Hoge Raad geeft hof gelijk in zaak-Zwolsman

De Hoge Raad heeft dinsdag het cassatieberoep van de voormalige autocoureur Charles Zwolsman (40) verworpen. Daardoor blijft de uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam in stand....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

In het uitvoerige arrest heeft de Hoge Raad knopen doorgehakt ten aanzien van de toepassing van opsporingsmethoden in de zogenoemde pro-actieve fase. Dat is de fase die voorafgaat aan het gerechtelijk vooronderzoek, waarin de recherche probeert een criminele organisatie in kaart te brengen.

Volgens de Hoge Raad is het wettelijk stelsel van dwangmiddelen (zoals huiszoeking en afluisteren van telefoons) uit het Wetboek van Strafvordering niet van toepassing op de pro-actieve fase. Het politieoptreden in deze fase wordt alleen begrensd door de fundamentele rechten van de mens, zoals het recht van eerbiediging van het privéleven. Een inbreuk op zulke rechten is alleen mogelijk als dat bij wet is toegestaan, aldus de Hoge Raad.

Algemeen geformuleerde bepalingen als artikel 2 van de Politiewet, dat de politie opdraagt de rechtsorde te handhaven, zijn niet voldoende voor inbreuken. In de wet is momenteel niets geregeld over de pro-actieve fase.

De Hoge Raad stelt dat de wetgever regels moet gaan maken gezien de 'voortschrijdende ontwikkeling van het fundamentele recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de toenemende technische verfijning en intensivering van onderzoeksmethoden'. Mogelijk zal de parlementaire enquêtecommissie in haar eindrapport voorstellen doen voor een wettelijke regeling.

Het rechtscollege oordeelt verder dat inkijkoperaties op grond van de Opiumwet de bevoegdheid geven tot het rondkijken in de binnengetreden ruimte. Maar een stelselmatig en gericht onderzoek op de aanwezigheid van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen is niet toegestaan. Het rechtscollege vindt ook dat op straat gezette vuilniszakken door de politie mogen worden doorzocht, omdat de eigenaren geacht worden ervan afstand te hebben gedaan.

In het onderzoek tegen Zwolsman heeft de politie met behulp van een scannner autotelefoons afgeluisterd. Volgens de Hoge Raad is dat niet toegestaan wanneer voor het afluisteren 'een bijzondere inspanning moet worden geleverd of wanneer een niet toegestane ontvanginrichting wordt gebruikt'. Dat eerste was hier het geval, maar de raad acht deze inbreuk op de privacy niet zo ernstig dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Het afluisteren had namelijk geen resultaat gehad.

Op verzoek van het hof had de politie alsnog een overzicht gemaakt van alle tegen Zwolsman gebruikte opsporingsmethoden. Daarmee voldeed zij volgens het hof aan de wettelijke eis dat opsporingsambtenaren 'ten spoedigste' proces-verbaal moeten opmaken van hetgeen is bevonden. Het hof stond deze reparatie toe omdat de politie niet de bedoeling had gehad zaken voor de rechter te verzwijgen.

De Hoge Raad volgt deze redenering van het hof. Wel zegt het rechtscollege dat de eis van het opmaken van proces-verbaal niet van toepassing is in de pro-actieve fase. Toch zal ook in deze fase verslaglegging moeten plaatsvinden. 'De wet verbindt geen gevolgen aan het niet-naleven van deze regel, waardoor het aan de rechter is te beoordelen of in dat geval een sanctie moet volgen', aldus de Hoge Raad.

De rechtszaak tegen Zwolsman was geruchtmakend omdat zijn raadsman P. Doedens, gebruik maakte van bij justitie gestolen onderzoeksmateriaal. Daarmee probeerde hij aan te tonen dat de politie onrechtmatige opsporingsmethoden had gebruikt.

Meer over