Hollywood aan de Donau

Boedapest wordt het Europese Hollywood. De in die stad wonende schrijver Jaap Scholten legt uit waarom Nederlandse filmmakers liever grachten als filmset nabouwen, dan dat ze in Amsterdam draaien.

Op de vluchten Boedapest-Amsterdam kom ik tegenwoordig vrijwel altijd Nederlandse acteurs en actrices tegen. Ik kan niet meer door de Andrássy út lopen zonder op een stoet donkere bussen van een filmproductie te stuiten. De Boedapesters vloeken als er weer een brug over de Donau is afgesloten voor een ploeg in ski-jacks met baseballpetjes op. Wat is er aan de hand in deze stad?

Een Hongaars stuntpaard galopeert met Barry Atsma in het zadel de kasseien op van een middeleeuws plein en steigert. Iets verderop staat een lange rij figuranten in gele en bordeauxrode uniformen van het leger van de Hertog van Alva met een plastic bekertje in de hand te wachten op een slok thee of koffie. De stadspoort van Haarlem, een deel van de binnenstad en een scheepswerf aan het Spaarne zijn nagebouwd. Kenau speelt in de tijd dat de Hollanders goed waren met zwaarden en paarden. Het nieuwe 16de eeuwse Haarlem ligt op het studioterrein van het staatsfilmbedrijf MAfilm in Fót, ingeklemd tussen de set van Asterix en Obelix en die van Dachau, het concentratiekamp dat nagebouwd werd voor Steven Spielbergs Munich.

Op de stadswallen schreeuwt de onverzettelijke heldin Kenau (Monic Hendrickx) even later dat er meer stenen moeten komen. Een leger woeste, Hongaarse huurlingen probeert de stadspoort over te nemen. In Spaans uniform staan ze op houten ladders met zwaarden te zwaaien. Rotsen van grijs polystyreen worden naar boven doorgegeven door mannen en vrouwen in middeleeuwse lompen. Een leger figuranten en technici kijkt toe. Monic Hendrickx smijt stenen op de Spanjaarden. Instructies voor cast en crew worden in het Engels geroepen, de stuntmannen en figuranten worden in het Hongaars toegesproken. Regisseur Maarten Treurniet wil een nieuwe take. In de trailer eet een Hongaars stuntpaard hooi. In een stoel in de zon onder aan de stadswal ligt Barry Atsma te slapen.

Een dag later kom ik de acteur tegen bij het boarden van een vlucht naar Amsterdam. Ik vraag hoe het filmen in Hongarije bevalt. Atsma: 'Voordeel is dat je je heel erg op je rol kunt focussen. De dagelijkse afleiding van het gewone leven ontbreekt. Maar ik heb er wel een moreel probleem mee dat ondertussen 60 procent van de Nederlandse postproductiebedrijven failliet gaat en dat veel grote Nederlandse verhalen nu in het buitenland worden gedraaid met een crew die grotendeels niets heeft met die verhalen. Deze crew bestaat voor tweederde uit Hongaren. Het verhaal van Kenau draait om de vraag: in hoeverre ben je bereid je op te offeren voor een groter ideaal? Dat is een belangrijke vraag, hoe actueel is die? Met de geluidsman kan ik daar wel over praten. Daardoor kan je je rol ontwikkelen en groeit het gevoel dat je met z'n allen iets moois maakt. De Hongaarse cameraman zegt alleen: 'Great, how you jumped from the horse!' Begrijp je het verschil?'

De Hongaarse façade

Boedapest wordt geroemd omdat het zo veel gezichten heeft. Het heeft in films al als stand-in gediend voor Buenos Aires (in Madonna's Evita), Parijs (in Spielbergs Munich), London, Rome, Berlijn, Sint Petersburg. In zekere zin is heel Pest één grote filmstudio. Het is geen Potemkinstad (een nepstad gebouwd om indruk te maken), maar het scheelt niet veel. De Hongaren zijn meesters in façades. De boulevards van Boedapest stralen grandeur uit, maar als je goed kijkt, zijn de meeste panden grote schoenendozen waar gipsen of uit aardewerk gebakken ornamenten tegenaan zijn geplakt: zuilen, halve zuilen, motieven uit de oudheid of bloemmotieven. Het is tot in perfectie uitgevoerd zichtwerk.

