Hoogste tijd voor belasting op vermogenswinst

NEDERLANDSE managers laten zich steeds meer in aandelenopties uitbetalen. Dit bericht in de Volkskrant van 18 juli illustreert een lek in het Nederlandse inkomstenbelastingsysteem....

De burger die rijk genoeg is om voor zich te laten calculeren, weet steeds meer geld door dit lek te sluizen. Aan deze ondermijning van het draagkrachtbeginsel moet hoognodig een einde komen.

Volgens het genoemde bericht hebben enkele honderden Nederlandse managers samen 1,5 miljard aan opties op aandelen in hun bedrijf op zak. Een optie geeft het recht aandelen te kopen binnen een bepaalde tijd tegen een vaste prijs, bijvoorbeeld 50 gulden voor een aandeel Philips. Stijgt de koers van het aandeel Philips naar 80 gulden, zoals onlangs gebeurde, dan kan een koerswinst worden geboekt van 30 gulden per aandeeloptie. Over deze 30 gulden hoeft helemaal geen belasting te worden betaald.

Inkomstenbelasting moet alleen betaald worden over 7,5 procent van de onderliggende waarde van het aandeel. In dit voorbeeld ontvangt de belasting (dus zelfs bij het hoogste tarief) maar 2,25 gulden. Weliswaar zijn niet alle koersen zo fors gestegen als die van Philips, maar over het algemeen konden de laatste jaren in Nederland forse koerswinsten worden gerealiseerd. De afgelopen tien jaren zijn de aandelenkoersen met 150 procent gestegen, terwijl de inflatie met slechts 17 procent toenam.

Door het principe dat de waardetoename van het vermogen niet wordt belast, loopt de belastingdienst niet alleen inkomsten mis, maar nodigt ze ook uit tot belastingvermijdend gedrag. De optieregelingen zijn daarvan slechts een recent voorbeeld.

Een ander voorbeeld is de spectaculaire opkomst van de rentegroeifondsen. Tussen 1989 en 1993 is de inleg bij deze fondsen van 2,4 tot 18,6 miljard gulden gegroeid. Deze fondsen keren hun opbrengsten in koerswinsten uit, waarover de particulier geen belasting hoeft te betalen.

Er zijn nog tientallen andere constructies te bedenken om inkomstenbelasting te vermijden door inkomen om te zetten in één of andere vorm van vermogenswinst. Veel belastingadviseurs verdienen hiermee hun brood.

Het onrechtvaardige aan deze situatie is dat alleen mensen met vermogen van deze regelingen kunnen profiteren en dat zijn vooral de rijksten in onze samenleving. Uit recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het vermogensbezit zeer ongelijk is verdeeld: de helft van het aantal Nederlandse huishoudens heeft per saldo een vermogenspositie van nul, terwijl 10 procent van de huishoudens 65 procent van het totale vermogen bezit. Deze genoemde 10 procent van de huishoudens heeft ook vaak een hoog inkomen.

Doordat deze huishoudens met de grootste draagkracht de mogelijkheid hebben een deel van hun inkomsten aan de belasting te onttrekken, wordt het principe dat de sterkste schouders de zwaarste laten dragen op deze manier ernstig ondermijnd.

Het niet-belasten van vermogenswinsten is niet alleen zeer onrechtvaardig, maar is vanuit het oogpunt van de belastingontvanger ook kortzichtig omdat hierdoor inkomsten worden misgelopen. Inkomsten die zouden kunnen worden gebruikt om de belastingdruk op arbeid te verlagen. We willen immers juist onze arbeid minder belasten en zoeken daarom naarstig naar andere belastingbronnen. Nu, hier dient er één zich nadrukkelijk aan.

Het dichten van het gat in de inkomstenbelasting dat door de betaling met opties op aandelen ontstaat, kan natuurlijk met steeds ingewikkelder reparatiewetgeving worden aangepakt. Dit is tot nu toe een weinig succesvolle weg geweest. Zolang vermogenswinsten onbelast blijven, zullen telkens weer nieuwe financiële constructies worden gevonden.

Het probleem van de ondergraving van het draagvlakprincipe van ons belastingsysteem dient dan ook bij de bron te worden aangepakt, namelijk door de invoering van een belasting op vermogenswinsten.

Dit klinkt radicaler dan het is: in het Walhalla van het liberale kapitalisme, de Verenigde Staten, bestaat een dergelijke belasting al meer dan tachtig jaar. Dan moet de paarse coalitie het daar toch ook over eens kunnen worden.

Alman Metten

Bart van Riel

Alman Metten is lid van het Europees Parlement voor de PvdA en vice-voorzitter van de commissie Economische Zaken. Bart van Riel is diens beleidsmedewerker.

Meer over