Horrorverhaal als angstremmer

Het is fantasy, western, gothic horror en fascinerende literatuur ineen. Miljoenen lezers verslinden Stephen Kings cyclus De Donkere Toren. King bedient in de jongste roman ook lezers die de vorige zeven delen hebben gemist met een prachtige parabel. De verteller voert je mee door een verraderlijk moeras.

ROBERT VAN GIJSSEL

Stephen King , De Wind door het Sleutelgat

Uit het Engels vertaald door Annemarie Lodewijk.

Luitingh-Sijthoff; 318 pagina's; € 19,95.

Een verhaal, volgens de Amerikaanse meesterverteller Stephen King (1947), is nooit zomaar een fantasie, een aangename afleiding van alledaagse grauwheid. Een rechtlijnig verhaal ter verstrooiing of vermaak: King zou het niet eens kunnen bedenken. Een verhaal volgens King is een primaire levensbehoefte, een noodzaak, want indien goed verteld, geeft het luisteraar én verteller houvast in een wankel bestaan.

Als de hoofdpersoon van Kings nieuwe fantasyroman De Wind door het Sleutelgat (The Wind Through The Keyhole) een verhaal gaat vertellen aan een door doodsangst verteerde jongen, fluistert hij hem toe: 'Een mens is nooit te oud voor verhalen, Bill. Man of jongen, meisje of vrouw, nooit te oud. Wij leven ervoor.'

Het verhaal voor Bill dat volgt, beteugelt diens grootste angsten, maar roept tegelijkertijd ook nieuwe paniek op. Of zoals de verteller zelf opmerkt: 'Het deed natuurlijk ook pijn, maar ik ben erachter gekomen dat dit voor de meeste fijne dingen geldt. Je zou niet verwachten dat het zo was, maar - zoals oude mensen vroeger al zeiden - de wereld is scheef en dat is dat.'

In zijn werk onderneemt King pogingen onze scheefgezakte en verglijdende samenleving weer recht te trekken. Zoals in zijn vorig jaar verschenen bestseller 22-11-1963, waarin een tijdreiziger probeert de moord op John F. Kennedy te voorkomen. Een verhaal als verwerking van een nationaal, historisch trauma: een gebeurtenis die volgens King rampspoed over de Verenigde Staten heeft gebracht, van de oorlog in Vietnam tot de moord op Martin Luther King.

Ook in oudere thrillers, zoals het bloedstollende Het uit 1986, kunnen we in King een heelmeester zien die oude wonden probeert te helen. In Het (later ook succesvol verfilmd) nemen zeven slachtoffers van een kindermoordenaar, die de aanslagen op hun leven hebben overleefd, het in hun volwassen leven op tegen hun aanvaller - en daarmee tegen hun eigen trauma's.

Het verhaal als verwerkingstherapie: King gelooft er heilig in. In 1999 werd de schrijver aangereden op de stoep voor zijn huis, waar hij de hond uitliet. Hij vloog vier meter door de lucht, overleefde wonderwel, maar bracht weken door in het ziekenhuis en kon maandenlang niet schrijven vanwege de pijn. Toen de schrijfhouding weer enigszins draaglijk werd, begon King te tikken aan een verhaal over een verongelukte chauffeur (Achtbaan, 2000). Later beschreef hij zijn ongeluk haast letterlijk in de fantasycyclus De Donkere Toren, als een personage de schrijver probeert weg te duwen voor het aanstormende gevaar.

We moeten eraan geloven, in Kings boeken. De rug rechten, de angsten onder ogen zien. Zo dus ook in De Wind door het Sleutelgat, het nieuwe, achtste deel van Kings omvangrijke reeks De Donkere Toren, waarin het verhaal dient als angstremmer.

De roman is een verhalenlabyrint. In het hoofdverhaal vertelt de hoofdpersoon een geschiedenis die hem is overkomen, en daarin wordt weer een verhaal verteld, dat deel uitmaakt van een nog veelomvattender verhaal. Niet te doen, zou je denken. Maar stap je argeloos Kings schepping Midden-Wereld binnen, dan merk je dat de verteller je aan de hand meevoert door zijn duistere schimmenrijk, over de stapstenen in een verraderlijk moeras. Voor je het weet, heb je weer vaste grond onder de voeten, vraag je je af hoe je droog de overkant hebt gehaald en hoe je het allemaal hebt kunnen bevatten.

