Houtkap voor biomassa leidt tot meer CO2-uitstoot

AMSTERDAM - Het kappen en verbranden van bomen voor de productie van groene stroom is op middellange termijn slecht voor het klimaat. De uitgestoten CO2 wordt soms pas na een eeuw 'terugverdiend'.

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt het lastig om de klimaatdoelen in 2020 of 2050 te halen als de houtkap toeneemt om meer groene energie op te wekken. In eerste instantie zal de CO2-uitstoot daardoor stijgen.

In een literatuurstudie, die vandaag wordt gepubliceerd, stelt het PBL dat de broeikasbijdrage van hout door de huidige manier van boekhouden sterk wordt onderschat. Daardoor ontstaat een te rooskleurig beeld van biomassa, concluderen de auteurs.

De 'bijstook' van biomassa in kolencentrales heeft een belangrijk aandeel in de productie van groene stroom in Nederland. Wel is onder auspiciën van de Sociaal-Economische Raad in juli afgesproken dat er een plafond komt aan het gebruik van biomassa in elektriciteitscentrales.

Dat bij de verbranding van hout CO2 vrijkomt klinkt logisch, maar is een feit dat beleidsmatig vaak wordt genegeerd. Biomassa-bijstook geldt als CO2-neutraal, omdat de uitgestoten CO2 daarvoor, tijdens het leven van de boom, is opgenomen. Maar dat verbranding eerst een CO2-'schuld' oplevert die daarna pas door volgende bomen moet worden ingelost, wordt daarbij vaak vergeten. Pas als nieuwe bomen zover zijn gegroeid dat ze evenveel CO2 uit de lucht hebben gehaald als er door het opstoken van hun voorganger in is gekomen, kun je spreken CO2-neutraal, aldus het PBL.

En dat kan tientallen tot honderden jaren duren, schrijven de auteurs in het rapport Climate effects of Wood used for Bioenergy.

Voor de biomassa die nu in Nederlandse kolencentrales wordt opgestookt, is die terugverdientijd minder lang. Deze pellets (kleine samengeperste korrels) bestaan grotendeels uit afval van zagerijen en productiebossen, zoals zaagsel, losse takken en onbruikbare boomtoppen. Voor dit afvalhout is de 'CO2-terugverdientijd' beduidend korter: alleen de extra uitstoot van broeikasgassen door het transport van de houtpellets hoeft te worden gecompenseerd.

Hoe dan ook signaleert het PBL een administratief lek in de CO2-boekhouding van biomassa. Landen die het hout verstoken mogen de CO2-uitstoot als nihil inboeken. De landen waar het hout vandaan komt, moeten het verlies van een CO2-opzuiger wel noteren. Alleen: veel van de landen waar de bomen vandaan komen, hebben het Kyoto-protocol niet ondertekend (de Verenigde Staten) of zijn eruit gestapt (Canada). Daardoor komt het negatieve effect van biomassabijstook in de Kyoto-boekhouding niet voor.

undefined

Meer over