Hulpverleners en IND'ers relativeren toestroom Weinig 'nep-Irakezen' onder asielzoekers

De meeste asielzoekers die zeggen dat ze uit Irak komen, spreken de waarheid. Het aantal 'pseudo-Irakezen' onder de vele vluchtelingen die zich sinds augustus in Nederland melden, beperkt zich tot enkele procenten....

Van onze verslaggever

Jeroen Trommelen

AMSTERDAM/RIJSBERGEN

Dat blijkt uit verklaringen van hulpverleners, juristen en medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst IND in Rijsbergen. Van de driehonderd Irakezen die de afgelopen week aanklopten bij het aanmeldcentrum in Rijsbergen, wordt in twee gevallen de Irakese nationaliteit betwist.

Het vermoeden dat 'een substantieel deel' van de asielzoekers zich ten onrechte voor Irakees uitgeeft, werd eind vorige maand geopperd door deskundigen van de IND en het VVD-kamerlid J. Rijpstra. In werkelijkheid zouden ze de Syrische, Egyptische, Turkse of Libanese nationaliteit hebben.

De vluchtelingen zouden willen profiteren van het soepele Nederlandse beleid ten aanzien van Irakezen. Zij worden vanwege de ernst van de situatie in dat land doorgaans niet teruggestuurd.

Maar hulpverleners en IND-functionarissen relativeren de toestroom van pseudo-Irakezen. 'Het gaat volgens de IND'ers in Rijsbergen om ongeveer 5 procent. Persoonlijk denk ik dat we dat percentage niet eens halen', zegt coördinator Basim Alzahawi van VluchtelingenWerk in Rijsbergen. Ook volgens mr. J. Eizenga, coördinator van de stichting Rechtsbijstand en Asiel in het centrum, gaat het 'beslist niet om grote aantallen'.

Van criminele antecedenten blijkt uit de dossiers van de Irakezen evenmin iets, zeggen de hulpverleners. Wel is duidelijk dat de Irakezen naar Nederland zijn gekomen met hulp van reisorganisaties. 'Daarin wijken ze overigens niet af van andere asielzoekers', aldus Eizenga. 'Bijna iedereen werkt met een reisagent. Die verdienen er grof geld aan, maar ze zijn een noodzakelijk kwaad. Zonder hen kom je het land niet uit.

De hulpverleners trekken uit dossiers de conclusie dat sommigen wel buiten Irak hebben gewoond, onder meer in Libië. 'Daar hebben ze bijvoorbeeld gewerkt als contractarbeider, en nu willen ze niet naar hun land terug', zegt Alzahawi. Hij kreeg als vluchteling uit Irak zestien jaar geleden een verblijfsverguning.

Hij schat dat het in 60 procent om Iraakse Koerden gaat en in 40 procent om Irakezen uit het zuiden van het land. Dat veel van hen naar Duitsland en Nederland komen, heeft volgens hem veel met de houding van Frankrijk te maken. Formeel werkt het land de opvang van Irakese vluchtelingen niet tegen, maar de negatieve houding ten aanzien van vreemdelingen heeft wel degelijk invloed, meent Alzahawi.

'Zolang de Europese landen verschillende opvangmodellen hanteren, zul je het probleem houden. Ook het standaard-gehoor werkt problemen in de hand', zegt Alzahawi.

Hij houdt rekening met de komst van nog meer Irakezen. 'Het regime in Bagdad is niet veranderd, maar er is wel sprake van toenadering tot Iran en Syrië. Dat zijn landen die tot dusver opvang boden aan Iraakse oppositieleden.'

Justitie is vorige maand begonnen met het afnemen van taaltests. Pseudo-Irakezen zouden vanwege een afwijkend Arabisch accent door de mand vallen. Over de uitslag van de tests, die worden uitgevoerd door taalanalisten van de universiteit van Stockholm in Zweden, is tot dusver niets bekend.

De taaltest zal volgens Alzahawi juist een aanzuigende werking hebben: 'Het verhaal gaat nu natuurlijk rond dat je alleen maar goed Irakees-Arabisch hoeft te spreken om in Nederland te mogen blijven.'

Meer over