Huis van bewaring****

Wat heeft de architect tegenwoordig nog te vertellen? Techniek en regelgeving blijken maar al te vaak maatgevend. Lukt het Rem Koolhaas met 'zijn' biënnale een remedie te vinden tegen deze malaise?

architectuur

elements of architecture

te zien op: fundamentals - architectuurbiënnale venetië.

nog t/m 23/11.

labiennale.org/it/architettura

De bril van de futuristische wc-pot die de Japanse firma Lixil maakt, gaat vanzelf omlaag wanneer je er naar toe loopt. Heb je geplast of gepoept, dan verspreidt zich automatisch een frisse boslucht, het doortrekken wordt verhuld door muziek. De pot heeft een ingebouwde wasinstallatie voor de menselijke voor- en achterkant, een alarmsysteem, nachtverlichting en met behulp van een app op je smartphone kun je je toiletgewoonten documenteren, inclusief de karakteristieken van je ontlasting.


Het sanitaire meubel is te zien in het centrale paviljoen van de Architectuurbiënnale in Venetië, de belangrijkste architectuurtentoonstelling ter wereld, waarvan de Nederlandse architect Rem Koolhaas dit jaar artistiek directeur is.


Waarom laat Koolhaas ons kijken naar een wc?


De Architectuurbiënnale van 2014 is anders dan anders - zoveel is duidelijk. Fundamentals is de titel van deze veertiende editie. Koolhaas wilde dat het nu eens niet gaat over (ster)architecten en hun nieuwste lichting hippe gebouwen. Hij wilde terug naar de essentie van de architectuur en de oorsprong van de biënnale: het onderzoek. Hij vroeg een extra jaar voorbereidingstijd en bedong dat eenmalig de banden met het heden werden doorgesneden.


In de Arsenale, het hoofdgebouw van de Biënnale, vind je dit jaar niet het werk van de bekende ontwerpers, maar de interdisciplinaire tentoonstelling Monditalia, met architectuur, film, muziek en dans. De 65 landenpaviljoens, verspreid over de Arsenale en de Giardini, kregen van Koolhaas de opdracht te reflecteren op een eeuw moderniteit. Zelf werkte hij met studenten van de Amerikaanse universiteit Harvard aan het pièce de résistance, de tentoonstelling Elements of Architecture, over de basiselementen van het bouwen, van het plafond en de vloer tot de haard en de wc.


Tot en met 23 november is de monstertentoonstelling te zien - drie maanden langer dan normaal. Een zoektocht naar de fundamenten van de architectuur, die volgens Koolhaas momenteel 'niet in een bepaald goede gezondheid verkeert'. Een eeuw geleden, toen het modernisme in opkomst was, heerste nog groot optimisme over de mogelijkheden die architectuur bood om het leven van mensen te verbeteren. Arbeiders zouden 'bevrijd' worden uit hun bedompte woningen en voorzien van moderne huizen vol licht, lucht en ruimte.


Inmiddels is het geloof in de architectuur aangetast; bouwen draait steeds meer om het verkopen van vierkante meters en mooie plaatjes. Weliswaar is sinds de economische crisis uitbrak de kritiek op icoonarchitectuur toegenomen. En ook in de vorige edities van de architectuurbiënnale werd al aangekaart dat de mens weer centraal moet staan (People meet in Architecture, 2010) en dat de architectuur zich op haar publieke rol zou moeten richten (Common Ground, 2012).


Maar een definitieve uitweg uit de impasse in de architectuur werd vooralsnog niet gevonden. De vraag die rondzingt sinds hij als directeur werd benoemd: zou Koolhaas, die erom bekendstaat zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, een elixer kunnen brouwen om de architectuur te genezen?


De hoofdtentoonstelling Elements of Architecture heeft wel iets van een medische exercitie, een anatomische les. In de ruimten van het centrale paviljoen wordt de architectuur ontleed in vijftien elementen - een in elke ruimte. Het klinkt saai; de meeste architecten zouden nog geen voetnoot wijden aan een onderwerp als 'de trap'. Maar een raam (of een deur, of een trap) is meer dan je je realiseert, zo blijkt uit de introductiefilm, een briljante compilatie van scènes uit bekende rolprenten: Edward Scissorhands in de gang, Spiderman aan het plafond, Charlie Sheen voor het raam in Wall Street. Een raam kan vrijheid betekenen of een laatste stap naar zelfmoord, de omlijsting van een uitzicht of een lichtbron. Architectionische elementen hebben consequenties voor onze ervaring van ruimten, soms zelfs voor de loop van ons leven. Maar we vinden ze zo gewoon dat we ze niet op waarde schatten.


