Hommage aan Hunter S.

Johnny Depp vond het manuscript van The Rum Diary in 1998 en verfilmde het als hommage aan zijn inmiddels overleden vriend Hunter S. Thompson. 'Het was een enorme liefdesaffaire.'

FLOORTJE SMIT

Daar zit hij opeens, Hunter S. Thompson. Moeiteloos transformeert Johnny Depp (48) in de schrijver-journalist als hij voordoet hoe deze zout op zijn eten doet. De acteur schudt een denkbeeldig zoutvaatje twee keer, zorgvuldig. Dan leunt hij iets naar achter en bekijkt het al net zo denkbeeldige bord alsof hij de laatste hand legt aan een schilderij.

En daar is Depp weer, in het zaaltje van het Four Seasons Hotel in Los Angeles. 'Hunter kon doodgewone dingen tot kunst verheffen. Met de peper erbij kon dit een half uur duren. En zo schreef hij ook. Met een sigaret in de mond' - pom, met een grote zwaai tikt Depp met een uitgestoken vinger op tafel - 'één toets.' Pom pompom. Pompompom. 'Een feest om te zien. Een vreemd ballet op een toetsenbord.'

Nu was Thompson (1937-2005) ook een flamboyante man met uitgesproken manieren, maar er zijn weinig mensen die die zo goed kennen als Depp. Niet alleen was hij een goede vriend, ook speelde hij twee keer zijn alter ego in een boekverfilming. Nu, als Paul Kemp, werkt hij in The Rum Diary in Puerto Rico als beginnend verslaggever voor The San Juan Star. In 1998, in Fear and Loathing in Las Vegas, was hij Raoul Duke, een journalist die eigenlijk een sportevenement moet verslaan, maar verstrikt raakt in een permanente high en een zoektocht naar de Amerikaanse Droom.

'Ik weet nog dat ik op de eerste opnamedag van die film een telefoontje kreeg van Bill Murray, die Hunter al eens gespeeld had in Where the Buffalo Roam (1980). Hij zei: ik moet je waarschuwen. Waarvoor, vroeg ik. Nou, zei hij, weet je, die manier van spreken, met dat ritme, en die manier van denken die je overneemt als je hem speelt?

'Ja?'

'Dat gaat nooit meer weg.'

Een hommage verstopt in smakelijke anekdotes - het geldt net zozeer voor de persbijeenkomst als voor het mede door Depp geproduceerde The Rum Diary. De film laat de Hunter S. Thompson zien voordat hij met zijn stukken voor Rolling Stone naam maakte als 'geestelijk vader van de gonzo-journalistiek', een manier van verslaggeven waarin de journalist zichzelf opvoert als actieve deelnemer en feit en fictie vermakelijk met elkaar mengt. Hier is Thompsons alter ego een jonge man nog, die net uit de luchtmacht is gestapt en nog niet volop experimenteerde met zaken als mescaline en 'sunshine acid'. Kemps grootste zwakte zijn aanvankelijk 'slechts' de kleine flesjes uit de minibar. De film laat eindelijk wat van de charmante heer in Thompson zien - een kant die weinig mensen van hem kennen, aldus Depp. Maar het is een jonge versie van dezelfde man, benadrukt hij ook, eentje die zijn leven lang overhoop lag met autoriteiten en die in San Juan vond wat hem later groot zou maken.

'Alle ingrediënten zitten erin: zijn woede, zijn bezorgdheid. Hij moest alleen nog zijn stem vinden, zijn stijl. Dat kwam niet lang daarna.'

Overigens werd The Rum Diary begin jaren zestig keer op keer door uitgevers afgewezen. Het boek werd pas in 1998 gepubliceerd, toen Thompson al een trouwe aanhang had. Het was Depp zelf die tijdens voorbereidingen voor Fear and Loathing in Las Vegas het oude manuscript uit een doos plukte, 'ergens tussen de kersensteeltjes, cocktailservetjes en al die andere dingen die Hunter al die tijd bewaard had.'

