nieuws

Huurprijzen vrije sector verder omhoog, ondanks vertrek expats

Ondanks een prijsdaling in grote steden zijn de huurprijzen in de vrije sector het laatste kwartaal van vorig jaar in heel Nederland verder gestegen. Dat blijkt uit cijfers van makelaarsvereniging NVM en de vastgoedmanagers van VGM NL. De gemiddelde huurprijs voor een woning of appartement steeg met 4 procent naar 1.136 euro eind 2020.

Steden lijken momenteel als gevolg van de coronacrisis minder aantrekkelijk dan het platteland Beeld ANP
Steden lijken momenteel als gevolg van de coronacrisis minder aantrekkelijk dan het plattelandBeeld ANP

In de grote steden daalden de prijzen als gevolg van het wegblijven van expats door de coronacrisis. Het effect daarvan is door de krapte op de markt wel beperkt, constateren NVM en VGM NL. Het gaat namelijk vooral om huurhuizen in het duurdere segment. In sterk stedelijke gebieden is hierdoor sprake van een stagnatie en zelfs een daling van de prijzen in nieuwe huurcontracten. Het effect door uitval van expats is echter nog beperkt door de enorme krapte op de markt.

Steden lijken momenteel als gevolg van de coronacrisis sowieso minder aantrekkelijk dan het platteland, waar meer ruimte is, zowel binnenshuis als buitenshuis, aldus de makelaars. Het zorgde voor veel vraag naar woningen met een tuin of dakterras. Ook voor een extra kamer in verband met het thuiswerken hadden mensen meer over.

De vraag naar woningen is nog steeds veel groter dan het aanbod. De stijgende prijzen van koopwoningen stuwt de vraag naar vrije sector huur, zo’n 8 procent van het totale woningaanbod in Nederland. Die sector kent geen toelatingseisen als de sociale huur (tot 752,33 euro). De prijs wordt voor een groot deel bepaald door vraag en aanbod: hoe meer vraag, hoe duurder het aanbod.

Het aantal woningen in het middensegment huur, met prijzen tot 1.000 euro, daalt volgens de makelaars en vastgoedmanagers flink. Bij ieder nieuw huurcontract wordt de prijs immers opgeschroefd, waardoor de prijs boven de 1.000 euro uitkomt. In 2018 viel 62 procent van de transacties nog te betitelen als middeldure huur, een jaar later was dat 53 procent en inmiddels heeft nog slechts 45 procent van de nieuw verhuurde woningen een huurprijs onder de 1.000 euro per maand.

Vooral in de prijsklassen tot 900 euro is het aandeel flink weggezakt. Met name in de grotere steden is het middensegment sterk afgenomen en in sommige steden is deze zelfs niet meer aanwezig. Door tekorten aan betaalbare woningen zijn mensen genoodzaakt te kiezen voor hogere huurprijzen of voor een andere plek om te wonen.

Meer over