How Much Fascism?

De dreigende opmars van het fascisme vervat in kunst. Jammer dat het niet klopt.

'Vincere! Wij zullen overwinnen!' Luid schalt het foute krijgslied van 'Il Duce' Mussolini door kunstcentrum Bak, in Utrecht. Een videoregistratie van het lied werd gezongen door de Italiaanse kunstenaar Cesare Pietroiusti. Een proef van uithoudingsvermogen; de registratie laat zien wat gebeurt als zijn stem het na uren zingen rond middernacht begeeft. Dan neemt een handvol opgewonden straatjochies het refrein luidkeels over. Die jongens waren passanten die tijdens de performance bij de galerie bleven staan. Voor hun een bekend lied, dat ze in alle ernst meezongen. Een teken van nog altijd rondwarend kwaad. Maar verder? Vooral puberadrenaline.

Maar volgens de makers van de tentoonstelling 'How Much Fascism' is de vraag niet of er sprake is van mogelijk fascisme. De vraag is hoe diep het fascisme zich reeds in onze samenlevingen heeft genesteld. Voor de samenstellers is absoluut geen sprake van onschuldig puberkwaad. Deze tijd vraagt om krachtige taal en politieke mobilisering, vinden zij.

Het lied van Pietroiusti is een van de puzzelstukken die het Kroatische curatorencollectief What, How & Whom, met geld van het EU-cultuurprogramma, als getuige van haar gelijk oproept. Andere werken komen vanuit de hele westerse wereld. Kijk eens hoe erg het is in Frankrijk, waar de overwinning van het extreemrechtse Front National met veel vlagvertoon wordt gevierd (in de foto van Lidwien van de Ven). Kijk eens hoe erg het is in Kroatië, waar een vrouw met kalasjnikov ongehinderd over straat kan (in de video van Milica Tomic).

Wat je de makers niet kunt verwijten: dat ze Bak misbruiken als protestkamp. Ze hebben gezocht naar kunst die tot de verbeelding spreekt en humoristisch is, zoals de wandschildering van het Deense ontwerpcollectief Superflex. Dat zette in 2002 de wereld op zijn kop door vreemdelingen te hulp te roepen in de strijd tegen hun extreem-rechtse landgenoten.

Topstuk van de tentoonstelling is het project van Jonas Staal, die een kijkje geeft in het hoofd van PVV'er Fleur Agema door haar afstudeerscriptie over een gevangenisontwerp te vertalen in maquette en film. En daarmee zo'n kinderachtige opvatting blootlegt over straffen en belonen, dat het twijfels zaait over de potentie van Agema in het bijzonder en van politici in het algemeen.

Wat je de makers wel kunt verwijten: dat de werken als een verzameling postzegels op de muur hangen, zonder onderlinge chemie. Dat de dreigende opmars van extreem-rechtse, fascistische partijen, waarvan een aantal werken getuigen, inmiddels in meerdere landen door de actualiteit is ingehaald. In diverse landen zijn de nationalistische partijen sterk op hun retour. Wat hun forse stelling flink ondermijnt.

Een typisch geval van een opgeblazen curatorenkeurslijf en kunst die zich daar niet in laat persen.

undefined

Meer over