Huilen aan de tekentafel

'Een pijnlijk proces', vond de Iraanse striptekenares Marjane Satrapi het werken aan de strip Persepolis over haar jeugd. Zijn autobiografische strips over moeilijke onderwerpen therapie in het openbaar of publieksvoorlichting?...

Psst. Een klein meisje met een hoofddoekje loopt langs een lange rij mannen in lange regenjassen die om beurten naar haar sissen. Psst. Julio Iglesias? Michael Jackson? Iron Maiden?

Het is een absurd beeld, die lijzige potloodventer-achtige mannen die muziekcassettes proberen te verkopen alsof het harddrugs zijn. Het meisje, met een 'Punk is not ded'-jasje dat nog net onder haar sluier vandaan komt, stapt er parmantig langs. Leuk. Maar tegelijkertijd schetst het een droevig beeld van het Iran van begin jaren tachtig, waar pubers blijkbaar alleen illegaal puber kunnen zijn.

Deze scène uit de autobiografische strip Persepolis laat in een paar zwartwit-tekeningen zien waarom het boek zo'n succes werd. De Iraanse Marjane Satrapi mengt in haar 'graphic novel' ernst en humor en vertelt de geschiedenis van Iran aan de hand van haar verleden. Uit liefde voor haar familie, maar ook voor haar land. Want daar lopen - in tegenstelling tot wat volgens haar het heersende beeld is niet alleen bebaarde fundamentalisten en braaf gesluierde vrouwen rond. In Persepolis zie je ook illegale feestjes met alcohol en popmuziek. Om maar te benadrukken dat de eerste slachtoffers van het islamitisch fundamentalisme de Iraniërs zelf waren.

'Wat Satrapi doet', zegt haar Nederlandse collega Barbara Stok, 'is laten zien hoe de maatschappij verweven is met haar persoonlijke leven. De manier waarop ze vertelt, is hetzelfde als bij Nederlandse autobiografische striptekenaars. Alleen speelt de overheid in Iran natuurlijk een heel overheersende rol.'

Satrapi is niet de eerste die een autobiografische strip mengt met geschiedenis. In de jaren zeventig liet vooral Maus zien dat het genre zich ook leent voor serieuze onderwerpen. De Amerikaan Art Spiegelman tekende over zijn vader die de holocaust overleefde. Geestelijk vader van de Nederlandse autobiografische strip, Peter Pontiac, maakte Kraut, een zoektocht naar het nazi-verleden van zijn vader.

De bekendste autobiografische strips in Nederland worden getekend door vrouwen als Maaike Hartjes, Gerrie Hondius, Sandra de Haan, Margreet de Heer en Barbara Stok. 'Ik mag dan wel de hoofdpersoon zijn, een dagboek is het niet', benadrukt Stok. 'Sommige strips zijn gewoon om te lachen. Maar ik wil ook via de dagelijkse beslommeringen maatschappelijke kwesties aankaarten. Materiële overvloed bijvoorbeeld, de overdaad aan reclame of onze obsessie voor veiligheid.'

Toch geldt: vooral tekenaars die in eigen open zenuwen durven te boren, leveren indrukwekkend werk af. In Nederland en Vlaanderen blijkt de pijn vooral te vinden in persoonlijke relaties of gezondheid - hier bijvoorbeeld (nog) geen memoires van worstelende homoseksuelen of streng religieus opgevoede christenen.

Stok verstripte haar burnout in het album Je geld of je leven en zij laat in Op tour door Spanje zien hoe zij met haar vriend twijfelt over een kind. 'Wat dacht je van Dirk... of Anna...' babbelt ze nog vrolijk als het besluit eenmaal genomen is. Maar twee weken later wordt ze weer ongesteld. Net als de maand erop. En alle twintig maanden dáárop. Het beeld is schrijnend pijnlijk.

Nee, moeilijk was het niet, aldus Stok. ‘Het tekenen zelf is een automatisme. Wel lastig was de afweging of ik het in het album moest opnemen, vooral omdat ik er toen nog heel erg mee zat. Ik heb er eigenlijk over getwijfeld tot het moment dat het naar de drukker ging. Maar wat ik mooi vind aan Op tour door Spanje is dat je ook ziet dat ik in een band zit, drum, uitga, dat er een leven is naast het kinderloos-zijn.'

Satrapi mengt in Persepolis de gevolgen van de Iraanse politiek expliciet met haar eigen persoonlijke problemen. Liefdesverdriet, een veranderd lichaam, worstelen met een imago: het maakt even zeer deel uit van de strip als de terechtstelling van haar oom, de hoofddoekjes op school en haar verhuizing naar Oostenrijk. Het maakt haar verhaal universeler - en daarmee de geschiedenisles over Iran die ze meegeeft toegankelijker. Ook omdat ze - net als Stok - in korte anekdotische verhaaltjes vertelt. Ze eigent zich wel wat dichterlijke vrijheid toe: 'autofictie' noemt ze Persepolis daarom liever.

