ProfielHugo de Jonge

Hugo de Jonge doet niet aan een plan B – en neemt zo grote risico’s

Met mondkapje na afloop van het debat over de coronawet in de Tweede Kamer.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Als coronaminister ligt Hugo de Jonge geregeld onder vuur. Als lijsttrekker moet hij een verscheurd CDA zien te behoeden voor een verkiezingsnederlaag. Is die dubbelrol vol te houden?

Nu Hugo de Jonge het CDA-lijsttrekkerschap heeft neergelegd, bieden wij dit profiel van de minister van Volksgezondheid en CDA-prominent opnieuw aan.

Als begin oktober de tweede golf in de coronacrisis aanzwelt, het RIVM elke dag een nieuw recordaantal besmettingen meldt, de GGD’s het bron- en contactonderzoek niet meer aankunnen en ziekenhuizen waarschuwen dat reguliere operaties in het gedrang komen, weten ze op het ministerie van Volksgezondheid wat het bijeffect zal zijn: opnieuw bijtende kritiek op het beleid van Hugo de Jonge.

PvdA-leider Lodewijk Asscher spreekt al van ‘onheilspellende cijfers’. Geert Wilders twittert: ‘Het kabinet heeft haar zaakjes niet op orde... Gaat lekker Hugo.’

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

In de stroom aan negatief nieuws zoeken De Jonges medewerkers naar lichtpuntjes. Eén daarvan is de mogelijke komst van sneltests, waarvan de betrouwbaarheid in ziekenhuizen UMC Utrecht en Amphia in Breda wordt onderzocht. Microbioloog Jan Kluytmans, die verantwoordelijk is voor het valideren van de tests, meldt begin oktober dat het de goede kant op gaat.

Een woordvoerder van de minister belt hem meteen op. ‘De Jonge wil woensdag graag langskomen, want we kunnen wel even wat goed nieuws gebruiken’, zegt hij. Het moet wel vroeg in de ochtend, want die 7de oktober begint om 10.15 uur een belangrijk en moeilijk debat over de coronawet.

Twee dagen later staat De Jonge ’s ochtends vroeg voor de ingang van het ziekenhuis. De media zijn ingeseind. Zoals wel vaker is de minister tijdens werkbezoeken in zijn element. Sociaal vaardig is hij altijd al geweest. Zijn broer vertelde ooit over de eerste dag van De Jonge op de basisschool. ‘Hij stapte binnen en zei: ‘Hallo allemaal, kinderen!’ Dat is Hugo. Makkelijk in de omgang.’

Ook kritische CDA’ers zeggen dat de nieuwe partijleider op dit soort momenten ‘gewoon een fijne vent’ is. ‘Hij heeft het behendige dat Rutte ook heeft.’

Zo gaat het deze ochtend ook in Breda. ‘Het is net alsof we elkaar kennen, maar volgens mij hebben we elkaar nog nooit ontmoet’, zegt De Jonge tegen Kluytmans. Al snel gaat het gesprek over wielrennen, een wederzijdse passie.

‘Wil je jezelf laten testen, of vind je dat vervelend?’, vraagt Kluytmans, eenmaal binnen, aan De Jonge. ‘Dat ga ik doen, vind ik leuk’, zegt De Jonge meteen. Voor hij zelf de sneltest ondergaat, waarschuwt Kluytmans hem nog. ‘Straks kun je wel positief zijn, hè.’ De Jonge antwoordt dat hij dat helemaal niet erg vindt, ‘denkend aan wat er vandaag op het programma staat.’

Het bliksembezoek werpt zijn vruchten af. Op televisie doet WNL live verslag van ‘het positieve nieuws’ uit Breda. Eindelijk gaat het even niet over de oplopende besmettingen of over de problemen bij de GGD’s. In plaats daarvan mag de in witte laboratoriumjas gestoken minister lachend voor de camera uitleggen dat ‘over een paar weken’ sneltests worden ingezet.

