Humanist met monumentaal zwart-wit oeuvre

De agenda op de website van de dinsdag op 93-jarige leeftijd overleden Franse fotograaf Marc Riboud weerspiegelt mooi zijn status en nog altijd voortdurende importantie. Dezer dagen is zijn werk te zien op het belangrijkste festival voor fotojournalistiek in Perpignan. Half augustus verscheen zijn fotoboek over Cuba onder Castro (met voorwoord van filmer Wim Wenders). En tot oktober exposeert hij in Aaken met zijn collega's van het fameuze fotoagentschap Magnum.  Gelouterd zwart-witfotograaf van de naoorlogse decennia, globetrotter die Cuba, China, Vietnam, Amerika, Tibet, Nepal, Algerije en het eeuwig romantische Parijs vereeuwigde: tot zijn dood stond Riboud in het middelpunt van de belangstelling.

Marc Riboud bij een tentoonstelling. Beeld null
Marc Riboud bij een tentoonstelling.

Hij was een tijdgenoot van Henri Cartier-Bresson en Robert Capa, de oprichters van het elite-agentschap Magnum in Parijs waartoe de in Lyon geboren Riboud in de jaren vijftig al gauw toetrad. Wat hij met hen deelde, behalve die beeldtaal in zwart-wit, waren de grootse reportages van politieke opstanden, uit crisisgebieden en voor de westerling nauwelijks bekende continenten, waar zij met hun onopvallende Leica-camera monumentale foto's maakten. Riboud deelde ook met Capa en Cartier-Bresson een humanistische visie, tot uitdrukking komend in foto's waaruit grote warmte spreekt voor de gewone man, het kind, de poëzie van het alledaagse. De vreugde over de Algerijnse onafhankelijkheid balt zich op Ribouds foto's samen op het stralende gezicht van een jonge meid. Zegevierend leunt ze op 2 juli 1962 uit het raam van een Renault Dauphine met een Algerijnse vlag in de hand - een zinnebeeld van jeugdige hoop op een betere toekomst.

Zijn bekendste foto is waarschijnlijk die van een demonstrante die in 1967 bij het Pentagon tegenover tot de tanden bewapende ordetroepen met een bloem protesteert tegen de oorlog in Vietnam. Zijn meest romantische is die van een schilder die, ogenschijnlijk bijna dansend boven een peilloze diepte, een draagbalk van de Eiffeltoren een likje verf geeft - een bedoeld of onbedoeld eerbetoon uit 1953 aan Charlie Chaplin.

Riboud fotografeerde veelvuldig in de Sovjet-Unie, het China onder Mao, het Joegoslavië onder Tito. Maar in plaats van de vermeende communistische verworvenheden te fotograferen, richtte hij de lens liever op de onveranderlijke karakteristieken van die landen. Een zwemmer die een zweefduik maakt vanaf de rotsen bij Dubrovnik. Het ernstige gezicht van een Russisch jochie op school. Gymnasten die, alweer als dansers, strekoefeningen doen in de sneeuw tegen de achtergrond van de suikertaart van beton waarin de Universiteit van Moskou is gehuisvest. Een soldaat op de rug gezien die uitkijkt over de besneeuwde Verboden Stad in Peking. Er spreekt vertrouwen in de mensheid uit die foto's, alsof Riboud wilde benadrukken dat de soort bestand is tegen de grillen van de geschiedenis, en uiteindelijk sterker dan machthebbers die komen én gaan.

Uit 1956 stamt de foto van een munitiefabriekje in de Kohatpas in het grensgebied van Afghanistan en Pakistan, ook toen al een gebied waar het wapengeweld floreerde. Op Ribouds foto inspecteert een jongen, een kind nog, het magazijn van een pistool. Hij staat symbool voor een toekomst van geweld die tot op de dag van vandaag voortduurt. Maar door Ribouds ogen zie je ook een geconcentreerd kind, ernstig, een oog opengesperd, een gaaf gezicht. Inderdaad, ontwapenend.

null Beeld null
Meer over