik bang dat het de film zou gijzelen: als hij zijn kant van het verhaal vertelt, moet je ook Mia en Soon-Yi horen en die wilden niet meewerken. Dan kom je uit bij advocaten en voor je het weet is de documentaire uitgemond in een rechtbankdrama. Dat wilde ik niet.'

Wat Weide wel wilde, was Allen laten zien in situaties waarin je hem juist niet kent. 'Ik heb hem alles mogen vragen en hij gaf ook op alles antwoord. Maar als ik één ding heb ontdekt, is dat elke vraag hem al eens is gesteld. Hoe origineel of bijzonder ik ook dacht te zijn.'

Dus laat Weide hem voor het eerst zien in zijn huis, met zijn typemachine of schrijvend op zijn bed. Allen deed braaf mee, al kon hij gewoon niet begrijpen hoe een wandeling door de buurt waar hij opgroeide interessant kon zijn.

'Toen ik aandrong op een setbezoek, kwam hij weer met zijn gebruikelijke bezwaren: daar gebeurt niets, ik praat niet met de acteurs; en zo'n vlucht naar Europa is duur, geldverspilling dus.' Maar Weide wist beter en bezocht hem bij de opnames van You Will Meet a Tall Dark Stranger. 'Ik dacht alleen maar: Stardust Memories (1979) is de laatste keer dat je journalisten toeliet op de set! Het maakt niet uit. Zien hoe hij met zijn acteurs omgaat, hoe hij overlegt met zijn cameraman - zelfs zonder geluid is dat nog boeiend.'

undefined

Meer over