Als Kamervoorzitter Arib om 10.15 uur het coronadebat wil beginnen, zit minister De Jonge nog in zijn BMW 745Le op de terugweg uit Breda.

Kritiek

Het bezoek aan Breda is een detail in de voortslepende coronacrisis, maar bevestigt wel de impressie die al bestaat over Hugo de Jonge. Net als Mark Rutte houdt hij graag alles onder controle, en leeft hij voor de politiek. De Jonge maakt naar eigen zeggen werkweken van honderd uur, maar laat op zijn verjaardag ook nog het RTL 4-programma Rooijakkers over de vloer langskomen. Daarin verschijnen zijn vrouw Mireille, zoon Ismael (15) en dochter Sarah (13) prominent in beeld.

Mireille de Jonge omschrijft haar man als ‘een allemansvriend’. ‘Altijd al geweest. Hij is voor iedereen leuk, aardig, gezellig.’ Ze maakt ook een kanttekening: ‘Heel veel mensen hebben denk ik het beeld: dat gaat je makkelijk af, dat doe je even, maar ik weet gewoon dat dat niet zo is. Dat hij altijd wel zenuwachtig is voor een debat. En dat het hem soms best wel spanning oplevert.’

Ze zegt dat Hugo de Jonge altijd zingt in huis. Als ze hem een tijdje niet hoort zingen, weet ze dat er iets aan de hand is. Dat hij ergens mee zit. De laatste tijd, zegt ze stellig, zingt hij minder.

De Jonge zelf laat zelden kwetsbaarheid of onzekerheid zien, waarschijnlijk ook om tegenstanders geen munitie te geven. PVV-leider Geert Wilders, een politicus die feilloos zwakke plekken bij zijn tegenstander aanvoelt, suggereert nu al geregeld met sardonisch genoegen dat De Jonge het misschien niet aankan, dan het allemaal te veel voor hem is. Uit een debat in augustus: ‘Hij ziet er lijkwit, slecht en gestresst uit.’

Een bezoek aan het laboratorium in Breda.Beeld Jeroen van Eijndhoven

De Jonge loopt lang genoeg mee om te weten dat het Binnenhof een plek is zonder mededogen. In zijn jonge jaren is hij politiek assistent geweest van meerdere CDA-ministers. Hij staat in de coulissen bij de belangrijkste Kamerdebatten, zit er bij als in de achterkamertjes wordt onderhandeld, kijkt mee als zijn bazen worden bestormd door cameraploegen.

Die leerschool is hem aan te zien als hij in 2017 zijn entree maakt als minister. Voor het begin van de coronacrisis komt hij zelden in problemen. Tijdens debatten en in de omgang met het zorgveld straalt hij vooral daadkracht uit. ‘Hij is gezegend met een stevige can do-mentaliteit’, zegt Ronald Schmidt, bestuurslid van Actiz, de belangenvereniging van verpleeghuizen. ‘Soms moet je je best doen om de taaiheid der dingen aan hem duidelijk te maken. De Jonge is van de maakbaarheid. Als het moet, dan kan het ook.’

Dat blijkt bijvoorbeeld als er aan het begin van zijn ministerschap twijfel ontstaat over zijn aanpak om het personeelstekort in de zorg terug te dringen. Misschien moest hij zekerheidshalve een alternatieve aanpak achter de hand houden, oppert een deel van de Tweede Kamer. ‘Ik ben nooit voor een plan B’, antwoordt De Jonge. ‘Ik ben altijd voor een plan A.’

Die ‘machohouding’ roept ook weerstand op. In het zorgveld klinkt opvallend vaak dezelfde kritiek: De Jonge is te druk met beeldvorming en pr, zozeer dat de inhoud er soms ondergeschikt aan lijkt. Niet iedereen wil dat met naam en toenaam vertellen. ‘Daar krijg je problemen mee’, zegt een zorgbestuurder die anoniem wil blijven. ‘Hij kan absoluut niet tegen kritiek.’