Bij de scheepswerf aan het Spaarne in Fót zagen Hongaarse timmermannen lange, brede planken in stukken. In enkele dagen tijd bouwen zij de Magdalena, de boot die in Kenau een belangrijke bijrol vervult. De Nederlandse productieleider is onder de indruk van het vakmanschap en de snelheid van de Hongaarse timmerlui. Het zijn duivelskunstenaars. Ze zijn in staat onmogelijke klussen ineens af te hebben.

Houdini was niet toevallig een Hongaar. Ze zijn gemaakt voor de wereld van show en make-believe. Het uiterlijk is belangrijk. Je kleedt je mooi aan als je de deur uitgaat. De Hongaar houdt van ouderwetse hoffelijkheid, je houdt de deur open voor een vrouw, in de opera help je een dame in haar jas en als je het echt op de heupen krijgt, geef je een handkus. Thuis sla je haar misschien, maar op straat behandel je haar met alle egards. In gesprek of onderhandeling moet je goed luisteren, de antwoorden zijn niet hoekig en rechtstreeks als bij Hollanders, maar enigszins verhuld in beleefd katholieke traditie.

Het communisme en alle onzekere tijden die er op volgden, hebben het langetermijndenken vernietigd. Ook daarom past het veel hedendaagse Hongaren goed om zich uit de naad te werken voor een loon dat aan het eind van de dag wordt uitbetaald. Ze hebben weinig keuze, de hele Hongaarse aannemerij ligt op zijn gat. De filmindustrie profiteert daarvan. De werklieden kunnen niet kieskeurig zijn. De beste timmerlieden staan in de rij om voor een bescheiden loon op dag- of weekcontract te komen werken.

Hetzelfde geldt voor figuranten. De economische malaise zorgt voor harde concurrentie. Een Hongaar die al jaren als figurant zijn geld verdient, vertelt: 'Bij castings voor Hollywoodfilms verschijnen vier à vijfduizend mensen, terwijl ze misschien vierhonderd man nodig hebben. Je werkt op een dagcontract en kan elk moment ontslagen worden. Gewoonlijk starten we om 6 of 7 uur 's morgens en werken tot 6 uur 's avonds. Aan het begin van de dag zegt de leidinghebbende namens het castingsbureau: 'Als iemand het hier niet bevalt, kan hij nu weggaan en nooit meer terugkomen.' Je verdient 7.000 forint (25 euro) voor twaalf uur. Figuranten die met hun gezicht in beeld komen, verdienen 12 duizend forint (43 euro) per dag. Bij Hongaarse films krijg je niets te eten, bij buitenlandse film krijg je rijst met rijst. Als de buitenlandse regisseur bij je in de buurt zit, krijg je er een kippenpoot bij.'

Productie in het Oostblok is veel goedkoper dan in het Westen en zal dat voorlopig blijven. De concurrentie van Hongarije zit in Tjechië, Roemenië, Servië en vooral Bulgarije. In het Bulgaarse Sofia is een set van 10 duizend vierkante meter van downtown New York gebouwd, waar veel producenten heen gaan. Maar op het moment heeft Hongarije ten opzichte van alle buurlanden de beste positie als filmlocatie en dat is een zegen voor het land. Het is een hoopgevend voorbeeld. Want door het autistische optreden van de leidende, politieke klasse kijken veel buitenlandse investeerders in andere sectoren van de Hongaarse economie voorlopig de kat uit de boom. Met het gevolg dat er voor elke nieuwe buitenlandse film een leger werklozen klaarstaat om als figurant, timmerman of stuntman aan de slag te gaan.

