Column

Hofland keerde zich juist af van de maatschappij

In zijn laatste beschouwing schreef Martin Sommer dat de onlangs overleden journalist Henk Hofland verantwoordelijk moet worden gehouden voor de opkomst van Pim Fortuyn. 'Hofland baarde Fortuyn' stond erboven, een kop die tot vreemde vergezichten leidt als je hem letterlijk neemt.

Max Pam
Henk Hofland in 2010. Beeld Joost van den Broek
Henk Hofland in 2010.Beeld Joost van den Broek

Het is een krasse stelling, waar Hofland zelf van zou hebben opgekeken. Dit is de redenering. Eerst was Hofland als anarcho-liberaal tegen het establishment en pleitte hij voor 'de dekolonisatie van de burger'. Toen die eenmaal een feit was en allerlei ongunstige bijwerkingen aan het licht kwamen, ontstond er een omslag in Hoflands denken, waardoor hijzelf ongemerkt tot het establishment ging behoren. Een generatie van stukjesschrijvers sprong in het gat dat Hofland had nagelaten en met z'n allen schiepen zij een klimaat waarin het monster Pim Fortuyn geboren kon worden.

Ik geloof er niet zo in. Hofland was een eenling, een stilist. Hij bezat helemaal niet de invloed om een klimaat te scheppen. Hermans, Kousbroek en Karel van het Reve hadden dat vermogen wel en hebben zich ook veel meer dan Hofland in het maatschappelijk gewoel begeven. Vooral onder zijn pseudoniem Montag keerde Hofland zich juist af van de maatschappij. Ik herinner mij dat hij een column schreef over het doen van de afwas. Nooit eerder kreeg hij zo veel ingezonden brieven. Hoewel dat stukje 'nergens over ging', was hij erg verguld met alle reacties. Voor het eerst kon hij zich meer schrijver voelen dan commentator of journalist.

Hofland vond Pim Fortuyn geen monster, maar 'een rare kwibus', wat erop duidt dat hij niet goed raad wist met Fortuyn. Wel heeft Sommer gelijk dat er een omslag is geweest in Hoflands denken. Sommer vraagt zich af wanneer die heeft plaatsgevonden. Ik denk dat ik het antwoord weet. Het moet al in 1974 zijn gebeurd, twee jaar na de verschijning van zijn boek Tegels lichten. In die tijd beleefde hij vanuit het Chelsea Hotel, waar hij altijd logeerde, zijn vroegste New Yorkse avonturen.

Een van zijn eerste notities luidde: 'Wie in New York de drol van zijn hond op straat achterlaat, krijgt een vreselijke boete, en zodoende zie je daar weinig honden en nog minder drollen; daarentegen is hier de hondenhoop het symbool van de overheid, dat eigenlijk op iedere officiële pet zou moeten prijken.' Het lijkt een grap, die hondenhoop op iedere overheidspet, maar er schuilt een diepe ergernis achter. Het wantrouwen jegens het establishment is gebleven - hun dienaren zouden een drol op hun hoofd moeten dragen - maar er is een afkeer bijgekomen, die van de gedekoloniseerde burger die zijn eigen straat en stad niet meer schoon houdt en laat verloederen.

Hofland stond altijd onder de invloed van Willem Frederik Hermans, maar vooral ook onder die van Rudy Kousbroek. Van laatstgenoemde vond ik een zeer actueel stuk, geschreven op 27-11-1991 in NRC/Handelsblad. Daarin verzet Kousbroek zich op een bijzonder heftige wijze tegen de kroonjuwelen van D66, en vooral tegen het referendum dat hij - net als Kees Bastianen destijds in de Volkskrant - ziet als een directe ondermijning van de representatieve democratie. Het Verdrag van Maastricht zou juist getekend worden en een referendum daarover vond Kousbroek zinloos, omdat burgers nauwelijks wisten wat in het verdrag stond en de consequenties ervan niet konden overzien. Ach, hadden de bewoners van het perfide Albion dat stuk van Kousbroek maar gelezen!

'Nederland', concludeerde Kousbroek, 'dankt in mijn ogen een zeker fatsoen aan het feit dat over kwesties als de doodstraf, de ontwikkelingshulp, de bejaardenpensioenen, het bestraffen van kinderlokkers, de behandelingen van verslaafden, het ondersteunen van kunstenaars en niet in de laatste plaats de hoogte der belastingen, niet door de volkswil wordt beslist.'

Rudy Kousbroek in 1989. Beeld anp
Rudy Kousbroek in 1989.Beeld anp

Toen Kousbroek dit schreef, werden in Oostenrijk door de partij van Jörg Haider handtekeningen verzameld voor een referendum over de vraag of er een immigratieverbod moest komen. Kousbroek wist wel wat de gedekoloniseerde burger zou beslissen en daarom gaf hij blijk van zijn sympathie voor al degenen die het referendum wilden verhinderen. En D66 riep hij toe: 'Wordt wakker. Er is een kwart eeuw voorbij gegaan!'

Inmiddels zijn wij een halve eeuw verder en het lijkt erop dat D66 inderdaad wakker is geworden. D66-leider Alexander Pechtold heeft gezegd dat hij nooit zal meewerken aan een referendum over een Nexit. De politicus heeft tenslotte zijn verantwoordelijkheid genomen. Als de slager die zijn eigen worst niet lust, dat wel.

Meer over