Een medestander van De Jonge moet lachen om dat verwijt. ‘Niemand heeft zo veel kritiek gehad als hij’, zegt deze persoon. ‘Als hij daar niet tegen kon, was hij al lang in een hoekje weggekropen.’

Zorgondernemer Jos de Blok ziet dat anders. De voormalige wijkverpleegkundige en oprichter van Buurtzorg, de grootste thuiszorgorganisaties van Nederland, heeft enkele keren publiekelijk kritiek geuit op het beleid van De Jonge. Dat is hem niet in dank afgenomen. ‘Wij staan op een zwarte lijst’, zegt de ondernemer. ‘Ik ben persona non grata.’

De Blok keert zich aan het begin van de coronacrisis ook tegen een RIVM-richtlijn die een beperkt gebruik van beschermingsmiddelen in de thuiszorg voorschrijft. De ondernemer wil zijn personeel beter beschermen en meent bovendien dat de schaarste aan mondkapjes, handschoenen en schorten met de juiste aanpak makkelijk kan worden opgelost. Tijdens een van de persconferenties noemt De Jonge de houding van De Blok ‘ongepast’. ‘Wat jij opmaakt, kan niet door een ander worden gebruikt.’

Tijdens een persconferentie eind september.Beeld ANP

Het blijft volgens de ondernemer niet bij een publieke reprimande. Hoewel De Blok aanbiedt om te helpen bij het verwerven van beschermingsmiddelen verbreekt het ministerie in maart alle contact. Marktpartijen die wel samenwerken met het ministerie krijgen volgens De Blok te horen dat contact met Buurtzorg ‘niet op prijs wordt gesteld’.

Iets vergelijkbaars heeft de eigenzinnige ondernemer naar eigen zeggen ervaren toen hij vorig jaar kritiek uitte op het beleid van de CDA-minister voor de wijkverpleging. Ook dat had gevolgen. Na werkbezoeken van de minister aan China en Canada in mei en juni 2019 kreeg De Blok opeens bezorgde vragen van lokale partners die daar werken met zijn methode van autonome zorgteams. ‘Die mensen waren trots op hun samenwerking met ons, maar De Jonge heeft toen gezegd dat er in Nederland toch ook wel kritische geluiden zijn over Buurtzorg. We hebben daar last van. Het heeft negatief effect op onze mogelijkheden in die landen.’

Bronnen rond De Jonge ontkennen dat De Blok anders behandeld wordt vanwege zijn kritiek. Wel zouden er ‘inhoudelijke discussies’ zijn.

Blijft de vraag hoe dik de huid van Hugo de Jonge is. Zeker is dat ook oppositieleiders dat gaan uittesten. PVV-voorman Wilders, maar ook PvdA’er Asscher en GroenLinks-leider Jesse Klaver richten hun pijlen steeds nadrukkelijker op de CDA’er.

De Jonge is een nog aantrekkelijker doelwit geworden sinds hij is aangewezen als CDA-leider. Hoe gevoelig de combinatie van coronaminister en lijsttrekker is, blijkt als tijdens de interne verkiezingsstrijd in deze krant een interview verschijnt met Diederik Gommers en zijn dochter. Daarin vertelt de intensivist over een telefoontje van een VWS-ambtenaar, die hem tijdens een verhit debat in de Tweede Kamer vroeg om te beloven dat er genoeg ic-bedden zouden zijn.

Gommers daarover in het interview: ‘Of ik dat even wilde beloven. Ik zei: luister, ik zit toch niet in de Kamer, wat denk je zelf?’ En: ‘Waarom hadden zij het nodig dat Diederik Gommers zou zeggen dat er 1.600 bedden zouden zijn? Terwijl ik dat ook niet wist... Toen dacht ik: als dat zo ongelooflijk belangrijk voor De Jonge is, dan zeg ik wel dat er zondag 1.600 bedden zijn.’

