HULST een stadje met Vlaamse trekken

Wat zoeken de toeristen in het vestigingstadje Hulst? Reintje de Vos, die er ooit zijn streken uithaalde?..

door Gijs Zandbergen

Net als iedere plaats gaat ook het Zeeuws-Vlaamse stadje Hulst prat op iets eigens dat onstoffelijk is. Rita de Bruyn van de VVV in Hulst: 'Soms hebben we met de collega's van de andere VVV's van Zeeuws-Vlaanderen een vergadering in Terneuzen. Dat is twintig kilometer naar het westen, maar daar voel ik het al. Het is daar niet meer zo Belgisch als hier. Hoe dichter je bij de kust komt, des te Nederlandser de sfeer lijkt te worden. Daar is het: een foldertje van de stapel pakken en, hup, naar de volgende klant. Hier is het allemaal wat gemoedelijker, denk ik.'

Vestingstadje Hulst afficheert zich als 'de meest Vlaamse stad van Nederland' en doet dat omdat je er met Belgisch geld kunt betalen, de winkels op zondagmiddag open zijn en omdat er veel restaurants en terrassen zijn waar Belgisch bier kan worden gedronken.

Dat klopt, en het draagt allemaal bij tot een sfeer, die je niet in Bolsward, Ootmarsum of Doesburg aantreft. Maar de praktische oorzaak ligt toch vooral in het gegeven dat Hulst bijna grenst aan België en dat er geweldig veel Belgen in het vestingstadje komen. Op de parkeerplaatsen heeft minstens de helft van de auto's een Belgisch nummerbord. Zoiets maakt de sfeer al gauw Belgisch.

Evenwel, als men naar een Vlaams stadje wil, waarom dan niet in België zelf?

Een antwoord zou deze vijf argumenten kunnen bevatten: 1. omdat men daar niet zo'n mooie, 3,5 kilometer lange aarden stadswal heeft, die in een uur tijd kan worden rondgewandeld; 2. omdat men zich ter plekke wil verdiepen in het middeleeuwse verhaal van Reinaert de Vos, dat in de omgeving van Hulst speelt; 3. omdat men de basiliek in het centrum van Hulst wil bekijken; 4. omdat men een van de acht seksshops met dienstverlening dan wel 5. het woonwarenhuis van de firma Morres wil bezoeken.

Kortom, Hulst is een merkwaardige mengeling van Hollandse degelijkheid, koopmansgeest, restauratiekunst en Vlaamse losheid en gezelligheid.

Lang geleden was Hulst een stad die door haar ligging van strategisch belang was. De stad moest worden beschermd en werd om die reden in de late Middeleeuwen door een wal en een gracht omringd. Later werd die wal van steen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ontdekte men dat een stenen muur kapot kan worden geschoten, reden waarom men ná de Tachtigjarige Oorlog aarde over de restanten gooide. Op sommige plekken was dat zo veel aarde dat de wal daar tot tien meter hoogte reikt.

Op de wal lopen twee gezusters uit Antwerpen die liever niet bij naam worden genoemd, omdat ze familie in Almelo hebben wonen. De bescheiden zusjes: 'Wij komen hier zo eens per maand, want het is dichtbij, hè? De gehele wal lopen wij alleen als we de hond bij ons hebben, nu doen we maar een stukske, want wij willen naar de patisserie. Daarna gaan wij winkels kijken en zo verder.'

De gezusters zijn op leeftijd en vallen niet op in het straatbeeld van Hulst. Want dat moet gezegd: Hulst is geen stad voor de jeugd. Het type winkels en het gemiddelde prijspeil van de waren doen veel vijftig-plussers naar het stadje trekken.

Veelal zijn de bezoekers echtparen, van wie soms de man, aldus exploitant Marijnissen van seksshop L'Amour, een ommetje maakt, terwijl de vrouw wat winkels gaat bekijken. Enkele decennia geleden bloeide de seksshopbranche nog in geheel Zeeuws-Vlaanderen, omdat de regelgeving ter zake van de seks in België strenger was. Maar de voordelen die dat voor de Nederlanders opleverde, zijn voorbij. Wie er nu nog komt poepen of kieken, doet dat vanwege de gewoonte.

Intussen is de Hulster seksshopbranche geleidelijk aan het uitsterven. Uitbater Marijnissen: 'Er zit nog een boterham in, maar het is geen topbrood meer. Sinds die nieuwe wet er is, zijn we officieel toegestaan. Maar als er eentje mee ophoudt, komt er geen nieuwe meer voor in de plaats. Het zijn lange dagen: van tien tot tien. Maar u ziet, ik hoef niet echt hard te werken. Ik ben aanwezig en intussen lees ik mijn krantje.'

De deze winter loslopende wolf in Zeeuws-Vlaanderen heeft veel gemoederen verhit. Helemaal toevallig is het misschien niet dat het dier juist in die omgeving rondliep, want de streek heeft op het gebied van lastige dieren een traditie hoog te houden.

Een van Nederlands oudste dierenverhalen, Van den vos Reynaerde, speelt in de streek rond Hulst, en dat willen de Hulstenaren weten ook. Op doordeweekse dagen is er niet zoveel van te merken, afgezien van een fiets- en autoroute, wat straatnamen en het Reinaertmonument bij de Gentse poort. Maar wanneer het laatste weekeinde van augustus is aangebroken, breekt het los. Dan worden de Reinaertfeesten georganiseerd en blijkt het stadje opeens zeer veel Reinaert te bevatten. Dat wil zeggen: speciale menu's in de restaurants, optochten, tentoonstellingen en toneelopvoeringen in de openlucht. In de toekomst zou er zelfs een themapark over Reinaert moeten komen.

Het jongste Reinaertmonument (een vos met een koppel ganzen onder de titel Als de vos de passie preekt) staat op de hoek van de Grote Markt met uitzicht op de Willibrorduskerk, die in 1935 door de paus de eretitel basiliek kreeg, nadat de kerk was gerestaureerd door de architect Cuypers, die ook het Centraal Station in Amsterdam bouwde.

De verheffing tot basiliek kwam net op tijd, want in de Tweede Wereldoorlog schoten de geallieerden de neogotische torenspits eraf, omdat de Duitsers hem als uitkijkpost zouden hebben gebruikt. In plaats van Cuypers' ontwerp te herbouwen, zette men in 1957 een betonnen constructie op de toren, die geweldig vloekt met het bestaande gebouw.

Misschien is dat nog wel de meest Vlaamse eigenschap van het stadje, want wie eens dwars door Vlaanderen heeft gereisd en alle kotjes en uitbouwsels aan de Vlaamse huizen heeft gezien, weet dat het fenomeen welstandscommissies daar weinig ontwikkeld is. Op het gebied van bouwen neemt men het in Vlaanderen niet zo nauw met de regelgeving.

Nee, dan gauw naar binnen en zien hoe aan de kerk sedert 1200 gedurende 350 jaar is gebouwd en verbouwd. Ook daar schuilt een verrassing tussen alle eeuwenoude gebrandschilderde ramen, pilaren en grafzerken. Ergens in de toren hebben de Duitse bezetters namelijk een Duitse tekst en een hakenkruis geschilderd, die de gemeente heeft laten zitten, met een bijbehorende plaquette, waarop wordt uitgelegd dat óók dit tot de historie behoort.

Meer over