Huilen in de Kuip, als uitvloeisel van het Grote Lijden van Feyenoord

null Beeld
Beeld

Woudestein is te klein voor een zee van vreugdetranen, en dus dacht heel Feyenoord zich na het behalen van het kampioenschap naar de ook volle Kuip te spoeden, de tempel die gewend is aan overspoelende emoties. Zo was het scenario van de dag die de droge akkers na achttien jaar moest laten onderlopen van geluk.

'Het speelveld is het heiligdom van spelers en technische staf', zegt de omroeper op Woudestein telkens, over de mogelijke bestorming van het veld. Het loopt anders en mede door die sensatie is sport zo mooi, zo verslavend. Huilen in de Kuip, jazeker, maar dan van verdriet, van ontzetting, als uitvloeisel van het Grote Lijden van Feyenoord.

Hoofden in handen verborgen na de schrobbering door Excelsior. Wie al die mensen aanschouwt, of ze nu met vuurwerk wachten op de spelersbus, opgaan in het spel, zich bezuipen op de Coolsingel of schreeuwen, ziet wat sport vermag. Voetbal als manna, als drug, als religie.

Natuurlijk is die devotie overdreven. Bijna eng hoe hevig de aanbidding soms is. De gang naar de pastoor is vervangen door de knieling voor voetballers. Maar tegelijkertijd is het fascinerend, die aanhankelijkheid en trouw, zeker voor wie iets van relativering kan aanbrengen.

Dat geluk in ogen, het verdriet. Dat heerlijke geroezemoes vooraf in een stadionnetje als Woudestein, de verwachting, de rammen op elkaars schouders, het nagelbijten, de toenemende teleurstelling, de spandoeken die slap gaan hangen, de gedachten aan volgende week, de twijfel die zich nestelt tussen de oren.

Voor wie van drama houdt, is het een geweldige zondagmiddag, zo een waarin het Nederlandse voetbal grossiert de laatste jaren. Wie is volgende week in de Kuip de Bryan Smeets van Heracles, de middenvelder van De Graafschap die Ajax vorig jaar in tranen achterliet op de Vijverberg? Of is er geen Bryan Smeets?

Het was sowieso de week van twee bloedstollende voetbaldagen, hoewel verschillend van aard; eerst de 4-1 van Ajax tegen Lyon, in de halve finale van de Europa League. De Arena trilde, zoals de Kuip zo vaak beweegt van de dansende meute. Die ogen van supporters na afloop, langs de perstribune paraderend naar de uitgang, zijn onvergetelijk. Mannen, een enkele vrouw, sommigen met de nodige drankjes op en anderen broodnuchter, totaal aangedaan door een partij voetbal. Betoverd door een spelletje, door spel waarvoor Johan Cruijff in de voetbalhemel op het puntje van zijn stoel gaat zitten.

En dan Woudestein, gevuld met hartstocht. Daar loopt alles fout voor Feyenoord en alles loopt goed voor dat kleine Excelsior, met zijn kleine voetballers met hun kleine salarissen. Ze voetballen met hun hart en kegelen Feyenoord van het kunstgras. Ze doen veel meer dan hun sportieve plicht. Het zijn de mysterieuze krachten in de sport.

Een uur na de wedstrijd is Woudestein bijna leeg. Binnen schalt muziek. Buiten voetballen kereltjes, met de dug-out en twee jassen als doel. Sommigen dragen een shirt van Feyenoord, anderen dat van Excelsior.

Reageren? w.vissers@volkskrant.nl

Meer over