De passage uit het interview leidt tot flinke kritiek op De Jonge. Het gebeurt bovendien op een voor hem slecht moment: een paar dagen voor de lijsttrekkersverkiezing van zijn partij waar Pieter Omtzigt, tegen de verwachtingen in, toch serieus kans lijkt te maken. Als zou blijken dat hij als minister inderdaad een onafhankelijk medicus onder druk heeft gezet om zijn eigen gezicht te redden, kan dat weleens doorslaggevend zijn.

Geconfronteerd met Gommers’ uitspraken reageert De Jonge verbolgen. Hij zegt op tv dat de medicus niet de waarheid spreekt. Dat hij slechts bij Gommers wilde informeren naar de stand van zaken rond de bedden. Ook het verhaal van Gommers dat hem door het ministerie is verzocht in de media te zwijgen over leeftijdsgrenzen op de intensive care, klopt volgens de minister niet.

Gommers is op vakantie en moet zich inhouden als hij de ontkenningen hoort. ‘Ik werd natuurlijk gebeld door een aantal media en heb echt op mijn tong gebeten’, zegt hij nu. ‘Ik dacht: ik wil niet dat wat ik nu ga zeggen van invloed is op die verkiezingen.’

Tijdens een bezoek aan het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Premier Rutte de-escaleert de situatie. Hij zegt dat hij eens een kop koffie met Gommers wil drinken om het erover te hebben. De Jonge laat via de app weten dat hij zich daar graag bij aansluit.

‘Ik heb Hugo de Jonge hier een keer mogen ontvangen’, zegt Gommers nu, ‘toen was hij ongelooflijk vriendelijk. En aan de telefoon is hij heel geïnteresseerd. Maar in mijn ogen is er een verschil met Mark Rutte. Die is ook vriendelijk als het zwaar wordt en er een groot verschil van mening is.’

Begin september wordt Gommers uitgenodigd in het torentje voor een lunch. De Jonge is daarbij ook aanwezig. Met zijn aanstekelijke enthousiasme – ‘Diederik, wat leuk je weer te zien!’ – haalt Rutte meteen de kou uit de lucht. Heel kort hebben ze het over Gommers’ uitspraken. Hij licht toe dat hij zich nooit onder druk gezet voelde, maar dat hij wel opkeek van de gang van zaken.

Het is een dag na het debat waarin minister Grapperhaus (Justitie), een partijgenoot van De Jonge, zich moest verantwoorden voor zijn uit de hand gelopen bruiloft. Meer dan ooit is duidelijk dat een belangrijk ministerschap in deze coronacrisis electoraal ook nadelige gevolgen kan hebben. Volgens Gommers lijkt De Jonge aangeslagen. ‘Hij was niet relaxed.’

Dubbelrol

De dubbelrol van De Jonge heeft onmiskenbaar ook electorale voordelen. Samen met premier Rutte zal De Jonge naar verwachting het nieuws tot de verkiezingen blijven domineren, al is het maar via de massaal bekeken tweewekelijkse persconferenties. VVD en CDA verspreiden nu al reclamespotjes met fragmenten uit die persconferenties.

Andere lijsttrekkers hebben ondertussen de grootst mogelijke moeite om in beeld te komen. Ze zijn gereduceerd tot figuranten die vanaf de zijlijn commentaar geven op de aanpak van de coronacrisis.

Maar tot dusver is het vooral premier Rutte die in de peilingen profiteert. De VVD-leider wil zelfs helemaal geen campagne gaan voeren voor de verkiezingen. ‘Ik vind dat ik in deze tijd al mijn focus op de coronacrisis moet richten.’

De Jonge kan zich zo’n houding moeilijk permitteren. Het CDA staat op zo’n vijf zetels verlies in de peilingen en moet zich profileren om verloren terrein terug te winnen. Maar kan dat wel met een lijsttrekker die tegelijkertijd de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog moet bestrijden? ‘We zouden eigenlijk een lange campagne moeten voeren om ons verhaal opnieuw neer te zetten’, zegt een bezorgde CDA’er. ‘Maar als De Jonge een punt gaat maken van de hypotheekrenteaftrek of een andere thema zal iedereen zeggen: heb jij niet wat beters te doen?’

