Hoogovens gaat er vandoor met de buit van Boël

Hoogovens trekt zich terug uit het wespennest Wallonië, en het lijkt erop dat geen van de partijen daar echt rouwig om is....

De lezing van Hoogovens luidt anders. Het bedrijf wilde Boël weer rendabel maken, en met de walscapaciteit van UGB zou de omzet vergroot kunnen worden. 'Een alliantie voor de toekomst', noemde de Nederlander E. Keddeman de samenwerking bij zijn aantreden als directeur.

Met de familie Boël vormde Hoogovens in 1997 de joint venture Hoogovens/Boël, waarin beide partijen een belang van 50 procent namen. De nieuwe holding kreeg twee dochters. De goedlopende fabriek in het Noordfranse Maubeuge, daarvoor gewoon onderdeel van UGB, werd omgevormd tot een afzonderlijke onderneming.

Hoogovens kreeg UGB in handen na een slepende overnamestrijd. Het Waalse bedrijf was zo goed als failliet, en Hoogovens wilde alleen geld in Boël steken als achthonderd van de ruim tweeduizend banen geschrapt zouden worden.

Dat gebeurde ook, onder protest van de machtige vakbonden. Een gezamenlijke kapitaalinjectie van Hoogovens, de familie en de participatiemaatschappij SWS moest Boël op het goede spoor zetten.

Maar nog geen jaar later ging het al mis. Door de crisis in Azië en Oost-Europa werd de Europese markt overspoeld met grote hoeveelheden goedkoop staal uit genoemde regio's. Boël zag zijn verkoopprijzen volgens een insider met 40 tot 45 procent dalen. Tot overmaat van ramp werd Boël getroffen door technische storingen, waardoor delen van de fabriek lange tijd stil lagen en klanten niet kregen wat ze vroegen.

De talloze stakingen en de stroeve samenwerking tussen Nederlanders en Walen ondersteunen de theorie dat Hoogovens zich heeft vergist in de sociale cultuur van de trotse Waalse industrie. Tot het laatst hebben de Walen de bedoelingen van Hoogovens gewantrouwd, onder meer omdat investeringen uitbleven.

Na het mislukken van de onderhandelingen, die stukliepen op een bedrag van 82 miljoen gulden, doet de Waalse overheid verwoede pogingen om het zorgenkind in La Louvière elders in Europa aan de man te brengen. Desnoods voor het symbolische bedrag van één franc, zoals de Waalse premier Collignon aankondigde.

Intussen is Hoogovens bezig met de eigen toekomst. Het bedrijf voert momenteel besprekingen met de familie Boël om het resterende belang in het Franse onderdeel over te nemen, zo meldt een ingewijde.

Of het een nieuwe eigenaar beter zal vergaan in La Louvière, is onzeker. Ook het Zwitsers-Italiaanse concern Duferco, dat genoemd wordt als kandidaat voor Boël, heeft een slechte reputatie bij de bonden. Het bedrijf nam in Wallonië eerder het failliete Forges de Clabecq over. Van de oorspronkelijke vijftienhonderd medewerkers zijn er zeshonderd over.

Voor 30 maart moet er een reddingsplan ingediend zijn bij de rechtbank in Mons. Als er al een redder komt voor Boël, want een kroonjuweel zal hij niet meer aantreffen.

Meer over