Huisartsen negeren regels aan sterfbed bewust

Een op de tien huisartsen dient bij palliatieve sedatie wel eens een te hoge dosis morfine of dormicum toe om zo het levenseinde van de patiënt te bespoedigen. Voor het eerst na de affaire-Tuitjenhorn geven huisartsen in groten getale toe dat ze tijdens palliatieve sedatie de regels bewust overtreden.

Maud Effting
Huisarts. Beeld anp
Huisarts.Beeld anp

Dit blijkt uit een enquête onder 866 huisartsen, uitgevoerd door NCRV-programma Altijd Wat en vakblad Medisch Contact. De artsen lijken hiermee een taboe te doorbreken.

'Als een terminale patiënt ondanks gepaste medicatie heel erg benauwd is of erg veel pijn heeft, geef ik zo iemand zo veel als ik denk dat nodig is', zegt een huisarts in de enquête. 'Aan protocollen heb ik dan niets. Dit is geen confectie maar maatwerk.'

Protocollen
Een andere arts zegt: 'Een in de ogen van de stervende waardeloos resultaat van mijn handelen, valt niet te excuseren met een verwijzing naar protocollen.' Weer een andere huisarts geeft toe dat ze ooit een Tuitjenhorn-achtige dosering heeft gegeven aan een jonge patiënte in een 'afschuwelijke situatie'.

Volgens hoogleraar levenseindezorg Agnes van der Heide was nog niet bekend dat 10 procent van de huisartsen dit wel eens doet. 'Het verbaast me niet. We wisten al dat artsen soms palliatieve sedatie toepassen om het einde te bespoedigen. Dat ze dit doen door hogere medicatie toe te dienen dan in de richtlijnen staat én dat nu ook toegeven, is nieuw.'

Uit haar onderzoek bleek al wel dat artsen gezamenlijk 550 keer per jaar een overdosis morfine geven aan patiënten, als een verborgen vorm van euthanasie. Zou dit getal worden afgezet tegen het aantal palliatieve sedaties, dan komt daar een veel lager percentage uit (ongeveer 3 procent) dan nu blijkt uit de enquête.

Niet versnellen
Bij palliatieve sedatie geeft een arts slaapmedicatie aan een terminale patiënt, zodat hij niets meer voelt van ernstige pijn of benauwdheid. De arts mag dit doen als de patiënt nog maximaal twee weken te leven heeft. Hij mag de dood hiermee echter niet versnellen.

De enquête werd gehouden na de affaire-Tuitjenhorn. Daar gaf een huisarts een enorme dosis morfine aan een terminale patiënt, die vervolgens overleed. Nadat de huisarts op non-actief was gezet, pleegde hij zelfmoord. Veel huisartsen waren verontwaardigd over het optreden van de inspectie en justitie in deze zaak.

Van de huisartsen zegt 7 procent dat ze wel eens te vroeg zijn begonnen met palliatieve sedatie: er was nog geen sprake van onbehandelbare pijn of benauwdheid. 'De laatste keer deed ik palliatieve sedatie bij iemand die helemaal óp was en aangaf: ik kan niet meer, laat me slapen', aldus een arts. 'Deze patiënte is een halve dag later in alle rust overleden.'

Zo'n 6 procent van de artsen vindt dat de huidige richtlijnen niet aansluiten op de praktijk.

Volgens hoogleraar Van der Heide kan een huisarts veel doen om te voorkomen dat hij in een situatie komt waarin hij vindt dat hij de regels moet overtreden. 'Je moet op tijd bedenken wat je kunt verwachten en daar op anticiperen. Maar je kunt niet alles voorzien. Er kan altijd onverwacht lijden zijn bij de patiënt waardoor het heel ingewikkeld kan worden.'

Artsenorganisaties KNMG en LHV zeggen in een reactie dat 'een sterfproces zich niet altijd laat vangen in een richtlijn'. 'Er kan een goede reden zijn om af te wijken van gebruikelijke doseringen, bijvoorbeeld omdat de patiënt onvoldoende reageert op de medicatie. Die ruimte is er, zolang de arts dit maar beargumenteert en documenteert.'

KNMG en LHV willen onderzoeken of huisartsen nog andere redenen hebben om van de richtlijnen af te wijken.

Meer over