Een andere nadeel voor De Jonge: de uitvoering van het coronabeleid komt nagenoeg volledig op zijn schouders terecht. Het maakt de CDA’er kwetsbaar, want juist bij de uitvoering gaat het vaak mis.

Zo wordt in het voorjaar het testen van mensen met klachten een steeds heter hangijzer. Andere landen hebben die strategie om zicht te houden op het virus al langer omarmd, Nederland lijkt achter te lopen. Begin mei kondigt De Jonge op een persconferentie aan dat iedere Nederlander met milde klachten zich vanaf juni, met als streefdatum 1 juni, kan laten testen.

Bij de voordracht van de nieuwe CDA-lijsttrekker.Beeld Hollandse Hoogte

De 25 GGD’s moeten de teststraten gaan opzetten. Dat is voor de uitvoeringsinstantie een enorme klus in een toch al drukke tijd. Verschillende GGD’s laten de minister weten dat juni te vroeg komt. Dat er meer tijd nodig is om de organisatie rond het testen – niet alleen de teststraten zelf, maar vooral de logistiek rond de uitslagen – op orde te krijgen.

Eind mei is er weer overleg tussen de gezondheidsdiensten en De Jonge over de vorderingen. Sommige GGD’s vrezen chaos als aan de deadline van 1 juni wordt vastgehouden. Essentiële onderdelen van de infrastructuur rond het testen zijn nog niet op orde. Er zijn zelfs GGD’s die de minister bijna smeken om te wachten.

De Jonge zet toch door. ‘Ik heb grote waardering voor de voortvarende wijze waarop de GGD’s dit oppakken’, zegt hij. ‘Het zal in het begin heus nog wel wat aanloopproblemen geven – logisch ook bij zo’n grote klus – maar ik heb er alle vertrouwen in dat met hun inzet we onze greep op het virus kunnen verstevigen.’

Op de eerste testdag gebeurt precies waar sommige GGD’s voor vreesden. Het landelijk telefoonnummer om een test aan te vragen raakt overbelast. Telefoontjes worden bewust afgeketst uit vrees voor een totale ineenstorting van het systeem. De wachttijd voor het krijgen van de testuitslag is vanaf het begin al langer dan gepland. Bij sommige GGD’s hebben ze nu nog het gevoel dat ze sinds 1 juni achter de feiten aanlopen.

Hoe moeilijk het is om beleid te maken in crisistijd, blijkt ook begin augustus. De GGD’s van Amsterdam en Rotterdam perken dan ineens hun bron- en contactonderzoek (bco) in wegens capaciteitsgebrek. De Jonge wordt er volledig door verrast. Tot dat moment heeft hij juist volgehouden dat een grondig bco een tweede golf kan voorkomen.

Zijn reactie is fel. Hij wil niet alleen dat de GGD’s versneld opschalen, maar kondigt ook een quarantaineplicht aan voor mensen die in nauw contact zijn geweest met besmette personen en reizigers uit risicogebieden. Op 11 augustus schrijft hij aan de Kamer dat hij een aanwijzing geeft aan de veiligheidsregio’s om de quarantaineplicht te gaan opleggen. Op naleving van die plicht zal gecontroleerd gaan worden, zegt hij. Het OM werkt zelfs al een strafeis uit. Een week later zal de plicht ingaan.

Zoals wel vaker tijdens deze crisis kan De Jonge zijn belofte niet nakomen. Sterker nog: een dag later komt hij er na kritiek in de Tweede Kamer alweer op terug. Hij heeft langer de tijd nodig om het plan uit te werken, zegt hij. Nu, bijna drie maanden later, is voor zover bekend nog steeds aan niemand een quarantaineplicht opgelegd.