De veelschrijver King (zijn bibliografie omvat meer dan vijftig romantitels en ruim tweehonderd korte verhalen) begon begin jaren zeventig aan De Donkere Toren, een fantasyreeks over de scherpschutter Roland van Gilead. De serie, die door King zelf herhaaldelijk werd herschreven en gereviseerd, die spin-offs kreeg in strips en graphic novels en waarover zelfs een bijna negenhonderd pagina's tellend naslagwerk verscheen (Concordantie, 2006), leest als een curieuze mix van western, gothic horror en fantasy, gespiegeld aan Tolkiens In de Ban van de Ring én aan een veel oudere bron: 'Childe Roland to the Dark Tower Came' van de Victoriaanse dichter Robert Browning, die op zijn beurt putte uit Shakespeares King Lear.

Een onvermoede bron van inspiratie vormde bovendien Sergio Leones spaghettiwestern The Good, The Bad and The Ugly, bekende de auteur in 2003. 'Ik wilde een roman schrijven die Tolkiens queeste en magie bevat, maar dan tegen de bijna absurd majestueuze westernachtergrond van Leone. (...) Het ging me om het gevoel dat alles episch, apocalyptisch gróót was.'

De Donkere Toren werd een van Kings grootste successen: de cyclus wordt wereldwijd gevolgd door miljoenen lezers, en zij onthalen De Wind door het Sleutelgat dezer dagen zoals Apple-idolaten een nieuwe iPhone verwelkomen.

Het is ook fascinerende literatuur. Kings Midden-Wereld, waarin het mythische bouwwerk de Donkere Toren fungeert als scharnierpunt van ruimte en tijd, wordt bevolkt door inheemse wezens, lugubere mutaties en lieden met een middeleeuws beschavingsniveau. De Midden-Wereld is door King 'poreus' gemaakt: hier en daar schijnt onze eigen, moderne samenleving door de kieren. Zo duikt in De Wind door het Sleutelgat ineens een TomTom-navigatiecomputer op, die het personage Tim door een ondoordringbaar geacht woud leidt en steeds een nieuwe koers berekent.

Het kwaad in de Midden-Wereld wordt gepersonifieerd door de Scharlaken Koning, een 'transdimensionale demon' die uit is op de vernietiging van alle leven. De introverte pistolenzwaaier Roland van Gilead maakt met zijn bende, het 'ka-tet', jacht op dit kwaad, in een epische trektocht naar de Toren.

De reeks leek voltooid in 2004, toen King het zevende en gelijknamige deel De Donkere Toren publiceerde. Maar Kings 'oude vrienden' hadden volgens de schrijver nog iets te vertellen, zo schrijft hij in het voorwoord van De Wind door het Sleutelgat: 'Het was een geweldig geschenk hen terug te vinden, jaren nadat ik dacht dat hun verhalen waren verteld.'

Om zijn nieuwe hoofdstuk soepel op te kunnen nemen in de reeks, past King een knappe verteltruc toe. Hij laat het gezelschap van Roland van Gilead, op weg naar het land Donderslag en in de cyclus ergens tussen deel 4 en 5 in, stranden in een ijsstorm, die in Midden-Wereld starkblast wordt genoemd. De beschrijving van dit klimatologische fenomeen is huiveringwekkend. Uit King hier zijn zorgen over extreem weer en de voortgaande opwarming van de aarde?

'De enige waarschuwing is het geluid dat de bomen maken wanneer de kou van de starkblast eroverheen rolt [. . .] Het geluid dat levend hout maakt wanneer het in één keer ineen krimpt, denk ik.'