Van propaganda naar porno

De Hongaarse cinema begon met een openbare filmprojectie in het Royal Hotel in Boedapest in 1896, het jaar dat Hongarije haar duizendjarige bestaan vierde. Een wet die bepaalde dat er belasting moest worden betaald op geïmporteerde films, met een 20 procent of meer belastingvrijstelling voor elk bedrijf dat ook Hongaarse films produceerde, gaf de lokale studio's in 1929 een enorme impuls. Tussen de twee wereldoorlogen werden er veel Duitse films in het destijds vloeiend Duits sprekende Hongarije gedraaid. Vanaf 1935 riep extreem-rechts dat de Hongaarse filmwereld 'vergiftigd is door Joden'. Later volgden anti-semitische wetten waardoor niet meer dan 6 procent van de Hongaarse Filmbond Joods mocht zijn. Veel talent verliet het land (zie kader).

In 1948 werd de filmindustrie door de communisten genationaliseerd en onder minitieuze staatscontrole gebracht. Lenin had al verklaard dat film het uitgelezen medium was om de massa op te voeden. Stalin opende in Moskou de enorme MOSfilmstudio's waar vijfduizend man werkten. De vazallen in de satellietstaten volgden Stalins voorbeeld en investeerden fors in propaganda met bewegend beeld. In Boedapest verrezen de MAfilmstudio's in Roná utca en in Fót. Dankzij ongebreidelde staatsfinanciering konden de dictatuurgetrouwe regisseurs decennia lang technisch complexe en dure films maken.

Samen met het IJzeren Gordijn viel in 1989 de ongelimiteerde staatsfinanciering weg. De voormalige Oostbloklanden met hun grote studio's, ervaring in technisch complexe films en supergoedkope mankracht lagen open. Roemenië, Bulgarije, Hongarije. Tsjecho-Slowakije; allemaal boden zij zich aan. Het Praag van Václav Havel won de slag om de gunst van het Westen en bouwde in de jaren negentig naam op als solide, professionele plek voor filmproductie. Hongarije met haar rijke filmtraditie kreeg de troostprijs. Boedapest verwierf het predicaat 'Bangkok aan de Donau'. Een overvloed aan gewillige, mooie vrouwen uit Hongarije en Oekraïne, de aanwezigheid van goedkope technici en een scharrige regelgeving maakte Boedapest tot pornohoofdstad van Europa.

Van Branco naar Brangelina

Rond de milleniumwisseling werkten de meeste 'acteurs' en 'actrices' die je in Boedapest kon aantreffen dan ook in adultmovies. De porno-actrice Ilona Staller, bekend onder de artiestennaam Cicciolina, probeerde een plek in het Hongaarse parlement te veroveren en bood in 2002 Saddam Hussein haar seksuele diensten aan in ruil voor het in Irak toelaten van internationale wapeninspecteurs. De kinderen van Ricardo Branco, bekend van klassiekers als Titillators en Ass-Alicous, zaten op de Britse school in Boeda. Deze in Boedapest wonende Italiaanse pornoster en producent was met een bloedstollend mooie Hongaarse getrouwd. De entree van die twee ging bij ouderavonden gepaard met gemor en gekir van opgewonden moeders, maar bracht niet de grandeur een oude dame als Boedapest waardig.

Hongarije kent nu een belastingteruggave van twintig procent: 20 procent van de onkosten van het belastbaar bedrag mag worden afgetrokken, en een 'tax shelter', waardoor het voor inversteerders zeer voordelig is in film te investeren. De daarmee samenhangende kostenbesparing dwong buitenlandse producenten voor Boedapest te kiezen. Langzaam bouwde Hongarije de benodigde routine en infrastructuur uit; technici, materieel, filmsets in de openlucht, stuntmannen, kapsters, visagisten en weet ik wat nog meer om een film te maken. Grote, moderne studios werden rond Boedapest gebouwd en bestaande studio's werd nieuw leven in geblazen: de Korda- studio's, de Sternstudio's, MA filmstudio's en Raleighstudio's. Die laatste bezat volgens kenners bij oplevering in 2010 de beste opnamestudio van de wereld.

