Hollands spreken, Indisch zwijgen

Indische Nederlanders zijn Nederlanders. Niet alleen omdat ze doorgaans hun hele leven, of het grootste deel daarvan, in het kille noorden hebben doorgebracht, maar ook omdat er altijd wel een paar Nederlandse planters of ambtenaren door hun bloed sluipen....

Nederlandse oud-Indiëgangers blijven, ook al waren ze twee toen ze de tropen verlieten en ook al hebben ze geen sprankje lokaal bloed, altijd 'Indisch', en niet alleen omdat ze goed rijsttafel kunnen koken en woorden als senang en susah gebruiken.

Waar het hem in zit, dat 'Indische', wordt in vele nuances duidelijk uit het boek van Anneloes Timmerije, Indisch zwijgen. Zelf groeide zij op in Amsterdam, met een Achterhoekse vader en een Chinees-Indische moeder. In het vijftig jaar oude huwelijk van haar ouders zijn de wederzijdse, vermoeide verzuchtingen 'typisch Indisch' en 'typisch Hollands' een constante.

De dochter gedraagt zich 'Hollands', maar heeft tot haar verbazing toch trekjes van haar moeder en grootmoeder. Nooit zeggen wat je denkt. Niet over je gevoelens praten. Een ander niet kwetsen of op op z'n nummer zetten. Niets voor jezelf opeisen. Mensen niet aanspreken op hun 'cultuur'. Want dat is allemaal 'niet netjes'. Als je in verlegenheid wordt gebracht, zeg je gewoon iets als 'Neem een vrucht, dat is gezond'. Anneloes Timmerije leerde al die minieme signalen die op 'niet netjes' duiden, te interpreteren: het langzaam wegdraaien van haar moeders hoofd, het met gesloten ogen 'mmmm' zeggen. Of: gewoon het uitblijven van een antwoord. Als haar moeder niet zei dat ze wél naar een feestje mocht, dan mocht ze niet. Nee bestond, maar werd niet verkocht.

Hollands of Indisch, dat lijkt vooral een kwestie van 'beschaving', waarbij de lompe Nederlanders in het nadeel zijn.

Die zijn niet schoon op hun lichaam en kleren. Ze praten te hard en maken lawaai. Hun kinderen zijn slecht opgevoed. Ze leveren ronduit kritiek en gunnen de ander niet de vlucht voor gezichtsverlies. Maar tijdens de voorbereidingen voor haar boek stuit de schrijfster op de schaduwkant van overbeschaafdheid. Haar vorige boek, dat ook over de familie ging, blijkt slecht gevallen, vooral bij de drie nog levende van de zeven oudtantes, die het 'dagelijks bestuur' van de clan vormen. Iedereen, alle nichten en neven, weet dat, behalve zij.

De scherpe observaties van kleine, alledaagse dingen die samen het 'cultuurverschil' uitmaken dat ontkend dient te worden, zijn het sterkste deel van Indisch zwijgen. Minder gelukkig is de structuur van het boek. De geschiedenis van de familie is vervlochten met het verslag van een reis naar West-Java, die Timmerije maakte met de filmcrew van Tropic of Emerald, een film van Orlow Seunke. Het lukt niet helemaal om die ervaringen - verbazing over het weinig herkenbare van het nieuwe Indonesië, geschoktheid als bekende patronen toch opduiken, heimwee naar Nederland - te verbinden met de rest van het verhaal.

Misschien lijkt de schrijfster nog meer op moeder en grootmoeder dan zij al vermoedde: over haar eigen leven, haar emoties, de reden van haar heimwee en ongenoegen op Java krijgen we weinig te horen. Niet netjes, ongetwijfeld, maar in dit verband wel interessant.

Meer over