Depp vertelt het zo smakelijk dat je Hunter zo ziet zitten: in kleermakerszit, op de grond, in een ongetwijfeld chaotische kamer, gebogen over het stapeltje papier dat met elastiek was samengebonden. 'Jezus man, dit is verdomd goed!', zegt Thompson. Depp knikt instemmend. Het moet gepubliceerd worden, bedenkt het duo meteen. En ook verfilmd, nu ze toch bezig zijn. 'Hunter verspilde nooit tijd.'

Een verhaal om van te smullen. En zo heeft Depp er wel meer.

Neem hun eerste ontmoeting - ook met de herinnering aan Hunters entree weet hij de aanwezige journalisten te betoveren. 'Het was rond Kerst, 1994. Ik ging skieën in Aspen en een vriend zei: 'Als je rond middernacht in de Woody Creek Tavern bent, dan zorg ik ervoor dat Hunter daar ook is.' '

'Dus ik ging helemaal achter in die kroeg zitten, en inderdaad, rond middernacht vloog de deur open. Het enige dat ik in eerste instantie kon zien waren vonken die alle kanten opvlogen en mensen die wegdoken.

'Out of my way, you basterds', hoorde ik iemand brommen. En het was alsof de zee uiteen week, voordat hij plotseling voor me stond. Een southern gentleman: 'Mijn naam is Hunter, aangenaam'. En dat was het. Als we niet bij elkaar waren, hingen we wel met elkaar aan de telefoon. Het was een liefdesaffaire, een enorme liefdesaffaire, en dat bleef het tot hij eruit stapte.'

Waar die 'vonken' vandaan kwamen? Door het taser-geweer waar Depp in andere versies die op internet circuleren aan refereert? Was het de magie van de man? Of is Depp inmiddels ook meester geworden in die vermakelijke vorm tussen feit en fictie, met overdrijving als favoriet stijlmiddel?

Hoe dan ook: dat hij hem daarna niet meer losliet, is logisch. Thompson moet een soort oerkracht zijn geweest, eentje die krankzinnige avonturen aanzuigt. En wie zou een man kunnen weerstaan die - al belt hij tijdens filmopnames - zegt: 'Kolonel, ik heb je nodig in Havana. De komende week.' Of die je belt met de vraag wat je van de 'hairy black tongue disease' weet.

'Ik was met Thompson op promotietournee voor een nieuw boek. Overal stelde hij me voor als zijn Ray, zijn 'road manager en hoofd beveiliging'. Maar dat is Johnny Depp, zeiden mensen dan vertwijfeld. En dan zei hij: 'Nee! Nee! Dat is Ray'.

'Toen kreeg Hunter last van zijn rug en moesten we daarom vijf dagen in San Francisco blijven. Ik zat dus letterlijk vijf dagen met hem opgesloten, in één suite. En laat ik dit zeggen: al die dingen die je leest in Fear and Loathing in Las Vegas? Allemaal waar. Van de grapefruits tot de garnalencoctails. Op zo'n moment lééf je in zijn toekomstige boek.

'Op een bepaald moment zei Hunter - en ik zweer je dat er op dat moment geen geestverruimende middelen in het spel waren: Wat was dat?

'Ik zei: Wat?

Mastiff, zei hij.

'Wat?

Ik hoorde een mastiff. Hoorde jij niets?

'En ik dacht: het zal die immense invloed van Hunter zijn, maar het zou best weleens kunnen dat ik ook iets gehoord heb. Dus we gingen de gang op en inderdaad, net om de hoek zien we nog de staart van een enorme hond verdwijnen. En er lag een zwart kaartje met gouden letters op de grond waarop stond: mijn naam is Armando. En ik kan je helpen. Er stond een telefoonnummer bij. Natuurlijk hebben we meteen gebeld.

'Waarmee kun je ons helpen, vroegen we.

'Wat zou je willen?, zei de stem aan de andere kant.

'Ja, weet ik veel, man, ik vroeg niet om hulp, jij bood het aan. Dat soort dingen dus. Die gebeurden regelmatig.'

