Huilen met Jochem Uytdehaage

Om erachter te komen hoe mijn geheugen zich verhoudt tot dat van de geniale Ton Sijbrands, speelde ik zondag een potje kat-en-muis tegen mijn elfjarige dochter Hannah....

Daar werd ik wel zo ontzettend droevig van.

Ik zette de televisie aan en zag Jochem Uytdehaage. Jochem zei dat hij heel erg had moeten huilen. Hij wilde hard rijden op traag ijs, en dat was niet gelukt. Anderen was het wel gelukt, en nu mocht hij niet meedoen aan het EK.

Jochem bevond zich in een droefgeestige omgeving, die veel weghad van een afwerkplek. In het onheilspellende schemerduister achter hem kon je regendruppels in immense plassen zien vallen. Jochem was helemaal alleen. Hij droeg een oranje ijsmuts met de naam van de sponsor erop. Het was al met al van een amper te verdragen treurigheid en ik had zin om het ook op een janken te zetten.

We waren nu toe aan de laatste twee ritten op de tien kilometer. 'De essentie van sport is dat je kunt winnen en verliezen', zei Frank Snoeks. 'Als je eenmaal hebt gewonnen, kún je ook verliezen', zei Herbert Dijkstra. Ralf van der Rijst zei dat hij goed meekon op traag ijs en dat hij erg veel zin had in het EK op snel ijs.

Mart Smeets zei dat het opvallend was dat Ralf vierde was geworden, terwijl hij niet eens een sponsorauto had.

Sjannie, zei Henk Gemser. Ralf van der Rijst werd gesponsord door IMKO en Bloksma. Ik staarde naar buiten en wist plotseling zeker dat het nooit meer zou ophouden met regenen. Ralfs vreugde leek geheel misplaatst.

Sport eind december is een depressivum. Eigenlijk zouden we vanaf 15 december alle competities moeten stilleggen, tot 5 januari. Dan gaat het wel weer.

Ik keek naar de totaal verslagen Carl Verheijen. 'Als je niet in je slag komt, kun je niet al je energie erin gooien', zei Carl. Hij was een gebroken man. 'Ik kon mijn techniek niet opzoeken', stamelde hij nog, voor hij afdroop naar de kleedkamer, ongetwijfeld om de pannen van het dak te huilen.

Ik was getuige van het einde van de allround-carrière van Ids Postma. 'Ids heeft het best goed gedaan', zei Henk Gemser. Ook zijn ogen vulden zich met tranen. We zagen de huldiging van de tien kilometer - de oneindige triestheid van de huldiging van de tien kilometer in het lege ijsstadion van Assen deed me bijna de das om. Helemaal uit het lood geslagen klemde ik me vast aan mijn kopje thee.

Toen schakelden we over naar het veldrijden in Kalmthout. Veldrijden eind december is ondraaglijk. De volstrekte absurditeit van het bestaan dringt pas echt goed tot je door wanneer je eind december totaal onvoorbereid veldrijders bezeten door de drek ziet ploegen in Kalmthout.

'Groenendaal is op dreef, u ziet het aan zijn ritme', zei Jean Nelissen. Ritme? Ik zag Groenendaal voorbijkomen met zijn fiets op de nek - iets neerslachtigers bestaat er niet in het cyclisme. Ik zag veldrijders hulpeloos omvallen in de drab en ik zag hoe een mij onbekende zwarte man zegevierend zijn handen in de lucht stak.

Het bleek Groenendaal te wezen.

Door mijn tranen heen keek ik naar de presentatrice in de studio. Misschien, dacht ik, is het nu voorbij. Misschien komt er nu een kerstconcert of een herhaling van Thunderbirds.

Maar we gingen naar Eindhoven, naar de NK zwemmen op de korte baan. 'Nog drie van de in totaal zestig banen te gaan', zei Jeroen Grueter. Ik stelde wanhopig vast dat in elk geval 57 van de zestig banen al waren volbracht en probeerde zo nog enigszins op de been te blijven.

'Van Aggele is voortdurend in ontwikkeling', zei Grueter, om ook de laatste strohalm te knakken.

Ik wilde het per se niet weten, ik stopte mijn oren dicht, ik dacht dat ik gek werd, maar ik hoorde het toch: '1. Van Aggele, 2. Hazewinkel, 3. Velten.'

Meer over