Het belastingvoordeel bracht de afgelopen jaren een sliert buitenlandse producties het land in. I Spy, Underworld, Hellboy 2, Pillars of the Earth, Carlos the Jackal, Being Julia, Munich, Eragon, The Boy in the Striped Pyjamas, The Rite, The Borgias, Season of the Witch, Bel Ami, Monte Carlo, Mission Impossible, 47 Ronin, A Good Day to Die Hard, World War Z, In the Land of Blood and Honey. De afwezigheid van vakbonden en de gedrevenheid en gedienstigheid van de lokale crews maakt Hongarije geliefd bij Amerikaanse producenten. En anders dan bijvoorbeeld Sofia of Belgrado is Boedapest, met de elegantie en charme van het oude Europa, een stad waar een verwende Amerikaanse acteur prima drie of vier maanden kan verblijven.

De komst van de internationale films en casts pept het eigenbeeld van Boedapest als kosmopolitische metropool op. De bewoners van Boeda kijken er niet meer van op Nicholas Cage bij de crêche tegen te komen. Toen Brad Pitt en Angelina Jolie kwamen, zoemde het door de stad: waar gaan ze wonen, op welke school doen ze hun kinderen? Nadat de keuze bekend was, kwamen ineens opvallend veel ouders op de Franse school hun kinderen zelf brengen. Op het schoolplein stonden ze voor dag en dauw op hun paasbest klaar.

Johnnie, het 9-jarige zoontje van een onberispelijke Engelse vriend, zat met Pax in de klas, een kind uit de verzameling van Brangelina. De meeste Hongaarse kinderen waren door hun ouders gehersenspoeld zo'n beetje alles te doen, buiten doodslag, om een band met het kroost van Pitt en Jolie op te bouwen. Een Hongaars klasgenootje bracht elke dag zakken snoep en dozen Lego mee voor Pax. Toen het op die manier niet lukte een plek in zijn hart te veroveren, verscheen het jongetje met eenzelfde zigzagkapsel als Pax op school. De moeder van het jongetje had eerder al tevergeefs haar muisblonde lokken zwart geverfd en laten knippen à la Jolie style du jour.

Tot Pax' eer strekt het dat hij ongevoelig was voor de omkoperij en intimidatie en Johnnie tot zijn boezemvriend koos. Johnnie had er geen idee van wie de ouders van Pax waren.

Creativiteit en corruptie

Die influx van filmploegen brengt vrolijke rumoer met zich mee. Vince Vaughn die het te bont maakt in nachtclub Moulin Rouge aan de Nagymezo út. De wapens van Brad Pitts World War Z die door speciale eenheden van de Hongaarse politie op het vliegveld in beslag worden genomen. Steven Spielberg die zweert dat hij nooit meer een film in Hongarije zal maken, omdat hij voor Munich de verkeerde lokale hulp had ingehuurd en door de wijkambtenaren gek werd gemaakt. Het verlenen van vergunningen om op locatie te filmen werd tot dan toe overgelaten aan de lokale overheden en die waren, zachtgezegd, niet vrij van corruptie.

De gewone Boedapesters hebben de schurft aan de filmploegen, aan het afsluiten van straten, aan het wegslepen van auto's, aan de zware jongens van Pereházy-security die de locaties afgrendelen en aan de herrie 's nachts van generatoren. Ook vragen zij zich af waar al het geld blijft dat door de lokale autoriteiten met de filmvergunningen wordt verdiend.

De vergoedingen voor het afhuren van straten waren stevig, variërend en niet transparant, oplopend tot 12 duizend forint (43 euro) per vierkante meter per dag in de Boeda-burcht. Een speelfilm heeft duizenden vierkante meters per dag nodig, een reclame of een muziekvideo enkele honderden meters.

Alleen de Andrássy út, alle bruggen over de Donau en nog enkele plekken werden uitgegeven door het centrale stadsbestuur voor 1.500 forint (5,40 euro) per vierkante meter per dag. Daarom zie je die plekken veelvuldig in films en commercials terug.

De huidige conservatieve regering heeft Andy Vajna in 2009 tot directeur van het Hongaarse filmfonds gemaakt. Vajna bepaalt welke films financieel worden ondersteund. Hij is nu, zoals Victor Orbán dat is van het land, de absolute paus van Hongarijes filmindustrie, deels geliefd, deels gehaat. Vajna vluchtte in 1956 met zijn ouders het land uit en begon als kapper en pruikenmaker in Hollywood. Hij richtte Caralco Pictures op en werkte zich op tot uiterst succesvol producent van onder meer Rambo, Die Hard, Terminator en Basic Instinct.

