Hollandse confectie showt sterke straatmode

Shows van confectiemerken zijn er niet vaak in Nederland. G-Star en Braez laten zien dat het wel kan, met stoere jeans of de 'St....

Heeft Nederland een goed modeklimaat? Elk halfjaar, bij de shows van couturiers als Mart Visser en Frans Molenaar, brandt de discussie los of dat wel 'mode' is, of luxe maatkleding. De échte Nederlandse mode is natuurlijk de confectie die op straat gedragen wordt, en die je zelden op het podium bij een modeshow ziet.

G-Star en Braez lieten afgelopen weekend zien dat het wel gegelijk kan. Hun shows vielen, niet geheel toevallig, samen met confectiebeurs Modefabriek, die in de Amsterdamse RAI gehouden werd. Zo leek er bijna sprake van een heus modeweekend, in Nederland een zeldzaam fenomeen.

Op zondagavond toonde jeansmerk G-Star de collecties voor komend winter-en zomerseizoen. Beetje raar, want andere merken houden dat strikt gescheiden, maar het eigen gezicht van G-Star is zo uitgesproken dat het amper uitmaakt. De twee collecties, voor mannen en vrouwen, zaten weer vol stoere jeans, legerjassen en motorjacks. En, dat was wel nieuw, een fris gekleurde retro sportlijn.

De mode van G-Star refereert aan die van de Belg Martin Margiela, die ook klassiekers uit de legerdump herinterpreteert. Bovendien heeft hij een erg mooie huisstijl gecreëerd met het bekleden van objecten met witte lakenstof. G-Star bekleedt op haar beurt een kettingzaag, een schep en een buitenboordmotor met raw jeans, als truc om de nieuwe tailor-made jeans onder de aandacht te brengen. Per week vliegen er vanuit de Amsterdamse distributiehal tachtig-tot honderdduizend spijkerbroeken de wereld over; gezien de sterke nieuwe collecties kan dat alleen nog maar groeien.

Een paar uur later toonde Braez (spreek uit: brees) de zomercollectie voor volgend jaar, met alweer een verrassend stijlvolle, sterke show. De kleren van Braez zijn wat ze zelf 'St. Trop' noemen: linnen, aardse tinten, een op het mediterrane strand geïnspireerd stijltje. Werkt goed voor vrouwen; de gerimpelde leggings zijn echt modieus, de tops met ruches zouden ordi kunnen zijn maar pakken bij Braez goed uit, en de handtassen zijn fraai. De invloeden van Balenciaga en Gucci zijn duidelijk en er zijn natuurlijk slechtere inspiratiebronnen. Alleen de mannenmodevan Braez is wel erg onopvallend.

Vervolgens spoedde men zich naar het feest van Whatever. Dat stond, met nog zo'n 150 merken, de volgende ochtend weer fris op de Modefabriek, een halfjaarlijkse beurs voor confectiemerken. De kleren die Whatever had hangen waren vrolijk, hier en daar gerafeld,met prints die op goed geluk scheef op de kleren geknald leken.

Dat was de grootste gemene deler van alle merken op de beurs: we naaien wat lapjes op de shirts, we printen ergens een plaatje of een stuk tekst: Ché Guevara's hoofd bij het brave merk Iceman, de woorden 'Miami Vice' bij J.C. Rags, en 'La Fete Du Soleil' bij DEPT. Het wemelde daarnaast van de verwijzingen naar reizen, Club Med en vliegtuigen. En alle merken schuurden op het merendeel van hun jeans nog steeds een behoorlijke 'moustache', zo'n namaak-versleten plekken rond het kruis en op de kont. Niet revolutionair, maar prima handel, aldus de Nederlandse producenten.

Meer over