Huzarensalade voor 'onze' minister

Reportage..

Van onze correspondente Greta Riemersma

Ahfir / Oujda Mohammed Arab heeft een glimmende das om want in Ahfir komt hoog bezoek. Zijn vrouw en schoonmoeder hebben hun mooiste kaftans aan, zijn schoonvader is gestoken in een nieuwe djellaba. ‘Kwam hier elke máánd maar een minister, dan konden ze eens zien hoe mooi Marokko is’, roept hij boven het lawaai in Café des Sports uit.

Arab zal het voorlopig even moeten doen met één minister en wel Eberhard van der Laan voor Wonen, Wijken en Integratie. Deze woensdag toert hij de hele dag rond in het Rifgebergte in het noorden van Marokko, het gebied waar driekwart van de Marokkanen in Nederland vandaan komt.

Zodra hij Café des Sports binnenkomt, verdwijnt hij tussen mannen, mannen en nog eens mannen. ‘Bijna alleen maar mannen’, verzucht een ambtenaar van zijn ministerie. Die mannen zijn voor een deel teruggekeerde Marokkanen uit Nederland die de minister met glunderende gezichten in het Nederlands aanspreken. ‘Onze minister’, zegt Mohammed Arab, die bijna dertig jaar als kraanmachinist in Zeeuws-Vlaanderen werkte.

In Ahfir zijn zelfs de bomen speciaal voor Van der Laans komst gesnoeid. Yke Yousfi, die samen met haar man Habib Café des Sports runt, is al sinds afgelopen vrijdag aan het aardappels schillen. Nu de minister er is, presenteert zij grote schalen Hollandse huzarensalade.

Yke en Habib zijn in 2008, na een half leven in de Groningse horeca, naar Ahfir verhuisd, in het noordoosten van Marokko. Ze wilden iets voor zichzelf beginnen en dat leek hun hier gemakkelijker dan in Nederland. ‘Dit is uniek’, zegt Yke over het bezoek van Van der Laan, die zij aanspoort van haar huzarensalade te proeven.

Van der Laan is al twee keer eerder in Marokko geweest, voor vakantie. ‘Ik wist al dat Marokkanen heel open mensen zijn’, zegt hij, terwijl hij op een laag stoeltje aan de slag gaat met de salade. ‘Gastvrij zijn ze ook. Dit bezoek bevestigt dat beeld enorm.’

Maar hij is niet alleen hier gekomen voor warme woorden en omhelzingen. Er zijn ook wat punten die hij onder de aandacht wil brengen van de Marokkaanse verantwoordelijken. Tijdens een persconferentie een dag eerder in Rabat schaart hij die onderwerpen onder het kopje: ‘De negatieve gevolgen van de dubbele nationaliteit.’

Laat het duidelijk zijn, zo laat hij weten in het bijzijn van zijn Marokkaanse ambtgenoot Ameur: over het feit dat Nederlandse Marokkanen geen afstand kunnen doen van de Marokkaanse nationaliteit gaat hij de discussie niet aan. De Marokkaanse overheid heeft meer dan eens laten weten dat Marokkanen altijd Marokkanen blijven.

Van der Laan wil wel de boodschap meegeven dat dit standpunt problemen kan opleveren voor Nederlandse Marokkanen, die hij graag wil oplossen. Als Marokkanen geld erven in Marokko kunnen ze officieel maar 900 euro per jaar meenemen naar het buitenland.

Bovendien kunnen Marokkanen in Nederland niet de naam kiezen die ze willen voor hun kinderen. De Marokkaanse overheid verlangt een naam met een Marokkaans karakter, anders kan een kind niet als Marokkaan worden geregistreerd en dat kan gevolgen hebben voor een erfenis uit Marokko.

Minister Ameur, die zich bezighoudt met de Marokkaanse gemeenschap in het buitenland, zegt toe dat hij zal helpen deze zaken op te lossen. In het najaar zal hij Nederland een tegenbezoek brengen. Tegen die tijd moeten Marokko en Nederland eruit zijn, laat Van der Laan weten. ‘We gaan echt niet jaren onderhandelen.’

Ook het lot van de Marokkaanse vrouwen staat op de agenda tijdens het werkbezoek. Van der Laan laat zich bij twee vrouwenorganisaties informeren over huwelijksdwang, mannen die hun Marokkaanse vrouwen tijdens een vakantie in Marokko achterlaten en huiselijk geweld.

‘Vrouwen leven hier in armoede, ze zijn vaak kwetsbaar en onderdrukt’, zegt Zahra Zaoui, oprichtster van de vrouwenorganisatie Ain Ghazal in Oujda, ook in het noordoosten van Marokko. ‘Veranderingen zijn moeilijk, want de bevolking is conservatief en bang voor westerse invloeden.’

Toch, zegt Zaoui, is er vooruitgang geboekt in de vrouwenstrijd. ‘De stilte is doorbroken.’ Van der Laan wil graag met Ain Ghazal samenwerken, omdat ook Nederlands-Marokkaanse vrouwen er baat bij kunnen hebben. ‘Ik kom hier gauw op terug’, zegt hij.

In Café des Sports komt Yke Yousfi weer langs. Ze schudt de minister aan zijn schouder: ‘Je moet eten’, zegt ze. Welwillend doet hij wat ze zegt en intussen praat hij verder.

Ja, hij weet dat Marokko Nederland een ietwat lastig land vindt. Dit is de teneur in de Marokkaanse media: Nederland zeurt maar door over de dubbele nationaliteit, terwijl je Frankrijk, waar een miljoen Marokkanen wonen, er nooit over hoort.

‘Daar zit ook een element van afhouden in’, zegt Van der Laan. Er leven 3,3 miljoen Marokkanen in het buitenland, verspreid over een stuk of vijftien landen. ‘Als je dan met een probleem komt, verzint Marokko altijd wel een land waar dat niet speelt’, aldus Van der Laan. ‘Mij gaat het er alleen maar om dat mensen niet in twee landen kunnen leven.’

Dan moet hij weg uit Ahfir, er wachten andere projecten in de Rif. Het begint te regenen, toch staat iedereen uit Café des Sports op straat om de bus met ‘onze minister’ uit te zwaaien.

Meer over