De Hongaarse filmweek is dit jaar voor het eerst in 47 jaar niet doorgegaan. 'Er is niets om te tonen', zegt regisseur Béla Tarr. Tarr, voorman van de Hongaarse filmmakers, kan het bloed van Andy Vajna wel drinken. Hij houdt hem verantwoordelijk voor de ondergang van de auteursfilm en neemt hem kwalijk dat hij een Hollywoodblockbusteraanpak loslaat op de Hongaarse cinema, een cinema die volgens Tarr slechts kan bestaan in de bescheiden vorm van persoonlijke verhalen, in eigen stijl verteld. Veel Hongaarse regisseurs krijgen de laatste jaren hun films niet gefinancierd.

Toch zijn er ook stemmen die zeggen dat het misschien niet slecht is dat een multimiljonair de opperbaas van het Hongaarse filmfonds is geworden, omdat een man met een privé vliegtuig zich nu eenmaal niet voor twee miljoen forint laat omkopen. Het voormalige filmfonds was doortrokken van corruptie en ging te gronde met 50 miljoen euro schuld. Het filmfinancieringsprogramma was voorheen boven alles gebaseerd op 'kick-backs' - het was een publiek geheim dat als je subsidie wenste een deel moest terugvloeien naar de mensen van het fonds. De achtergelaten boedel van het fonds bestaat uit dubbel ingediende rekeningen, fictieve contracten, vervalste werknemersverklaringen, betalingen voor overbodige rapporten en aan elkaar uitgedeelde bonussen en prijzen.

Eén dezer dagen wordt een door filmpaus Vajna voorgestelde wet in het Hongaarse parlement aangenomen die bepaalt dat de vergunningen voor filmlocaties in Boedapest centraal worden uitgegeven voor vaststaande, algemeen bekende prijzen die een fractie zijn van de huidige. Centralisatie is nog geen garantie dat corruptie verdwijnt, maar het zal dan in ieder geval gecentraliseerde corruptie zijn. Een locatie-aanvraag moet binnen een week worden beantwoord anders mag de filmploeg er kosteloos draaien. Het twaalfde district en de omgeving van de oude burcht en het voormalige Habsburgpaleis worden ineens vele malen goedkoper. Daarnaast wil Vajna de belastingteruggave van 20 procent naar 25 procent verhogen, waardoor Hongarije nog aantrekkelijker wordt als filmbestemming.

Zwaarden en paarden

Ik vraag Adam Goodman van Mid Atlantic, co-producent dan wel productieservicebedrijf van vrijwel alle grote Hollywoodproducties in Hongarije hoe hij de toekomst ziet. 'Het is heel eenvoudig; Hongarije heeft een zonnige toekomst op filmproductiegebied als ze de lonen stabiel houden en de belastingteruggave blijft bestaan. Als de mensen hebberig worden en de prijzen omhooggaan, zal de industrie zich verplaatsen naar goedkopere landen, naar Bulgarije, Oekraïne. Wie zal het zeggen.'

In Nederland leeft er grote zorg. Doordat landen als Hongarije, België en eigenlijk bijna alle Europese landen een belastingteruggave hebben, heeft een deel van de Nederlandse filmindustrie het nu zwaar. Op 11 april zal er (waarschijnlijk in Den Haag) een nationale filmtop zijn waar de Nederlandse filmindustrie en de ministers van Cultuur en Economische Zaken elkaar ontmoeten. Anna Drijver, die bij de filmtop de acteursbelangen zal vertegenwoordigen: 'Vrijwel alle Europese landen bieden belastingvoordelen voor de filmindustrie, alleen Nederland niet. Behalve dat er facilitaire en postproductiebedrijven ten gronde gaan, is het voor acteurs niet gunstig. De meeste acteurs werken ook in het theater. Met de reistijd naar Hongarije of andere landen kan dat onmogelijk gecombineerd worden. Bovendien zijn bij het draaien de figuranten buitenlands wat ongemakkelijk werkt. Kleine rollen worden door lokale acteurs gespeeld, die dan gedubd worden. Dat komt de kwaliteit en geloofwaardigheid niet ten goede.'