Koolhaas' keuze om architectuur op deze manier te bespreken, is slim. Door bijvoorbeeld foto's te tonen van dictators die zich laten toejuichen op balkons - ogenschijnlijk waardevrije constructies - wordt voor iedereen inzichtelijk hoe een element werkt. Zo is deze tentoonstelling ook voor niet-ingewijden heel toegankelijk.


Wat we zien, is ook verontrustend: de elementen blijken verwaarloosd. Treffend is het beeld in de 'zaal van het plafond'. Bovenin de ruimte hangt - op ware hoogte - een replica van de koepel van het ziekenhuis in Montpellier uit 1884 van architect Casimir Tollet. Een prachtig gedecoreerd plafond, waarin een ingenieus ventilatiesysteem is geïntegreerd.


Daaronder, benauwend dicht boven je hoofd, zie je de oplossing van nu: een systeemplafond dat een woud van buizen afschermt - voor de airco, centrale verwarming, frisse lucht. Het plafond is uitgedijd tot ruim een halve meter dikte, dringt steeds verder de ruimte binnen. De paradox van deze evolutie is evident; met de komst van nieuwe technieken is op architectuur ingeleverd. Een kwestie van macht. Tegenwoordig gaan de installateurs over het leidingwerk, beslist de ontwikkelaar dat een standaardplafond prima voldoet. De architect heeft er weinig meer over te zeggen.


In ' de zaal van de hellingbaan' word je met een andere ontwikkeling geconfronteerd: de opmars van regels en hoe ze architecten hun fantasie hebben ontnomen. De hellingbaan, die een prominente plek inneemt in veel van Koolhaas' eigen ontwerpen, wordt vrijwel niet meer gebruikt, behalve als de verplichte zigzagbaan voor rolstoelen. Dit 'moetje' zie je aan de ene kant van de ruimte.


Aan de andere kant staat een replica van de schuine jarenzeventigwoonkamer van architect Claude Parent. Een ruimte die licht absurd is en vast niet voldoet aan het bouwbesluit. Maar in die gestoffeerde helling schuilt ook iets aantrekkelijks; een huis als een speeltuin. Het zijn twee uitersten. Waar wil je staan, hoor je Koolhaas vragen.


En dan is er die robot-wc. Op het eerste gezicht een Japanse curiositeit, maar ze staat niet op zichzelf. Onder invloed van nieuwe (digitale) technieken, komen steeds meer bouwdelen tot leven. Je kunt met ze communiceren, zoals met de sensorgestuurde stralingspanelen verderop, die je volgen en verwarmen als je rondloopt. Of de 'slimme' thermostaat, die aan de hand van je gedrag de temperatuur regelt. Maar de technologische vooruitgang kan ook betekenen dat klassieke bouwdelen functies verliezen. De haard is vervangen als bron van warmte en licht, maar niet als bron van samenzijn. Digitale alternatieven zijn er: internetfora, Twitter, Facebook. Maar een waardige opvolger van de haard als sociaal ankerpunt bestaat nog niet en dat valt architecten aan te rekenen.


Tussen hoop en vrees, dat is het speelveld van Fundamentals. Hoop, omdat teruggaan naar de basiselementen van de architectuur zo ontzettend veel mogelijkheden biedt. Kijk bijvoorbeeld in de zaal van het balkon, met honderden foto's van geweldige buitenruimten, in alle denkbare vormen en bouwstijlen, met gezinnen in de zon of voetbalteams die gehuldigd worden. Vrees, voor het toekomstscenario dat Koolhaas ontvouwt: passieve architecten hebben hun invloed weggegeven, ondergaan lijdzaam dat techniek en regels het overnemen. Het gevolg, hier overdrijft Koolhaas het bewust: over een poos zegt je huis wat jij moet doen in plaats van andersom. Het naïeve idee dat de dokter met een wonderpil zal komen, heb je nu laten varen. Wat we hier zien groeien, lijkt eerder een monster van Frankenstein.


In Elements of Architecture houdt Koolhaas architecten een spiegel voor, maar niet alleen hun. Ook de 'gewone' bezoeker werpt hij vragen voor de voeten. De gebouwde ruimte is een kwestie van vraag en aanbod. In wat voor gebouwen en straten willen we wonen? Moeten we elke vernieuwing omarmen als verbetering? Zo maakt hij de crisis waarin de architectuur zich bevindt urgent voor alle soorten bezoekers. Door niet naar het heden te kijken, maar in de geschiedenis te duiken, weet hij inzichtelijk te maken hoe en waarom de architectuur in de positie is beland waarin zij nu verkeert. Daarbij valt op dat Koolhaas, toch bekend als iemand die innovaties omarmt, het vroeger allemaal beter lijkt te vinden. De ontwikkeling van plafond, vloer en gang; als je het bij elkaar optelt duikt een doembeeld op. Liberté, egalité, fraternité, de leus van de Franse Revolutie, is vervangen door 'comfort, beveiliging, duurzaamheid', schrijft hij in de toelichting. Hij draaft door, de tentoonstelling krijgt iets fatalistisch en dat is niet stimulerend.


