Hopeloze zaak

Regelmatig word ik uitgenodigd voor tv-programma's die dieper op de actualiteiten willen ingaan en mij verzoeken om mijn licht te laten schijnen over alles wat met de multiculturele samenleving te maken heeft....

Al jeuken mijn handen en voel ik me soms verplicht als rolmodel op te treden, ik weiger meer te doen dan mijn burgerplicht. Televisie optredenshoren daar niet niet bij. Ik word ook regelmatig gevraagd voor discussies en debatten. Die weiger ik niet altijd. Omdat ik hoop heb. Omdat ik hoop dat discussies ooit meer zullen zijn dan dan zinloos langs elkaar heen praten en almaar verder van elkaar verwijderd raken.

Toch begin ik langzamerhand de moed te verliezen. Groen-Links had op acht maart, internationale vrouwendag, een debat georganiseerd over het emancipatieproces van de allochtone vrouw. Er waren veel allochtone vrouwen uitgenodigd. Er waren ook wat autochtone vrouwen en zelfs een paar mannen aanwezig. Helaas bleef het debat steken in de uitleg door een paar vrouwen met een hoofddoek dat ze niet dom waren en het recht hadden die hoofddoek te dragen. Een normale discussie was haast mogelijk. Dit had GroenLinks ook niet bedoeld, maar de emotionele gootsteen bij de allochtone vrouwen moest eerst nog stevig ontstopt worden.

Ik was verbaasd en teleurgesteld over de behoefte aan uitleg en verdediging bij deze vrouwen met een islamitische achtergrond. Dat zij zich voor de buitenwereld, de Nederlandse samenleving, wilden verdedigen, kon ik me nog indenken. Maar hier? Onder elkaar? Sommige discussies zijn zinloos. Alle discussies over het integratie-of het emancipatieproces van allochtone vrouwen, of het hoe en waarom van importbruiden, enzovoorts. Alles wat met de multiculturele samenleving te maken heeft, is op die manier zinloos.

Discussies zijn nodig om de dialoog te bevorderen. Ik geloof in de dialoog. Maar ik geloof niet dat je door alleen maar te praten tot een complete mentaliteitsverandering komt. Mensen veranderen niet opeens van gedachten, nemen niet zomaar iets nieuws aan omdat een ander zegt dat het beter voor ze is.

Er worden door middel van reclamecampagnes miljoenen euro's uitgegeven om ons aan te sporen meer groente te eten, niet meer te roken, onze gordels om te doen en nuchter achter het stuur plaats te nemen. En toch heeft het vaak weinig zin. We worden niet opeens gezonder, gaan niet massaal stoppen met roken en de drank eist jaarlijks nog steeds duizenden verkeersslachtoffers. Een eventuele verandering vindt tergend langzaam plaats. Omdat gedragsverandering begint met mentaliteitsverandering.

Als er meer pogingen worden gedaan tot stoppen met roken, gordels omgaan achter het stuur en minder drank wordt gemeten in het verkeer, zijn we vaak geneigd te denken dat er ook een mentaliteitsverandering heeft plaatsgevonden. Maar we vergeten daarbij het effect van de verhoogde boetes, het strengere optreden van het controlerend orgaan, de verhoogde maandelijkse lasten en de letterlijke beperkingen die van hogerhand worden opgelegd, zoals het geval is met roken.

Dus, zou je kunnen stellen, heeft een mens meer nodig dan woorden om te veranderen. Vooral als die verandering van buitenaf wordt opgelegd, heeft een mens het nodig om niet alleen te horen maar ook te voelen. Dan pas gebeurt er wat. Dan pas zijn we bereid te veranderen.

En toch hebben we de ijdele hoop om enorme veranderingen teweeg te brengen binnen de moslimcultuur met een mager wapen: het woord. Net zoals normale mensen, veranderen moslims niet eerder dan wanneer ze de noodzaak inzien van deze verandering. En toch verwachten we dat de noodzaak diep van binnen moet komen. Net als normale mensen zullen moslims het niet alleen moeten horen maar ook moeten voelen. En toch worden we ongeduldig en verwachten we, eisen we, een verandering binnen korte tijd.

Net zoals bij normale mensen zal dit proces jaren en jaren duren. En ook verwachten we dat iedereen, zonder uitzondering zich houdt aan deze nieuwe regels. En ook hier weer zullen er, net als bij normale mensen, altijd uitzonderingen zijn.

Meer over