Bij mensen uit het zorgveld en politici is ondertussen de vraag gaan leven of ze spreken met de minister van Volksgezondheid of met de ambitieuze politicus die in zijn hoofd al bezig is met de verkiezingen van maart 2021.

Volgens een vertrouweling van de minister spelen politieke motieven geen enkele rol bij zijn crisisbeleid. De Jonge moet soms wel forse uitspraken doen om bijvoorbeeld de GGD’s voor het blok zetten, aldus deze bron. Het zou de enige manier zijn om ze in beweging te krijgen.

‘Ik weet dat ze dat zeggen op het ministerie’, zegt oud-VWS-topambtenaar Roel Bekker, ‘maar het is flauwekul. Ik vind het tamelijk onverantwoord om een uitvoeringsorganisatie zo voor voldongen feiten te plaatsen. Buitengewoon onverstandig. Je moet ze koesteren, anders gooien ze de kont tegen de krib. Dan ben je nog verder van huis.’

Bekker oordeelt verder mild over De Jonge. In deze coronacrisis zijn zwakten in het Nederlandse zorgstelsel aan het licht gekomen die al veel langer spelen. De 25 GGD’s zijn jarenlang verwaarloosd, waardoor er ook grote verschillen zijn in de kwaliteit per regio. ‘Met publieke gezondheid kon je niet scoren’, zegt Bekker terugblikkend. ‘Het was geen prioriteit. En nu gooien we dan opeens een heleboel werk naar die GGD’s toe.’

Bij de laboratoria speelt een vergelijkbare erfenis, meent Bekker. ‘We vonden het allemaal niet zo belangrijk. Ieder ziekenhuis had zijn eigen laboratorium. In normale omstandigheden werkt dat, maar niet tijdens een pandemie. We zijn te sloom geweest om dat te veranderen. Maar als je gewoon objectief kijkt, is er de afgelopen maanden toch veel uit de grond gestampt. De Jonge wekt soms te hoge verwachtingen, ook bij de ontwikkeling van die corona-app of komst van een vaccin, maar grosso modo vind ik de aanpak van het kabinet heel behoorlijk.’

Bij zijn ministerie.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Lang niet iedereen is zo mild.

Bij de oppositie- én coalitiepartijen klinken er harde verwijten. De Jonge heeft te lang vastgehouden aan zijn ‘plan A’. Pas toen het testbeleid na de zomer vastliep, besloot hij om eigen megateststraten te ontwikkelen. Die zijn nu nog steeds in ontwikkeling.

‘Er is te weinig regie genomen’, meent ook een zorgbestuurder die anoniem wil blijven. ‘De Jonge wees naar de GGD’s, de GGD’s wezen naar de laboratoria, de laboratoria klaagden dat hun capaciteit niet werd benut. Het was polderen, polderen, polderen, midden in een crisis. Op zo’n moment moet een minister ingrijpen. Hij is systeemverantwoordelijk. Als hij dat niet doet, verzaakt hij.’

Ook binnen het kabinet is er kritiek. Ministers als Wopke Hoekstra (Financiën) en Eric Wiebes (Economische Zaken) staan er na de zomer versteld van dat Nederland weer wordt overvallen door de tweede golf. Geld speelt geen rol; waarom is er dan niet veel meer testcapaciteit ingekocht? Waarom staat een landje als Luxemburg er beter voor dan Nederland? Waarom is het bron- en contactonderzoek niet beter georganiseerd?

Twijfel

De gemengde gevoelens over De Jonges optreden in de coronacrisis werken ook door in zijn eigen partij. Kamerlid Pieter Omtzigt uit in februari al harde kritiek op de afwachtende houding van het kabinet. ‘Omtzigt presenteerde zich als een soort klokkenluider’, zegt een CDA’er die anoniem wil blijven. ‘Hij is een econometrist die zelf met die Italiaanse data aan de slag gaat. RIVM’pje spelen. Als anderen dan niet zien wat hij ziet, begrijpt hij dat oprecht niet.’

