Hoge muren

Opeens dringen vreemde mensen mijn huis binnen. Mijn woonkamer, mijn badkamer, mijn slaapkamer. Ik ga dit huis verkopen en dus komen er mensen kijken of het misschien iets is....

Marjolein Februari

'Wie heeft er van mijn bordje gegeten?' 'Wie heeft er uit mijn bekertje gedronken?' 'Wie is op mijn bed geweest?'

Natuurlijk, ik had erop kunnen wachten, dringen de vreemde mensen ook 's nachts mijn dromen binnen. Gisternacht nog droomde ik dat ik in bad zat en dat de makelaar binnenkwam met wel dertig dames in cocktailjurken. 'Jullie zijn te vroeg', riep ik. Maar de dames luisterden niet. Terwijl ik uit bad sprong, een handdoek omsloeg en rondrende om het huis nog een beetje toonbaar te maken voor bezichtiging, belden de dames – glas in de ene hand, telefoontje in de andere – al hun vrienden en nodigden die spontaan uit bij mij thuis.

Gelukkig komt de makelaar vooralsnog alleen overdag. 's Avonds klim ik op zolder in de vensterbank en kijk naar buiten. Het behoort tot de meer kinderachtige trekken van mijn karakter dat ik steevast ga roken zodra de anti-rookcampagne oplaait, en omdat roken ons binnenkort overal wordt verboden zit ik 's avonds met mijn benen opgetrokken in de vensterbank en blaas mijn rookwolken uit over het land. In de bomen hangt alvast het licht van een nieuw jaar.

Eigenlijk is het vreemd en ook een beetje verontrustend hoe gehecht je kunt raken aan de plek waar je woont. Ik geef weliswaar vol vertrouwen de huissleutel af aan makelaars, schilders en loodgieters, maar toch wil ik blijkbaar geen wildvreemden zien op mijn terrein. Waarom zou ik anders zo akelig dromen over al die bezoekers? Argwaan, territoriumdrift, eenkennigheid – het steekt allemaal in milde vorm de kop op nu ik mijn huis voor iedereen heb opengesteld.

Intussen is het akkoord van Genève gearriveerd per digitale post. Het Geneefse akkoord is een informele poging van Palestijnen en Israëli's om hun land onderling netjes te verdelen.

Het akkoord, lees ik, beëindigt het tijdperk van conflicten en 'luidt een nieuw tijdperk in, gebaseerd op vrede, samenwerking en goede, vriendelijke verhoudingen tussen de partijen.' Overeenkomstig de resoluties 242 en 338 van de VN Veiligheidsraad moeten de grenzen weer, met enige aanpassingen, daar komen te liggen waar ze in 1967 lagen.

Hoe verleidelijk het ook mag klinken, vrede, toch zijn er altijd mensen die er tegen zijn. Argwaan, territoriumdrift en eenkennigheid steken in hevige mate de kop op zodra ergens deuren worden geopend. In een reactie op de plannen uit Genève schreef Leon de Winter: 'Wie geloof wil hechten aan de gedachte van ”een stabiel en veilig Midden-Oosten en een alomvattende, duurzame en stabiele vrede”, moet over een lenige verbeelding beschikken.' En het beschikken over zo'n lenige verbeelding, begreep ik, werd ons door De Winter dringend afgeraden.'Als er ergens hoop op enige rust te vinden is, dan ligt die niet in de Geneefse akkoorden besloten', vervolgde De Winter zijn kritiek op het vredesproces. 'Die ligt in de combinatie van een hoge muur, onttakeling van nederzettingen en een eenzijdige terugtrekking.' En met dat pleidooi voor een hoge muur ging hij een stuk verder dan de officiële woordvoerder van Israel, ambassadeur Eitan Margalit, die deze week in een vraaggesprek met NRC Handelsblad het woord 'muur' uit alle macht probeerde te vermijden.

Er is inderdaad een hek geplaatst tussen Israël en de Palestijnen, zei ambassadeur Margalit, maar dat hek is beslist geen muur. Het is een tijdelijk hek. Een verdedigingshek. De Berlijnse Muur, dat was pas een echte muur, een politieke grens: 'De Russen maakten eenzijdig op de meest opvallende manier duidelijk dat het een grens was, bedoeld voor altijd, waar niemand door mocht.'

Toen ik dit las dacht ik even dat ambassadeur Margalit afstand wilde nemen van het idee van zo'n echte muur, maar hij voegde er bewonderend aan toe:

'Overigens was de Berlijnse muur wel tamelijk succesvol.'

Ik heb een vriendelijke suggestie voor Leon de Winter en voor ambassadeur Margalit en voor ieder ander die problemen heeft met het normaliseringsproces en die wel wat ziet in zo'n hoge muur. Ga eens naar de film Good Bye, Lenin! van Wolfgang Becker, een van de aardigste en grappigste films die ik in lange tijd heb gezien. De politieke werkelijkheid wordt in deze film volledig op zijn kop gezet door een zoon die zijn moeder uit pure bezorgdheid de vreemdste dingen wijsmaakt. De film gaat over de Berlijnse Muur, over de gelukkige val van die muur en over de onverwacht snelle eenwording van Duitsland. En vooral gaat de film over de grote voordelen die het heeft wanneer een mens beschikt over een lenige verbeelding.

Terwijl buiten het licht nog wat draalt in de bomen, zit ik met mijn benen opgetrokken in de vensterbank en blaas de laatste rook uit het zolderraam. Denkend aan de film van Wolfgang Becker kan het niet anders of ik denk al gauw aan een passage uit het boek Bartje van Anne de Vries, waar een zoon zijn moeder met een al even lenige verbeelding voorleest uit de Bijbel.

Deze zoon, met zijn moeder in hevige strijd verwikkeld over een rookverbod, ziet zijn kans schoon tijdens het voorlezen van het Oude Testament. Aangekomen bij de beschrijving van de intocht der Israelieten in het land Kanaäns leest hij hardop:

'Rokend en smokend trokken zij naar het beloofde land'. Wat zeg je daar, vraagt de moeder verschrikt. Ja moeder, zegt de zoon, zo staat het nu eenmaal in de Bijbel geschreven: 'Rokend en smokend trokken zij naar het beloofde land.'

Beneden me onder de rookkringels in de mysterieuze avondschemering ligt een nieuw jaar uitgestrekt. Ik heb er, besluit ik, alle vertrouwen in. De internationale gemeenschap kan natuurlijk uit argwaan blijven kiezen voor hoge muren, maar ze zal toch eindelijk de deuren ook wel eens willen openzetten? Voor de vrede? En voor de lenige verbeelding?

Meer over