Huisarts ‘te duur’ voor asielzoeker

Er lijkt veel mis met de zorg voor asielzoekers. Zeer zieke vreemdelingen worden niet altijd snel doorverwezen naar een arts....

Van onze verslaggeefster Kim van Keken

Asielzoekers kunnen niet zomaar naar de dokter: vreemdelingen met gezondheidsklachten moeten zich melden bij de medische opvang in het opvangcentrum, daar bepaalt een verpleegkundige of de asielzoeker een arts mag zien.

Dat systeem is op verzoek van de huisartsen ontwikkeld in de hoop ‘de kloof tussen de asielzoeker en de gezondheidszorg te overbruggen’. Maar, gewenst of niet, het is ook een selectie. ‘Verpleegkundigen mogen geen diagnose stellen en fungeren als een soort filter tussen de huisartsenzorg en de asielzoekers’, stelde de PvdA in de Kamerdebatten over zorg en vreemdelingen.

Soms gaat het mis. In april van dit jaar overleed de peuter Rahman aan een longontsteking, nadat de vader Ibraim Sadedim zich diverse malen had gemeld bij de medische dienst op het asielzoekerscentrum Sweikhuizen. Na dagen kreeg hij de verwijzing voor de huisarts, maar het bleek te laat.

Het incident staat niet op zich, zeggen betrokkenen. Er zijn al meerdere asielzoekers overleden, nadat ze te laat waren doorverwezen. Medische tuchtraden hebben de afgelopen jaren verscheidene verpleegkundigen een waarschuwing gegeven. Vorig jaar zei minister Hoogervorst van Volksgezondheid elk sterfgeval te ‘betreuren’.

Maar dat er iets mis zou zijn met de medische zorg voor asielzoekers gaat hem te ver. ‘Op het moment dat individuele hulpverleners inschattingsfouten maken kunnen risico’s ontstaan, hetgeen niet wezenlijk anders is in de reguliere zorg’, meldde hij over de verpleegkundigen van de MOA (de zes regionale stichtingen die door de GGD worden aangestuurd). ‘Van incidenten wordt geleerd.’

Maar de Inspectie voor Gezondheidszorg heeft kritiek. In mei verscheen een rapport over de zorg voor asielzoekers. Vooral door gebrekkige informatie-uitwisseling zou ‘de continuïteit van de zorg, ook voor de ernstig zieke asielzoeker, in gevaar komen’. Bovendien kan de asielzoeker moeilijk met zijn klachten ergens terecht.

Wel is de medische dienst toegankelijk, stelt de inspectie. Maar Sadedim zegt dat hij een dag voor een dichte deur stond. Andere asielzoekers zeggen hetzelfde te hebben meegemaakt. In het jaarverslag 2005 van de stichting MOA Brabant en Zeeland signaleert de ondernemingsraad werkdruk. ‘Die wordt veroorzaakt door de structurele vrije dagen en de praktijkverpleegkundigen die op donderdag cursusdag hebben. Daardoor is soms te weinig personeel aanwezig.’

De zes MOA-stichtingen, die allemaal weer afdelingen hebben, werken volgens eigen instructies, constateert de inspectie. Daardoor is de zorg voor asielzoekers diffuus. Ook stellen niet alle afdelingen een zorgplan op voor asielzoekers, een afdeling werkt met een informele tolk.

Over de selecterende rol van de verpleegkundigen wordt in het rapport van de inspectie niet veel vermeld. Maar juist die rol is cruciaal, vinden de betrokkenen. Critici zeggen dat de verpleegkundige, in 2000 ingesteld, een verkapte bezuinigingsoperatie is.

Huisartsen vragen een hoger tarief voor asielzoekers. Volgens Hoogervorst komt dat door de ‘relatief intensieve en tijdvergende inzet’ die van de artsen wordt gevraagd wanneer zij vreemdelingen behandelen. De verpleegkundige van de MOA zou als buffer dienen om hoge kosten te voorkomen.

Meer over