De verhalen zijn bitterzoet: alles staat in het licht van Thompsons zelfmoord in 2005 - al zal Depp dat woord niet gebruiken. 'Made his exit', zegt hij consequent. 'Hij nam de uitgang.' En dat is waarschijnlijk hoe Thompson het zelf zag toen hij zichzelf op 67-jarige leeftijd door het hoofd schoot. De man die verslingerd was aan een soort eeuwige jeugd, had te maken met gezondheidsproblemen.

'67. Dat zijn zeventien jaren meer dan 50. Zeventien meer dan ik nodig had of wilde', schreef Thompson in zijn afscheidsbrief.

Voor Depp was het een klap. 'Toen ik het hoorde was ik hier, in Los Angeles. Mijn zus kwam naar me toe, en toen ik haar gezicht zag, wist ik het meteen - je kunt dat soort slecht nieuws van een gezicht aflezen. Dus ik vroeg: wie is het?

'En zij zei: Hunter.

'En ik vroeg: hoe? Want als je ooit enige tijd met hem had doorgebracht, wist je dat hij zijn leven dicteerde, niet andersom. Het was er niet het type naar om op een dag van ouderdom uit zijn stoel te glijden. Je wist gewoon dat hij het zelf zou doen. Dus ik was misschien niet erg geschrokken, maar ik heb hem wel vervloekt. Kom op, man, een telefoontje had toch nog gekund? Een laatste practical joke voordat je het doet?' De film die ze samen hadden willen maken, is er in ieder geval toch gekomen. Als eerbetoon stond er standaard een stoel met een flesje whisky en een pakje sigaretten op de set.

Wat Thompson had gevonden van het eindresultaat?

'Ik denk dat hij er erg blij mee zou zijn, al had hij vast eerst iets sarcastisch gezegd voordat hij dat had toegegeven - zoals hij deed bij Fear and Loathing. Want dat moest hij doen. Hij moest je eerst eventjes laten spartelen.'

Voor regisseur Bruce Robinson is The Rum Diary de eerste film sinds negentien jaar. En toch is de keuze niet heel vreemd: Depp en Thompson ontmoetten Robinson na zijn eerste film - cultklassieker Withnail & I - om hem te vragen of hij Fear and Loathing in Las Vegas wilde regisseren. Maar Robinson had na slechte ervaringen rondom het geflopte Jennifer 8 bezworen nooit meer te regisseren - Terry Gilliam nam die taak uiteindelijk op zich.

Toen de acteur Robinson voor The Rum Diary benaderde, kon hij niet meer weigeren. 'Ik bedoel: Depp is de grootste filmster ter wereld. En hij begon mij echt lastig te vallen. Hij bleef maar bellen: hoe bedoel je, je doet het niet? Je doet het wel. En voor ik het wist deed ik het toch.'

Regisseur Robinson van Rum Diary

Nederlandse heruitgaven van het werk van Thompson

Het bezwaar tegen Hunter S. Thompson

betreft meestal niet de man zelf. Thompsons journalistieke methode was vernieuwend en zijn proza was - in zijn beste jaren - lucide. Dit ondanks (en ook dankzij) de veelal benevelde toestand van de auteur. Op latere leeftijd leek Thompson te betalen voor zijn mythische drugsconsumptie: de destructie behoedde hem voor een volwaardig schrijverschap.

De kritiek richt zich vaak op zijn navolgers: de hordes journalisten die in de geest van Thompson - maar vaak zonder diens brille - zichzelf op de voorgrond plaatsen en hun onderwerp tot bijzaak of decor reduceren.

Ter gelegenheid van de Nederlandse première van The Rum Diary verschijnt een deel van Thompsons oeuvre in een (nieuw vertaalde) Nederlandse heruitgave bij Lebowski Publishers: Rum Dagboek, Hells Angels en Angst en walging in Las Vegas. Ook wordt er vanavond een speciaal en vrij toegankelijk Rumfeest gehouden in hotel V te Amsterdam, waar meer en minder bekende scribenten hun 'haat/liefdegevoelens jegens Hunter' zullen uiten. Onder de sprekers onder meer DWDD-huisdichter Nico Dijkshoorn, Volkskrant-journalist John Schoorl en succesauteur James Worthy.

undefined

Meer over