Huiszwaluw

De zo gewoon lijkende huiszwaluw heeft voor ons tal van geheimen. Bioloog Theunis Piersma bespiedde de vogeltjes langdurig en ontdekte meteen al dat ze niet zijn gecharmeerd van keurige vinexvogelhuisjes. Liever een oud nest.

DOOR CASPAR JANSSEN

'Het idee ontstond eigenlijk al meteen toen we dit huis kochten. Dit was een huis met een heleboel huiszwaluwen, met veel nesten onder de dakrichels. Ik zag een kans om mijn droompje te verwezenlijken: een eigen onderzoeksproject, hier bij mijn huis in Gaast. Ik ben in een stoel in de tuin gaan zitten en gaan kijken naar mijn huiszwaluwen. En me gaan afvragen: welke vragen wil ik beantwoorden? Ik dacht: ik ga in elk geval maar eens bijhouden wat ik kan zien aan de timing van het broeden. Vervolgens gaat het haast vanzelf. Tijdens het afwassen bedenk ik een grafiek, die maak ik, daarna sta ik weer af te wassen en bedenk weer een grafiek.

'Als ik vanuit mijn stoel naar de huiszwaluwen kijk, zie ik orka's. Ik wilde vroeger zeebioloog worden, daarom zie ik de overeenkomsten. De vorm van het kopje, de oogjes in het zwart, de witte buik en donkere rug, de bijna identieke staart, de vliegbewegingen. De vergelijking is niet zo gek als hij lijkt. Wat water is voor de orka, is lucht voor de huiszwaluw. Hoe kleiner een diertje is, hoe meer lucht gaat lijken op water. Voor een vlieg is lucht net zo stroperig als water voor ons.

'Frappanter nog: de overeenkomst in tekening, de witte buik, de donkere rug. Die tekening heeft een functie: het verkleinen van het contrast. Als je naar boven kijkt, is het licht als de lucht, als je naar beneden kijkt, is het donker als de aarde. Een orka die op vissen jaagt, wil niet opvallen, vandaar die lichte onderkant. Voor de zwaluw die op insecten jaagt, geldt precies hetzelfde. Als je van boven naar hem kijkt, zie je zwart, je ziet hem niet, als je van onderaf naar hem kijkt zie je licht, dan zie je hem ook niet. Het zijn schutkleuren voor een leven in de openheid van water of lucht.

'Zwaluwen zijn superkleine vogeltjes die superver vliegen. Ieder jaar op en neer naar Afrika. Er is gemeten dat hun inspanning gelijk staat aan die van wielrenners in de Tour de France. Extra interessant aan de huiszwaluw is dat het een heel algemene vogel is, maar dat we er eigenlijk geen zak van weten. We weten niet waar hij slaapt, we wisten niet eens waar hij overwintert. Ze verdwijnen, zoef, en dan, zoef, komen ze weer terug. Tussen vertrek en terugkomst worden ze niet of nauwelijks gezien. Onze boerenzwaluw vind je in de winter met miljoenen tegelijk op grote slaapplaatsen in de savannen, de oeverzwaluwen vind je in de Sahel, maar huiszwaluwen, die toch ook met miljoenen naar Afrika vliegen, zien we daar nooit terug.

'Ik heb, toen ik hier in 2005 begon, een aantal kunstnesten opgehangen, naast de echte nesten die hier al aan de richels hingen. Je zou zeggen: zulke schone kastjes die samen zo'n aardig vinexwijkje voor huiszwaluwen vormen, dat is makkelijk en aantrekkelijk, maar nee, ze hebben een sterke voorkeur voor zelfgemaakte, oude nesten. Ik vermoed dat het er heel diep inzit, evolutionair gezien, dat ze graag zelf kleien, waarbij het mannetje de blits kan maken door een nest te bouwen. En dat de gebruikte nesten een signaal afgeven: hier is vorige zomer iets goeds gebeurd.

'Alle populatieonderzoek naar huiszwaluwen is tot nu toe gedaan bij kunstnesten, zo ontdekte ik. Want die kun je openschuiven om erin te kijken. Wel vreemd: miljoenen paren in Europa en er is nooit iemand geweest die gewoon op zijn krent is gaan zitten om ernaar te kijken. Zitten en kijken, en er wat omheen lezen, dan begrijp je vrij snel wat er aan de hand is. Of het de fase is van de nestbouw, de fase van de inrichting met strootjes en veertjes, de eileg, de incubatietijd. De meest chaotische periode is de tijd van de strootjes, als er rijpe vrouwtjes zitten. Dan is het een chaos bij zo'n nest, dan hangen de buurlui uit de nesten met maar één vraag: valt er nog wat te neuken? Dat zie je dus gewoon gebeuren.

