'Hollandse sprinters nemen schaatsen veel te serieus'

Drinken, roken, ijsdansen en schaatsen; Kyou Hyuk Lee (33) doet het met overgave. Dit weekeinde probeert de Koreaan voor de vijfde maal wereldkampioen sprint te worden. Die kans was hem bijna ontglipt. 'De dokter dacht dat ik doodging.'

'Je bent toch niet met een sigaret op de foto geweest?', informeert de manager bezorgd bij Kyou Hyuk Lee, zijn Koreaanse vedette.

'Volgende keer misschien met een joint', luidt het olijke antwoord van de viervoudig wereldkampioen sprint.

Sven Kramer, de viervoudig wereldkampioen allround, zal niet gauw op zo'n dialoog met zijn manager zijn te betrappen. Maar Kyou Hyuk Lee (spreek uit Kjoe-joek Lie) beleeft duivels plezier aan het plagen van zijn zorgzame manager en jeugdvriend Marnix Wieberdink. De Koreaan doet zich niet graag serieuzer voor dan hij is.

In zijn schaatspak, met donkere zonnebril, is Lee nauwelijks te onderscheiden van andere Aziatische sprinters. Maar in het bijzijn van een Koreaanse tolk ontpopt hij zich als een charmante spraakwaterval, die op geen enkele wijze voldoet aan het stereotype van de ondoorgrondelijke Aziaat. Hij is een levensgenieter.

Lee grapt, provoceert, oordeelt en reageert in vrolijke verwondering op vrijpostige vragen. De jonge tolk, die de schaatser alleen uit de Koreaanse media kent, kan zijn oren soms niet geloven.

Rook je?

'Officieel niet', zegt Lee (33) glimlachend. Dan bekent hij dat hij per dag tien sigaretten rookt, al sinds zijn jeugd. Marlboro Light.

Twintig jaar geleden was roken onder Aziatische sprinters heel gewoon, zegt hij. Kwestie van stress bestrijden en verveling verdrijven. Sprinten is in zijn ogen vooral heel veel wachten. 'Ik ben ooit tien maanden gestopt met roken, voor de Olympische Spelen van Turijn. Daar werd ik vierde op de 1000 meter, op 0,05 seconden van een medaille. Toen ik ben maar weer begonnen.'

Drink je alcohol?

'Buiten het seizoen haast elke dag. Ik drink acht maanden niet, dan vier maanden wel. Ik heb het nodig om te ontspannen, om tijdens het seizoen goed te zijn. Het schaatsseizoen is lang en saai.'

Het kost Lee soms moeite de drank te laten staan. Afgelopen zomer werd hij met ernstige alcoholvergiftiging opgenomen in het ziekenhuis. Hij moest een week blijven, zijn familie werd opgetrommeld om afscheid te nemen.

Lachend: 'De dokter dacht dat ik doodging.'

Gebruik je weleens soft drugs?

Hij schudt zijn hoofd en maakt een beweging naar zijn arm, alsof er een spuit in een ader wordt gezet. 'Dat kan niet. Dopingcontroles hè.' Maar hij verhult niet dat hij nieuwsgierig is naar verdovende middelen. 'Misschien na mijn carrière', oppert hij met ogen die glimmen van de voorpret.

Dan blijkt dat ook Lee grenzen heeft. Op zijn liefdesleven gaat hij niet in. Dat is geheim, volgens manager Wieberdink op uitdrukkelijke orders van zijn vriendin. Zij is in Korea een beroemde zangeres, hij een bekende schaatser. Als hun prille verhouding zou uitlekken, zou dat groot showbizznieuws zijn.

'Ik kan er niets over zeggen. Hij is ook Koreaan', zegt Lee beslist, wijzend op de tolk.

De openhartigheid van de topsprinter heeft wellicht met zijn lange loopbaan te maken. Hij is een gelouterde veteraan met vier wereldtitels en vijf olympische optredens. Hij draait al zo lang mee in het internationale circuit dat hij Rintje Ritsma en Gianni Romme in hun hoogtijdagen heeft zien rijden. Zijn reputatie is gemaakt. Hij heeft niets te verliezen.

Heeft schaatsen je miljonair gemaakt, zoals Sven Kramer?