Het is een benaming die ook beter van toepassing is op het werk van Urbanus-tekenaar Willy Linthout - maar op een andere manier. Nadat zijn zoon zelfmoord had gepleegd, begon hij aan het achtdelige werk Het Jaar van de Olifant, waarvan de eerste vier strips zijn verschenen. 'Net als Karel in de strip kreeg ik last van slapeloosheid. Ik moest ook aan een beademingsapparaat, waardoor ik moeite had om te slapen. Maar nee, ik voer geen gesprekken met mijn zoon via het apparaat in morse.'

Hoewel hij de aandrang voelde om te laten zien hoe rouwverwerking bij zelfdoding werkt, begon Linthout vooral voor zichzelf aan de serie. 'Als ik zo zit te tekenen, sta ik even heel dicht bij mijn zoon. Het geeft me een warm gevoel. Omdat ik met mijn broer de teksten schrijf, zie ik het vooral als een gezamenlijke ontdekkingstocht. We zitten afwisselend te lachen en te wenen.'

Zijn tekenstijl lijkt op die van de Urbanus-strips, maar toen de keuze gemaakt moest worden of hij de potloodlijntjes in inkt wilde weergeven, besloot hij de ruwe versie te publiceren. 'Dat vond ik persoonlijker. Ik had verwacht dat de critici het amateuristisch of lelijk zouden vinden, maar dat kon me niets schelen.' Gelukkig bleken ze enthousiast, want pas later realiseerde hij zich hoe kwetsbaar hij zich had opgesteld. 'Op een stripbeurs zag ik iemand onachtzaam een deel van Het Jaar van de Olifant verkreuken en dat raakte me enorm. Alsof het heiligschennis was. Als iemand een Urbanus-strip verfrommelt, doet het me niets.'

Therapie of niet: Satrapi merkte hoe moeilijk het was om zich dingen te moeten herinneren die ze eigenlijk wilde vergeten, stelde ze eerder in een interview. Ze liet de meest pijnlijke dingen weg. Bij het maken van de animatiefilm moest zij nóg meer afstand nemen: 'als de illustratoren me met tranen in mijn ogen hadden gezien, hadden ze hun werk niet kunnen doen.'

Hanco Kolk, die met Peter de Wit de strip S1ngle maakt, publiceerde pas na een paar jaar zijn dagboekje Retraite, het getekende verslag dat hij voor zijn vrouw maakte over een reis tijdens een burnout. Hij krabbelt dagelijks onafgeronde dagboeknotities, maar nooit met het idee te publiceren. 'Toen Retraite klaar was, was ik er trots op. Ik had een nieuwe manier van tekenen gevonden én het was een goede afspiegeling geworden van die tijd. Inhoudelijk en uiterlijk was het goed gelukt.' Maar wat wás het persoonlijk. En wie zit daar nu op te wachten, dacht Kolk. In eerste instantie had hij een hoofdstuk over een oude jeugdliefde geschrapt. 'Toen ik wat afstand had genomen, merkte ik opeens dat het toch de catharsis van het hele boek was.'

Wie zijn problemen of trauma's ver- stript, kan ze beter analyseren. Zo'n abstract poppetje relativeert prettig. Wie terugleest, ziet denkfouten, vindt Kolk. In Retraite kon hij zijn demonen letterlijk vorm gegeven: 'nu zijn ze beheersbaar geworden. Ik ken ze'. Bovendien is humor een krachtig wapen. 'Een jaar geleden lag ik in het ziekenhuis voor een sterilisatie. Daar kreeg ik een ruggenprik, en zolang die werkte, vond ik het de mooiste dag van mijn leven. Maar daarna wilde ik naar huis, wat alleen mocht als ik geplast had. Alleen voelde ik door die prik mijn piemel niet meer. Daar stond ik dan, met een fles, te wachten, doodongelukkig. Tot overmaat van ramp plaste ik ook nog eens terwijl ik het zelf niet door had: alles over de vloer. Ik kan daar alleen mee om te gaan door het realtime en zo grappig mogelijk te tekenen.'

Hoe zwaar de ellende in Persepolis ook is, zwartgallig is het zelden. Ja, Marjane doet en zelfmoordpoging, maar op het lied Eye of the Tiger laat ze 'op zijn Rocky's' zien hoe ze zich weer uit de depressie tilt. En ja, in haar boek wordt verteld over martelingen. Maar die nieuw verworven kennis past de kleine Marji toe tijdens het buiten spelen: 'wie verliest, wordt met elektriciteitskoord op zijn voetzolen geslagen!'

Het zijn kwinkslagen waar Linthout niet aan moet denken. Hij zoekt de humor ook, maar in surrealisme, als hij de werkelijkheid laat overlopen in de waanzin van de rouw. Peinzend: 'bij punchlines zou ik het gevoel hebben dat het niet respectvol was tegenover mijn zoon. Maar heel eerlijk: eigenlijk denk ik niet zo na over wat ik wil brengen. Het komt vanzelf.'

Meer over