Omtzigt houdt z’n kritiek niet intern. In april krijgt hij bij de lokale zender 1Twente de vraag of het kabinet de coronacrisis goed aanpakt. ‘Nee’, antwoordt Omtzigt tot verbazing van de presentatoren. ‘Ik heb niet voor niets al die vragen gesteld in februari. Moeten we de vluchten uit China niet stoppen? Hebben we wel genoeg ic-bedden? Je denkt misschien: die Omtzigt is gek – en dat is-ie ook – maar ik had wel het idee dat dit goed mis kon gaan.’

Ook CDA-staatssecretaris voor Economische Zaken Mona Keijzer is intern kritisch, onder andere over de economische gevolgen van de corona-aanpak. Dat zij zich net als Omtzigt uiteindelijk meldt als tegenstander van De Jonge bij de lijsttrekkersverkiezing is geen toeval, meent een CDA-bron. ‘Iedereen zag dat het coronadossier De Jonge ook kwetsbaar maakt.’

De Jonge kan het moeilijk goed doen. Aan de ene kant loopt hij politieke risico’s, omdat kritiek op de corona-aanpak steeds op de loer ligt, aan de andere kant zijn er geregeld vermoedens dat hij zijn positie als coronaminister gebruikt om politiek te scoren.

Dat blijkt bijvoorbeeld als hij een dag voor het begin van de lijsttrekkersverkiezing een brief naar de Tweede Kamer stuurt over de zorgpremie van 1.000 euro voor het zorgpersoneel. Werkgevers en werknemers, die sceptisch zijn over de uitvoerbaarheid van de bonus, worden verrast door de timing. De speciaal aangestelde verkenner Wim Kooijman heeft zijn werk formeel niet eens afgerond. Waarom moet die brief zo overhaast naar buiten? Meerdere betrokkenen vermoeden dat De Jonge behoefte heeft aan positief nieuws om zijn campagne te beïnvloeden. Op het ministerie wordt ten stelligste ontkend dat de CDA-verkiezingen een rol hebben gespeeld bij de timing van het brief.

De Jonge met op de achtergrond Omtzigt.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

De Jonge weet de interne lijsttrekkersverkiezingen uiteindelijk ternauwernood te winnen, maar de relatie met de eigenzinnige Omtzigt blijft ondertussen precair. Veelzeggend is een kleine bijeenkomst na afloop van de chaotisch verlopen CDA-verkiezingen. Tijdens de campagne heeft Omtzigt steeds gezegd dat hij niet met zijn hoofd op de verkiezingsposter wil. Nu hij als running mate van De Jonge verder moet, heeft hij de perfecte oplossing: ‘Op de ene helft van de verkiezingsposter komt jouw hoofd, op de andere helft mijn idealen.’ Een grap of niet: Omtzigt lijkt te suggereren dat hij van de inhoud is en De Jonge van de vorm.

Zeker is dat De Jonge voor een loodzware opgave staat. Hij moet niet alleen de coronacrisis zien te bezweren, maar ook een verdeelde partij naar een verkiezingswinst leiden. Onomstreden is hij intern nog steeds niet. Een groot deel van het CDA had het liefst Wopke Hoekstra gezien als partijleider. De Jonges trouwste metgezel, Ferdinand Grapperhaus, is ondertussen verzwakt en met Omtzigt heeft hij nu ook nog eens een running mate die van oudsher campagne voert voor zichzelf.

De Jonge is niet te benijden, meent een CDA’er. ‘Ik hoop voor hem dat hij heel snel een vaccin in zijn bureau vindt.’

Zelf wil De Jonge niks van twijfel weten. Thuis mag hij misschien wat minder zingen, bij talkshow Jinek toonde hij onlangs zijn vertrouwde bravoure. ‘Ik heb er zin in.’

Meer over