Terwijl het reisgezelschap schuilt voor de storm, vertelt Roland van Gilead over zijn jonge jaren, als hij jacht moet maken op een mijnwerker die 's nachts de gedaante aanneemt van een weerzinwekkend roofdier, de huid-man, dat hele dorpen uitmoordt. Pure horror: 'Zijn hoofd, dat eveneens van zijn lichaam was gescheiden, staarde omhoog naar de dakspanten met een angstaanjagende grijns waarin alleen zijn bovengebit zichtbaar was. De huid-man had de onderkaak van de rancher uit zijn mond gerukt.'

De getuige van de slachtpartij, de kleine Bill, kan de dader aanwijzen, maar zal eerst moeten kalmeren. Dus vertelt Roland van Gilead hem het verhaal De Wind door het Sleutelgat, een grimmig sprookje vol wijze levenslessen.

King neemt de lezer nu mee het moeras in, waar ene Tim rondwaart, op zoek naar de moordenaar van zijn vader. De fantasie van King ontspoort hier bijna, als hij ons voorstelt aan 'de moddermensen', een uitgeëvolueerd moerasvolk dat op het randje van uitsterven staat. Dat we ook hier toch weer meegaan in Kings verbeelding, zegt alles over diens verhalende kracht.

In De Wind door het Sleutelgat maakt King een acrobatische spagaat: hij bedient nieuwe lezers, die nooit zijn rondgeleid in de Midden-Wereld, met een prachtige parabel over hoe de mens door zijn angsten te overwinnen kan komen tot verlichting. Hij vertelt troostend over tijd en eeuwigheid, als de jongen Tim doordrongen raakt van een helder besef: 'De tijd is een sleutelgat, dacht hij, opkijkend naar de sterren. Ja, dat denk ik echt. Soms bukken we ons om erdoorheen te gluren. En de wind die we op onze wangen voelen wanneer we dat doen - de wind die door het sleutelgat waait - is de adem van het hele levende universum.'

Voor de ingewijde lezers, de volgers van de reeks die nu over ruim drie decennia is uitgesmeerd, biedt dit achtste deel een verdieping op de cyclus. Eerder niet opgeloste raadselen worden verklaard, soms dankzij minimale aanwijzingen. Zo komen we dankzij een haast vergane brief meer te weten over de onfortuinlijke dood van Rolands moeder.

Hoe een auteur een zo complex samengesteld verhaal zo onbekommerd en schijnbaar onbelast met bijna vijfduizend pagina's voorgeschiedenis kan vertellen, is een raadsel van weer een heel andere orde.

fantasy

Stephen King

Stephen King is de meest verfilmde auteur van onze tijd. Zijn thrillers en romans (Carrie, The Shining, It, The Green Mile, Salem's Lot) zijn vrijwel zonder uitzondering als film verschenen. Voor de verfilming van The Dark Tower bestaan vergevorderde plannen. Een maand geleden maakte filmmaatschappij Warner Bros. echter bekend af te zien van de filmversie. Het script was al geschreven, door Oscar-winnaar Akiva Goldsman (A Beautiful Mind), de rol van scherpschutter was toebedeeld aan 'Gladiator' Russell Crowe. Vorig jaar trok Universal zich terug uit een eerder The Dark Tower-project, waarin de acteur Javier Bardem had moeten schitteren.

Dat de complexe reeks in beeld kan worden gevat, bewijst de stripreeks The Dark Tower van uitgeverij Marvel die in vertaling verschijnt bij Luitingh. De reeks is niet door King geschreven, maar verschijnt onder zijn supervisie.

FILMVERSIE

Toen Stephen Kings epos bij het verschijnen van deel zeven (De Donkere Toren) voltooid leek, besloot hij eerdere delen te herschrijven. Hij ontdekte 'fouten en valse starts' in bijvoorbeeld het eerste deel De Scherpschutter. Dus ging King 'de schilderijen recht hangen, de vloer stofzuigen, de toiletten schoonmaken'.

Uitgeverij Luitingh-Sijthoff heeft het verschijnen van De Wind door het Sleutelgat aangegrepen om de hele reeks opnieuw uit te brengen, in herziene staat.

Herschrijven

undefined

Meer over