'Ik heb ze ook kleurringen omgedaan. Daardoor ontdekte ik bijvoorbeeld dat een bepaald vrouwtje twee nesten tegelijkertijd had, aan beide kanten van het huis één. Ik dacht natuurlijk: dat moet een man zijn, een polygame man, die heeft gewoon twee vrouwen. Maar het was een vrouwtje. Heel bizar: ze vloog gewoon op en neer, ze voederde twee nesten tegelijk.

'We weten natuurlijk wel iets over de huiszwaluw. Dat er in Nederland nog maar honderdduizend broedende paren over zijn van de half miljoen die er begin jaren zeventig nog waren. We weten ook hoe het komt. We hebben een land gecreeerd dat geen insecten meer produceert. Voor van alles een ramp natuurlijk, ook voor de huiszwaluw.

'Als je zo een tijdje bezig bent, stuit je op onderzoek dat her en der is gedaan. En door te combineren, kom je erachter dat alles in elkaar grijpt. In een Engels proefschrift wordt mooi beschreven waar die beesten zitten in het luchtruim. Boerenzwaluwen zie je als je recht vooruit of zelfs naar beneden kijkt, huiszwaluwen als je omhoog kijkt, en voor gierzwaluwen moet je echt je hoofd in de nek leggen. De bouw van de dieren is volledig afgestemd op de vlieghoogte. De huiszwaluw vliegt trager dan de boerenzwaluw en heeft ook een grotere draaicirkel. Dat is eigenlijk heel logisch. Als een insect wil ontsnappen aan een zwaluw, laat hij zich vallen. In de lucht zie je de huiszwaluw dan een draai naar beneden maken om het insect te pakken. Omdat hij hoog in de lucht zit, kan de huiszwaluw het zich permitteren trager te zijn. Maar een boerenzwaluw jaagt een meter boven de grond, waar grotere insecten vliegen, hij moet dus wel heel snel en wendbaar zijn.

'De huiszwaluw is twee keer zo klein als de boerenzwaluw. Hij is relatief licht en heeft relatief grote vleugels. Daardoor verbruikt hij veel minder energie om in de lucht te blijven, hij kan zweven. Het is een van de redenen waarom ik denk dat de huiszwaluw, net als de gierzwaluw, een luchtslaper is, dat hij op zijn wieken slaapt. Dat is nog niet bewezen, maar alles wijst erop. Bij mijn nesten zag ik er aanwijzingen voor. In de broedperiode slapen huiszwaluwen op het nest, maar zelfs tijdens de nestbouw, als ze hun nest moeten verdedigen, zag ik ze in de schemering verdwijnen. En ze slapen dan niet in het riet, zoals de boerenzwaluw. De huiszwaluw is ook de enige zwaluw met bevederde pootjes. Dat duidt op bescherming tegen de kou, op een lang verblijf hoog in de lucht.

'Waar overwinteren huiszwaluwen, het grote raadsel. Ik had het geluk dat Canadese collega's gratis isotopenonderzoek wilden uitvoeren op de piepkleine veerpuntjes die ik van mijn huiszwaluwen een paar jaar lang verzamelde. Op grond van isotopische kenmerken kunnen zij een veerpuntje herleiden tot een plek op de kaart van Afrika. De uitkomst was: de Gaaster huiszwaluwen overwinteren in Kameroen en Congo. Niet in de Afrikaanse savanne, niet in de Sahel, maar boven het tropische regenwoud in westelijk Afrika, waar ook de gierzwaluwen overwinteren. Ik vond dat een spectaculaire ontknoping. We denken al heel lang iets te weten over onze trekvogels en we hebben elkaar altijd verteld: het tropische regenwoud doet er niet toe. En nu blijkt de ene na de andere soort er te overwinteren.'

Theunis Piersma (55) is hoogleraar trekvogelecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast werkt hij als waddenbioloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Over huiszwaluwen publiceerde hij deze maand Zwaluwen van Gaast (uitg. Bornmeer).

Met dank aan Naturalis Biodiversity Center

HUISZWALUW

Wetenschappelijke naam Delichon urbicum

Status Broedvogel, doortrekker, met de status 'gevoelig' op de Nederlandse rode lijst.

Verspreiding In Europa en Azië, overwintert in tropisch Afrika.

Herkenning 13,5 -15 cm, zwart-wit met opvallend witte stuit.

undefined

Meer over