Kenau productiemanager Ilse Ronteltap: 'In Nederland zou je deze film niet kunnen maken, zulke grote sets, zo veel figuranten, dat zou eenvoudigweg onbetaalbaar zijn. Als je ziet wat ze hier hebben gebouwd, dat krijg je in Nederland niet voor elkaar: financieel niet en qua ruimte niet.

De productie van buitenlandse films in Hongarije levert het land jaarlijks tientallen miljoenen euro's op en voorziet duizenden (technici, acteurs, stuntmannen, paardenmannen, figuranten, timmermannen, hotelreceptionisten, et cetera) van een baan. Daarnaast brengt het enige glorie naar Boedapest in een tijd dat het land vrijwel alleen maar negatief in het nieuws komt. En het opmerkelijke is dat dat gebeurt op een wijze die de huidige conservatieve regering, met haar focus op de oude Hongaarse ziel, zal bevallen: met behulp van paarden en zwaarden.

Als je op de sites van Hongaarse stuntbedrijven kijkt, valt op dat bijna elk bedrijf als specialisatie 'All horse work' en 'Swordplay on horseback' noemt. Co-producent Adam Goodman beaamt het: 'Voor Die Hard moesten we voor de achtervolgingen stuntmannen uit Groot-Brittannië invliegen. Met auto's en dergelijke missen ze de ervaring. Maar met zwaarden en paarden zijn de Hongaren onovertroffen.'

EXTRA

BARRY ATSMA OVER KENAY

Barry Atsma, die voor de opnamen van Kenau in Boedapest was, zegt over het uitwijken van Nederlandse filmproducenten naar het buitenland: 'Ik heb er een moreel probleem mee dat ondertussen 60 procent van de Nederlandse postproductiebedrijven failliet gaat en dat veel grote Nederlandse verhalen nu in het buitenland worden gedraaid met een crew die grotendeels niets heeft met die verhalen.'

EXTRA

WAAR GAAN ZE WONEN?

Toen Brad Pitt en Angelina Jolie naar Boedapest kwamen, zoemde het door de stad: waar gaan ze wonen, op welke school doen ze hun kinderen? Nadat de keuze bekend was, kwamen ineens opvallend veel ouders op de Franse school hun kinderen zelf brengen. Op het schoolplein stonden ze voor dag en dauw op hun paasbest klaar.

EXTRA

HONGAREN IN HOLLYWOOD

De bekendste Hongaren die naam maakten in Hollywood hebben gemeen dat ze geboren werden in Joodse families en meestal zijn geëmigreerd tijdens het Horthy-regime in de jaren van de anti-Joodse wetten. In de Verenigde Staten verengelsden zij hun naam. Tussen haakjes staat de geboortenaam.

William Fox (Vilmos Fried, moeders naam Fuchs), producent en oprichter van Fox Film Corporation.

Michael Curtis (Mihály Kertész), Oscarwinnende regisseur vooral bekend van Casablanca.

Peter Lorre, (László Löwenstein), acteur bekend van onder meer The Maltese Falcon, Casablanca en The Raven.

Alexander Korda (Sándor László Kellner), filmtycoon, meerderheidsaandeelhouder in United Artists, producent van onder meer Orson Welles' The Third Man.

Tony Curtis, (Bernard Schwartz) acteur, bekend onder meer door films van Billy Wilder als Some like it hot.

Zsa Zsa Gabor, (Sári Gábor), Miss Hongarije 1936, actrice, beroemdheid (ook bekend door het feit dat zij negenmaal trouwde).

EXTRA

NEDERLANDSE FILM IS ONTWIKKELINGSHULP

Kenau-producent San Fu Maltha (Zwartboek, Oorlogswinter) wil 11 april naar de filmtop in Den Haag, maar wacht nog op een uitnodiging.

