Hollandse klassiekers getest: De Keukenhof

Gidi Heesakkers reist langs de vaderlandse hoogtepunten en laat weten of onze vooroordelen kloppen.

We gaan naar de Keukenhof

Met dertien Aziaten, een paar Italianen en een landgenoot zitten we in de Keukenhof Express, een busdienst die vanaf Schiphol elk kwartier naar Lisse pendelt. Ideaal voor wie graag vanuit zijn luie stoel Boeings spot, maar opstappen in Haarlem of Leiden kan ook. Een retour kost euro 22,50, inclusief toegangsbewijs. Gezonde benen of een rolstoel zijn een must: het park is 32 hectare groot en heeft 15 kilometer wandelpad.

Daar zijn bloemen

Op initiatief van de toenmalige burgemeester van Lisse en een clubje bloembollenkwekers en -exporteurs, werd hier in 1949 voor het eerst een bloemententoonstelling georganiseerd. Inmiddels trekt deze elk jaar rond de 900 duizend bezoekers. Het gezelschap in de bus doet geen moeite het stereotype 'Keukenhofbezoeker' te ontkrachten: uitheemse toerist of inheemse pensionado. De weersomstandigheden betekenen op deze dag weinig moois voor onze andere verwachting: een bloeiende bloemenweelde. Aan zonlicht ontbreekt het niet, maar door de winterse temperaturen en de nachtvorst ligt het gros van de bollen nog dichtgevouwen onder de zoden. Alleen de krokussen vertonen zich al. Mistress, Pacific Pearl, Ronaldo, White Lion, Beauty Queen, Kissproof en Koosdora komen later deze maand met een beetje vertraging bovengronds. Om teleurgestelde blikken van bezoekers op kale perken te voorkomen, heeft de Keukenhof honderdduizend extra tulpen laten aanrukken.

Er is niets anders te doen dan bloemen kijken

Om de bolgewassen heen heeft de Keukenhof een programma samengesteld. Het thema is dit jaar 'Verenigd Koninkrijk, land van prachtige tuinen', met een tentoonstelling over Engelse tuinen en 'het spectaculaire bloemenmozaïek van de Big Ben en Tower Bridge'. In de paviljoenen, alle vernoemd naar leden van het Koninklijk Huis, zijn 'spectaculaire bloemschikdemonstraties' en bloemenshows, zoals de bloeiende heestershow, bol-op-potshow en gerberashow. Wie geen bloemen meer kan zien, kan op sommige dagen naar een activiteit. Een lezing over de geschiedenis van de Keukenhof, een echte klompenmaker, een shantykorenfestival en een optreden van klederdrachtgroep Schampeljoen lokken de floravluchteling. De gemiddelde Keukenhofganger focust liever op het ontwikkelen van zijn macrofotografische talent en stelt om de zoveel meter scherp op een narcis of hyacint. Buiten het park kun je fietsen tussen de bollenvelden of een tochtje maken met een 'fluisterboot'.

Er komen alleen toeristen

De Engelstalige borden bij de eetgelegenheden en souvenirshops wekken de indruk dat de Keukenhof er vooral is voor de buitenlandse toeristen. In het Dutch Cheese House durft geen kaaskop zich te vertonen. Toch struinen er ook Nederlanders over het terrein. Neem Mieke en Ruud uit Haarlem, die elk seizoen een lentepas à euro 45,- aanschaffen. Daarmee kunnen ze onbeperkt de Keukenhof met verrassingsbezoekjes vereren. Ze komen elke week kijken hoe het voorjaar het van de winter probeert te winnen. Straks, als de velden gekleurd zijn, gaan ze op zoek naar de zwartste tulp. 'Dat doen we elk jaar', zegt Mieke. Het mooist vindt ze de fresiashow in het Oranje Nassau Paviljoen. 'Echt een stukje kunst.'

Hier ga je hoogstens een keer heen met je oma

Eigenlijk is de Keukenhof een soort uit de hand gelopen seizoenstuincentrum, zo prachtig dat het fair is om entree te vragen. 'Je moet wel echt van bloemen houden, anders doet de Keukenhof je niks', zegt Ruud. Zorg dat je voor 20 mei uitsluitsel hebt over je bloemenliefde, want daarna begint het park alweer aan een vroege winterslaap. Tip van Mieke en Ruud: 'Ga niet op 20 april, tijdens het bloemencorso.'

undefined

Meer over