Honing, rotan en koppen

Het wetenschapskatern kopte zaterdag ‘Handel in rotan en honing helpt bosbewoners niet’ boven een artikel, gebaseerd op een proefschrift...

Volgens de promovendus, Koen Kusters, klopt die kop niet. De kop suggereert namelijk dat het kopen van honing en rotan niet goed is voor bosbewoners, terwijl zijn onderzoek juist onderstreept dat dit soort handel cruciaal is voor mensen in tijden van schaarste de eindjes aan elkaar te knopen. Het kan het verschil zijn tussen leven en dood.

De kop stond dus haaks op de inhoud van het artikel, of, zoals de chef van de wetenschapsredactie het zegt: de nuance ontbrak.

Een eufemisme, denk ik. De promovendus zegt dat hij heel veel vragen te beantwoorden heeft gekregen naar aanleiding van die foute kop. Dat is vervelend, al moet ik er wel bij zeggen dat die vragenstellers dan vermoedelijk niet het bijbehorende artikel hebben gelezen. Daar stond namelijk in uitgelegd dat die handel geen kip met gouden eieren is, zoals tot nu toe altijd werd gedacht, maar slechts een schriel kipje.

Letterlijk zei de promovendus: ‘De oogst van bosproducten levert wel extra geld op, maar dat dient vooral als vangnet tussen de oogsten door, als het moeilijk is de eindjes aan elkaar te knopen.’ Kopen helpt bosbewoners dus wel.

Kusters stuurde dit briefje naar de krant. ‘In de Volkskrant van 19 september (katern ‘Kennis’ pagina 3) werd ten onrechte gesuggereerd dat handel in bosproducten niet goed zou zijn voor de mensen die in of nabij het bos wonen. ‘Mijn promotieonderzoek, waar het artikel op is gebaseerd, onderstreept juist dat het geld, dat met de verkoop van bosproducten wordt verdiend, vaak van groot belang is voor mensen om het hoofd boven water te houden.

‘Het levert inkomen op dat nodig is om de eindjes aan elkaar te knopen. Soms betekent het zelfs het verschil tussen leven en dood, wanneer er in tijden van schaarste geen andere inkomensbronnen zijn. Bovendien blijkt uit mijn onderzoek dat handel in bosproducten een prikkel oplevert om natuurvriendelijke landbouw te bedrijven, bijvoorbeeld wanneer mensen bosproducten gaan cultiveren in agrobossen.

‘Deze door mensen gemanagede bossen leveren een duurzaam inkomen terwijl ze tegelijkertijd een enorme biodiversiteit herbergen. Kortom, het kopen van bosproducten heeft positieve gevolgen, voor zowel mensen als natuur. Verantwoorde consumenten kopen dus juist wél honing en rotan uit het bos.’

Het briefje haalde de krant niet om de simpele reden dat fouten niet via de brievenrubriek worden rechtgezet. Maar de klager heeft natuurlijk wel een punt. Zijn verhaal is niet goed geïnterpreteerd door de koppenmaker.

Vervolgens blijkt dat mensen die die kop eenmaal op hun netvlies hebben staan, het bijbehorende artikel lezen vanuit de gedachte die door de kop is ingegeven. Dan helpt het niet meer dat in het artikel genuanceerd wordt uitgelegd dat het wél goed is dat wij honing en rotan kopen, want de teneur is gezet.

Normalerwijze zou ik over zo’n foutje hier niet over schrijven, ware het niet dat donderdag weer zoiets gebeurde. Toen stond op pagina 3 de kop: ‘Rijk schrapt 6.090 banen en schept er 6.610.’

De kop was gebaseerd op een onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarin stond dat minister ter Horst ten onrechte stelt dat er bij de rijksdienst 12.700 banen worden geschrapt. Dat gebeurt wel, maar er komen ook nieuwe banen bij zodat er per saldo slechts 6.090 banen minder zijn, concludeert de rekenkamer.

Dat had wel gekopt kunnen worden: ‘Rijk schrapt 6.090 banen’. De kop ‘Rijk schrapt 6.090 banen en schept er 6.610’ was inderdaad fout. Die suggereert dat er per saldo banen bijkomen, terwijl er ruim 6.000 verdwijnen. ‘Misleidend, tendentieus en foutief’, schreef een lezer. De chef van de centrale eindredactie moest haar gelijk geven.

Het zijn twee voorbeelden die goed aangeven hoe lastig eindredactiewerk is. Een kop moet mensen naar een artikel trekken en dat lukt vaak beter met een pakkende kop, dan met een hevig genuanceerde. Koppen maken is balanceren en als het eens mis gaat, is het ook direct goed mis.

Gelukkig gaat het meestal goed en staan er pakkende koppen in de krant. Zo las ik in de krant van gisteren op de voorpagina de kop ‘Een gouden vondst’, boven een artikel over een Engelse schatgraver die letterlijk goud had gevonden. Mooier kan het bijna niet, al was de kop op de binnenlandpagina over PVV-Kamerlid Brinkman ook treffend gekozen: ‘Op de Antillen begrijpen ze Hero Brinkman eindelijk’. Daarna is het artikel bijna overbodig.

Meer over