Hunkeren in de loopgraven

Franse soldaten droomden in de de bloederige blubber van de Eerste Wereldoorlog over het ledikant. Duitse soldaten snakten naar kuise wandelingen tijdens hun verlof. Tammo Schuringa maakte een selectie van de ansichtkaarten naar huis.

Je ligt in de loopgraven, zit onder de modder en rilt van de kou. Je voeten zijn nat, je ogen doen pijn, je oren suizen - waar droom je van? Precies: van het moois dat te zien is op deze ansichtkaarten. Als de postbode honderd jaar geleden zo'n kaart kwam bezorgen, konden echtgenotes van gemobiliseerde mannen opgelucht ademhalen. Ze wisten dan dat hun mannen ten tijde van het poststempel nog in leven waren, al hun ledematen nog bezaten en dat het met de hormonen aan het front nog wel snor zat. Sterker: in de loopgraven werd flink toegeleefd naar het eerstvolgende verlof.

Het is niet door hersenwetenschappers onderzocht, maar het ligt voor de hand dat Franse en Duitse soldaten er in de bloederige blubber van de Eerste Wereldoorlog vergelijkbare fantasieën op hebben nagehouden.

Geheel anders was de wijze waarop het gedroomde verlof werd uitgebeeld op ansichtkaarten. In de loopgraven van de Fransen bestond voor verlof, olala, het poëtische jargon douce permission. Wapenbroeders die zulke zoete toestemming verwierven, waren bij thuiskomst meestal te vinden in ledikanten met spijlen en andersoortig slaapmeubilair dat op de meeste Franse kaarten een zeer centrale plaats is toebedeeld.

Veel van die antieke spijlenbedden hóór je honderd jaar later nog kraken, Gainsbourg-gekreun en Gréco-gezucht krijg je erbij. Hun helmen hebben de mannen ondanks hun verlof vaak nog op. Hun laarzen hebben ze netjes uitgedaan. Het gaat hier immers, onderschriften laten aan duidelijkheid weinig te wensen over, om een très active reprise de contact de tous les élements.

Wat deden de Duitsers ondertussen? In hun loopgraven werd niet toegeleefd naar douce permission maar naar een Wiedersehen in der Heimat. Als zo'n weerzien in het vaderland eenmaal daar was, overhandigden de soldaten hun echtgenotes degelijke bossen rode rozen om daarna samen met hen plaats te nemen op bankjes in keurig aangeharkte tuinen. In der Heimat wohnt die Liebe: samen wandelen langs de rododendrons, samen boottochtjes maken, samen kijken of de edelweiss er mooi bij staat.

Het is het verschil tussen Je t'aime moi non plus en Rote Rosen. De zangers bedoelen hetzelfde, maar de voordracht en woordkeuze zijn anders. Blau blüht der Enzian van schlagerzanger Heino geldt als toppunt van Duitse erotiek. In deze klassieker bloeit de gentiaan prachtig blauw en drukt Heino in de derde Alpenhut een zoen op rode lippen. Na die kus zoomt de camera uit en volgt de cryptische zin: Keiner weiss, was dann geschehen ist.

undefined

Meer over