Bericht uitKampala

Hotsen, schudden en stoten hoort in Oeganda bij het leven

De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens, wordt gezegd. Mij kan het niet zoveel schelen waarméé die weg is verhard, áls hij het maar is. Dan maak ik tenminste kans om nog eens een heus wegdek te aanschouwen – zeg niet dat ik geen optimist ben.

Hotsen, schudden en stoten op de onverharde wegen hoort bij het leven in ­Kampala.  Beeld Getty
Hotsen, schudden en stoten op de onverharde wegen hoort bij het leven in ­Kampala.Beeld Getty

Tot die tijd hobbel ik hier in Oeganda met de auto over wegen en straten vol gaten, ik voel me elke dag een soort stuiterbal op wielen. Oké, oké, niet overdrijven: het land heeft natuurlijk wel een aantal degelijke asfaltwegen. Met geld van de EU en China zijn de routes naar de binnenlanden de laatste jaren behoorlijk verbeterd. Maar in de hoofdstad Kampala heb je vaak het gevoel dat je je ouwe Toyota beter kan inruilen voor een maanrover, of anders gewoon voor een tank.

Of ik er nou op uit ga voor de krant, een bezoekje breng aan de buurtsuper of het gebruikelijke pak slaag van mijn Oegandese schaakpartner tegemoet rijd, elke rit brengt altijd een grondig schokeffect teweeg. Hotsen, schudden en stoten hoort net zo bij het leven in Kampala als de alomtegenwoordige bananenbomen – zolang je niet stilstaat in de file, natuurlijk.

Over bananenbomen gesproken: inwoners van Kampala hebben meer dan eens tegen de slechte staat van hun wegdek geprotesteerd door kuilen in het asfalt demonstratief te vullen met stekjes. De bananenplanten water geven was niet nodig: in het regenseizoen veranderen de gaten in het asfalt vanzelf in een soort kratermeren. Dat de combinatie van regen en gaten in het wegdek ook een ander type protestactie mogelijk maakt, bewees een man die eens op zijn gemak op een rijstrook ging zitten, zijn hengel tevoorschijn haalde en deed alsof hij een vis ging vangen. Met zijn ludieke actie haalde hij de BBC.

Ik ben zelf niet erg bedreven in de hengelsport, of in het planten van bananenbomen, en dat is eigenlijk best jammer. Want als ik weer eens als een lappenpop heen en weer zwiep in de auto, krijg ik haast de neiging om zelf uit protest een wegblokkade op te werpen. Maar misschien is dat geen goed idee. Misschien is het beter om te luisteren naar wat een Oegandese minister dit jaar zei, namelijk dat het lostrekken van een auto uit een gat of een greppel een leuke ervaring kan zijn voor mensen uit welvarender landen. De slechte wegen zijn zeer geschikt als ‘toeristische attractie’, waarmee de minister klonk als een van zijn collega’s, die had gezegd dat een nieuw gelanceerde ‘city tour’ per dubbeldekkerbus bezoekers de kans bood om vakantiekiekjes te maken van de vele files.

Geestig, toch? Misschien wel, maar ja, mijn zwakte is dat ik slechts met moeite een lach tevoorschijn tover als er een bumper stukgaat omdat ’s avonds in het aardedonker een gat in de weg zich aan het zicht onttrekt, een tegenligger me bijna in de prak rijdt omdat hij/zij met een royale boog om een gat midden in de weg heen zeilt, of ik weer eens met klapperende tanden door een veredelde steengroeve trek.

Oeganda is – serieus – een prachtig land. De parel van Afrika. Op mijn reizen door het continent ben ik geen vriendelijker mensen tegengekomen. Maar de wegen in Kampala? Die zijn duivels.

Mark Schenkel is Volkskrant-correspondent in Afrika.

Meer over