'Je kunt de Nederlandse film momenteel beschouwen als een soort ontwikkelingshulp. Kenau heeft een budget van 6 miljoen euro en daarvan geven we er vijf uit in het buitenland. Of dat wenselijk is, lijkt me een terechte vraag.'

Maltha verbood de regisseur van Kenau (Maarten Treurniet, De Heinekenontvoering) ook maar een enkele scène te filmen in Nederland, zelfs diens salaris moet via een Belgische route worden uitbetaald. 'Het kan niet anders. In Nederland bestaan geen regelingen waarbij je na bestedingen een percentage van het geld terugkrijgt van de overheid en in alle omringende landen wel.' Zo vindt de nabewerking van Nederlandse films nu standaard plaats in België en behalve filmbedrijven brengen ook Nederlandse crewleden hun bedrijfjes daar onder. Die worden dan 'film-Belg'.

Mede door het ontbreken van een 'tax shelter' met belastingvoordeel voor filminvesteerders worden grote Nederlandse films nu nauwelijks nog in Nederland gedraaid, wat funest is voor de filmindustrie. 'Terwijl uit elk onderzoek blijkt dat zo'n regeling ons land juist extra inkomsten zou opleveren.'

Paul Verhoeven noemde het vorige week in een interview met Nieuwe Revu ook om artistieke andere redenen 'rampzalig' dat Nederlandse filmers uitwijken naar Hongarije, Roemenië of Bulgarije. 'Het lijkt totaal niet op Nederland', zegt de regisseur. 'Kijk maar naar Süskind of Het bombardement'. Maltha, als producent verbonden aan die producties: 'Dat ben ik niet met hem eens: het is verbazingwekkend hoe goed ze Nederland kunnen nabouwen. Maar als je een door en door Nederlandse film in het buitenland draait, is het onvermijdelijk dat je compromissen moet sluiten.'

Zowel Verhoeven als Maltha werden genoemd als deel van de beroepsafvaardiging waar de Haagse politici mee zouden praten tijdens een filmtop. Toch werden beiden nooit officieel uitgenodigd. Maltha: 'Een vreemde gang van zaken. Als je ziet wie er bij het vorige gesprek aanwezig waren, dan valt op dat die personen nauwelijks ervaren zijn op het gebied van internationale co-producties en 'tax shelters'. Ik zou er 11 april graag bij zijn, maar dan moeten ze me wel uitnodigen.'

Bor Beekman

EXTRA

WAAR HANGEN ZE UIT?

Acteurs en actrices die in Fót filmen, zitten vaak in het wat ongezellige hotel Adina. De grotere namen als Boedapest-aficionado Jeremy Irons verblijven in hotel Kempinski (Brad en Angelina spraken daar af en toe af voor een romantisch nachtje) of in de Presidential Suite van het Four Seasons Gresham Palace. De sterren - Brad Pitt, Angelina Jolie, Nicholas Cage, Bruce Willis - huren of kopen een huis in de Boedaheuvels, om een zo gewoon mogelijk familieleven te eiden, inclusief het bij het kroost rondhangen op kinderspeelplaatsen. De enig waarneembare uitbarsting van bohemiengedrag bij de Amerikanen bestaat uit het sporadisch roken van Hongaarse wiet, verder trainen ze zich gek in de sportschool van het Gresham Palace. Willis had een privévliegtuig klaarstaan dat hem op vrije dagen meteen naar de VS bracht. Pitt hield ervan op zijn motor rond te toeren en de McDonald's aan het Kolosyplein te bezoeken. Ook ging hij naar het ongezellige Japanse Nobu met de gladde mensa-tafeltjes, net als Gerard Depardieu en Jolie. De nieuwbakken Rus Depardieu waardeerde de lokale wijn zo zeer dat hij een Hongaars wijngoed zou hebben gekocht. Jeremy Irons' favoriete hang-out is Gerlöczy, de brasserie onder de boom aan het Kamermayerplein. Verder beveelt hij Nobu, café Kor en Pomo d'Oro aan. Voor cocktails gaat men naar Brody House en de Brody House Studio's. Jeremy Irons, Sebastiaan Koch en een contingent jonge Britse acteurs zijn er kind aan huis.

undefined

Meer over