Hij giert het uit. Dan zegt hij dat het Koreaanse succes bij de Winterspelen van Vancouver de schaatsers bekend heeft gemaakt. Ze wonnen drie gouden medailles, evenveel als Nederland.

Maar zijn bekendheid is afgelopen zomer pas echt gegroeid, toen hij drie maanden lang meedeed aan een populaire ijsdansshow op de Koreaanse televisie: Kiss and Cry. 'Ik word steeds beroemder, dus ik heb steeds meer kansen om geld te verdienen.'

Niet dat hij om geld verlegen zit, bekent Lee. Hij komt een welvarende schaatsfamilie. Zijn vader was de beste langebaanschaatser van zijn generatie, zijn moeder was een goede kunstschaatsster, en zijn broer is voormalig nationaal kampioen kunstrijden. In Seoul bestiert de familie een ijspretpark en een sportwinkel.

Net als Sven Kramer, wiens vader Yep een goede (marathon)schaatser was, leek Lee voorbestemd voor het ijs. Hij koos bewust niet voor shorttrack, de relatief jonge schaatsdiscipline waarop Koreanen tegenwoordig uitblinken. In zijn jeugd stond shorttrack nog in de kinderschoenen. 'Mijn vader en ik vonden dat langebaanschaatsen meer traditie had. Ik vond een grotere ijsbaan ook leuker, met meer mensen dan op die kleine shorttrackbaan.'

Lee stortte zich 18 jaar geleden als 15-jarige junior al in het wereldbekercircuit. Hij trainde met de Koreaanse ploeg veel in Inzell. Uit die tijd dateert ook zijn contact met manager Wieberdink, die destijds zelf nog droomde van een professionele schaatsloopbaan.

Wieberdink herinnert zich uit die tijd de hardvochtige trainingsmethoden waaraan de Koreanen werden blootgesteld. De jongens werden het ijs soms op geslagen, ook al stonden ze kotsend van de uitputting langs de kant na een training.

Lee erkent dat ook hij in zijn jonge jaren werd afgebeuld. Maar de slaag viel mee, zegt hij. Zijn vader was een beroemde schaatser en was ouder dan de meeste trainers. Ouderen worden in Korea met respect bejegend door jongeren. 'Als mijn vader hoorde dat een trainer te streng was geweest, stapte hij op hem af. Hij heeft een sterk karakter. Ze hadden respect voor hem.'

Bang voor je trainers was je dus niet?

'Ik?', roept Lee met een theatraal gebaar. 'Ik was bang voor mijn vader.' Dan nuanceert hij. Zijn ouders waren het tegendeel van ambitieuze sportouders. Ze kenden de valkuilen. 'De meeste ouders zeggen dat je harder moet trainen, mijn ouders zeiden dat ik een beetje meer moest chillen. Ze gaven tips. Als je druk voelt, helpt dit of dat. Andere ouders verhogen de druk. Die van mij probeerden de stress juist weg te nemen omdat ze snapten dat ik al veel druk voelden.'

Ondanks die houding hebben de prestaties van Lee lang geleden onder de hoge verwachtingen. Steeds ging hij ten onder aan druk. Pas na 2006, nadat hij voor de vierde maal naast een olympisch medaille had gegrepen, vond hij de rust. Zijn truc? Hij besloot het schaatsen minder serieus te nemen. Het dagelijks plezier werd belangrijker dan een olympische medaille.

Plotseling reeg hij de wereldtitels aaneen: vier in vijf jaar. 'Ik heb mezelf jarenlang te veel druk opgelegd, ik heb geforceerd. Nu is de stress minder. Ik weet hoe het is om lang te wachten voor een wedstrijd. Ik weet nu hoe ik moet ontspannen.'

Drinken, roken, feesten; het maakt misschien geen deel uit van de klassieke trainingsleer, maar Lee voelt zich er prettig bij. Het leven heeft meer te bieden dan alsmaar zo hard mogelijk rechtuit rijden, en dan linksaf slaan. De Nederlandse schaatsers zouden er iets van kunnen leren, meent hij. Die zijn naar zijn smaak veel te serieus.