En toch is er dat andere deel, dat rariteitenkabinet van trappen en ramen - een lift die zo uit Sjakie en de chocoladefabriek lijkt gevlogen. Uit de verzameling van elementen die Koolhaas hier bij elkaar heeft gebracht, spreekt ook enthousiasme, vertrouwen in de architectuur. In die staalkaart van muren, gevels en daken, schuilt een enorme weelde en vindingrijkheid. In de bookshop liggen bovendien de vijftien boeken die bij de tentoonstelling horen - een complete encyclopedie. Alles bij elkaar een grote bron van inspiratie voor ontwerpers. Of het leidt tot de nieuwe start in de architectuur waarop wordt gehoopt? Dat valt te bezien. Maar als uitnodiging, aansporing om de elementen opnieuw te verkennen, hun potentie beter te benutten, is deze tentoonstelling in elk geval geslaagd.

Radicale ideeën

Architect Rem Koolhaas (1944) staat niet alleen bekend om zijn extreme gebouwen - de glazen bibliotheek in Seattle, het looping-vormige hoofdkantoor van de Chinese Staatstelevisie in Peking, de 'Rotterdam', maar vooral ook om zijn radicale ideeën. Deze brengt hij in allerlei vormen naar buiten: in boeken, lezingen, onderwijsprojecten (hij geeft les op Harvard) en tentoonstellingen. Naast zijn bureau OMA (sinds 1975) richtte hij in de jaren negentig een denktank op, AMO, waarmee hij onder meer de branding voor modehuis Prada verzorgde en een plan maakte voor een Europees netwerk voor hernieuwbare energie. AMO is ook grotendeels verantwoordelijk voor de tentoonstellingen Elements of Architecture en Monditalia op de Biënnale in Venetië.

5 X PAVILJOENTIP

Zwitserland: A stroll through a fun palace

Het is nog niet af - dat is de eerste indruk van het verdacht lege Zwitsers paviljoen. Maar dan loopt een aantal mensen met roltafeltjes binnen, opent de mappen op hun tafel en begint te vertellen. Zo wordt in een zes maanden durende choreografie het complete archief van de Britse architect Cedric Price (1934-2003) doorgewerkt. Deze visionaire ontwerper is vooral bekend om zijn (nooit gebouwde) Fun Palace. De verdienste van dit paviljoen is de manier van presenteren. Geen bordjes met teksten, maar enthousiaste architectuurstudenten die een op een uitleg geven.

Korea: Crow's eye view.

De twee aartsvijanden, Noord en Zuid, samen in een gebouw. Alleen al vanwege dit politieke statement ging er veel aandacht naar de Koreaanse inzending, die de Gouden Leeuw voor het beste buitenlandse paviljoen kreeg. Ondanks de grote politieke verschillen oogt de monumentale staatsarchitectuur in de twee Korea's opvallend gelijk. Het mooiste is de tekeningenserie Doodling to the moon van architect Moon Hoon.

Chili: Monolith controversies

170 miljoen betonnen flats zijn er over de wereld gebouwd gedurende de tweede helft van de 20ste eeuw. En toch weten mensen die ruimten persoonlijk te maken, zo laat het Chileense paviljoen zien. Het interieur van een willekeurig appartement is nagebouwd, inclusief de inventaris bestaand uit 514 objecten (vooral heel veel beeldjes). Vanuit dit knusse huis wordt de roerige geschiedenis verteld van het allereerste Chileense betongevelpaneel uit 1972, dat uitgroeide tot een politiek symbool.

Rusland: Fair enough

Terwijl de meeste landen Koolhaas' thema Absorbing Modernity keurig en serieus opvolgden, antwoordt Rusland met ironie. Het paviljoen van Rusland is een beursvloer, waar architecten enthousiast hun marktwaar uitstallen, folders uitdelen en verkooppraatjes houden. De kritiek van de Russische curatoren richt zich niet alleen op de schaamteloze commercialisering van architectuur in het eigen land, maar ook op de Biënnale zelf, die volgens hen ook een soort beurs is.

Duitsland: Bungalow Germania

Een van de weinige inzendingen waarbij het paviljoen gebruikt is om een ruimtelijke ervaring te creëren. Twee belangrijke Duitse gebouwen worden met elkaar in aanraking gebracht. In het classicistische paviljoen, in 1938 (her)ontworpen in opdracht van Adolf Hitler, is een gedeeltelijke replica geplaatst van de beroemde Kanseliersbungalow uit 1964, een modernistisch ontwerp van architect Sep Ruf. De tussenruimte confronteert je met de vraag welke betekenis de architectuurstijl heeft voor de identiteit van een land.

Meer over