'Schaatsers uit andere landen hebben onderling veel plezier. Ze groeten elkaar, maken grapjes, hebben lol. Nederlanders niet. Die mengen niet. Ze gaan alleen om met andere Nederlanders. Natuurlijk, er is in Nederland veel concurrentie. Maar ze zijn te serieus.'

Lee gelooft zelfs dat de drie maanden ijsdansen van afgelopen zomer een gunstig effect op zijn loopbaan kan hebben. Hij besloot vooral mee te doen om meer begrip voor moeder en broer te krijgen. Hij wilde ondervinden wat zij als professionele kunstrijders hebben ervaren. Het dansen viel hem niet mee, zoals op YouTube te zien is.

En toch: als hij dit weekeinde in Calgary zijn vijfde wereldtitel verovert, zou dat ijsdansen best geholpen kunnen hebben. 'Ik denk dat er meer voordelen dan nadelen aan zitten. Het kost energie, dat is een nadeel. Maar ik heb hele andere oefeningen gedaan. Ik heb andere spieren getraind en een heel ander gevoel voor balans gekregen.'

Zou het iets voor Sven Kramer zijn?

Lee lacht. Hij weet het niet. Hij kent hem alleen van afstand. De viervoudig wereldkampioen sprint en viervoudig wereldkampioen allround hebben nooit tegen elkaar gereden.

Wie is dan toch de beste schaatser?

Even denkt Lee na. Dan daagt hij Kramer uit voor een kampioensduel. 'Als hij eens zin heeft een 500 meter te rijden, graag.'

Kyou Hyuk Lee glundert. Hij geniet van zijn vondst. Alsof hij wil zeggen: de snelste schaatser is natuurlijk de beste.

Korea is hard op weg het sterkste schaatsland te worden. Bij de Winterspelen van Vancouver werden niet alleen gouden medailles gewonnen bij shorttrack, van oudsher een discipline waarin de behendige Koreanen uitblinken. Voor het eerst was er ook goud in het kunstrijden en bij het langebaanschaatsen: tweemaal op de 500 meter en eenmaal op de 10 kilometer (door de foute wissel van Sven Kramer).

In 2018 organiseert Korea de Winterspelen. De nadruk op schaatsen zal alleen maar toenemen. Het land blinkt niet uit in sneeuwsporten als skiën of langlaufen.

Volgens Kyou Hyuk Lee beschikt Korea nog steeds over relatief weinig faciliteiten voor de langebaan. Er is slecht een overdekte 400 meterbaan. In Pyeongchang, waar de Winterspelen in 2018 worden gehouden, zal een tweede stadion worden gebouwd. Lee schat het aantal serieuze schaatsers op honderd tot tweehonderd. 'Niet veel.'

De viervoudig wereldkampioen merkt wel dat schaatsen steeds populairder wordt. Ouders zien het als een goede sport voor kinderen, vooral shorttrack en kunstrijden. Er zijn tientallen kleine ijsbanen waarop die sporten worden beoefend. Shorttrack wordt beoefend op een baantje van 30 bij 60 meter.

Vanuit het shorttrack maken sommige schaatsers met succes de overstap naar de langebaan, soms opvallend snel zoals olympisch kampioen 10 kilometer Seung Hoon Lee. Toch denkt Kyou Hyuk Lee niet dat shorttrackers het langebaanschaatsen in de aanloop naar 2018 zullen overnemen. De langere afstanden blijven moeilijk.

Lee: 'Ik denk dat Seung-Hoon een bijzonder geval is. De shorttrackers zouden het goed kunnen doen, maar ze zullen niet allemaal plotseling goud of zilver winnen. De Nederlanders hoeven niet bang te zijn.'

De sprintkampioen gelooft wel dat het schaatsen op moderne, overdekte banen in het voordeel van Koreanen is. Hij heeft de lichaamsbouw van topschaatsers tijdens zijn loopbaan zien veranderen. Vroeger waren de kampioenen lange, gespierde kerels. Nu zijn ze veel lichter en soms kleiner. 'Ik ben nu ook 10 kilo lichter dan aan het begin van mijn loopbaan.'

Koreanen winnen steeds vaker bij Winterspelen

undefined

Meer over