nieuws

Hof: geen buitensporig geweld bij bevrijding treinkaping De Punt

Nederlandse militairen hebben bij de bevrijding van de gekaapte intercity bij De Punt, in 1977, geen buitensporig geweld gebruikt. Dat is het oordeel van het gerechtshof in Den Haag in een hoger beroep, aangespannen door nabestaanden van twee gedode kapers.

Wil Thijssen en Rik Kuiper
De met kogels doorzeefde trein bij spoorwegovergang de Punt.  Beeld ANP
De met kogels doorzeefde trein bij spoorwegovergang de Punt.Beeld ANP

Op 23 mei 1977 vielen negen gewapende Molukkers de trein binnen met het doel de inzittenden te gijzelen. Tegelijkertijd werden 105 kinderen en vijf docenten in een basisschool in Bovensmilde gegijzeld. De kapers vonden het onacceptabel dat de Nederlandse belofte om voor Molukkers een onafhankelijke Molukse republiek te stichten, niet werd nagekomen.

Op 11 juni van dat jaar maakten mariniers en de luchtmacht met geweld een einde aan de gijzeling van 54 passagiers, die toen al drie weken duurde. Bij die bevrijdingsactie, op last van de Staat, kwamen twee gegijzelde passagiers en zes kapers om het leven. Volgens de familie van de omgekomen Max Papilaja en Hansina Uktolseja werden deze twee kapers van dichtbij geëxecuteerd, hoewel ze op dat moment ongewapend en zwaargewond waren.

Chaotische situatie

De Staat heeft altijd met klem ontkend dat er sprake was van executies en onrechtmatig toegepast geweld. Het Hof is het daarmee eens. ‘Het was een chaotische situatie in de trein en het zicht was slecht.’ Omdat de gebeurtenissen lang geleden plaatsvonden, is niet meer exact te herleiden wat er in 1977 gebeurde. ‘Er blijft onzekerheid bestaan’, stelt het hof. ‘Bij twijfel kunnen de vorderingen niet toegewezen worden.’

Zo kon het hof niet vaststellen dat Max Papilaja is gedood door een kogel van een marinier die zich in de trein bevond. Hij kan ook zijn overleden door een kogel die van buitenaf de trein binnendrong. Bij Hansina Uktolseja staat wel vast dat zij is gedood door een kogel van een marinier in de trein. Die marinier heeft echter verklaard dat er vanuit haar richting op hem geschoten is, waarna hij terugschoot. Er zijn volgens het hof geen aanwijzingen voor de stelling van de eisers dat Uktolseja in koelen bloede is geëxecuteerd.

Het hof oordeelt dat de mariniers in de oprechte overtuiging verkeerden dat Papilaja en Uktolseja bij de bevrijdingsactie nog een gevaar konden vormen. Zo waren de gijzelnemers gewapend en hadden zij gedreigd de gegijzelden te doden als hun eisen niet ingewilligd zouden worden. Ook meenden de mariniers vanuit de trein beschoten te zijn toen zij de trein naderden.

Het gerechtshof in een eerdere zitting over de Molukse treinkapingszaak.  Beeld ANP
Het gerechtshof in een eerdere zitting over de Molukse treinkapingszaak.Beeld ANP

Vrijbrief om te doden

De civiele zaak werd aangespannen door nabestaanden van Papilaja en Uktolseja. De inzet was een schadevergoeding van de Nederlandse staat, maar in een interview in de Volkskrant zei hun advocaat, Liesbeth Zegveld, dat het hun gaat om gerechtigheid.

Zegveld liet direct na de uitspraak namens de nabestaanden weten teleurgesteld, verbaasd en boos te zijn. ‘Het handelen van mariniers wordt hiermee niet getoetst en dat is toch een vrijbrief om te doden.’ Militair optreden gaat hiermee voorbij aan de rechtelijke toetsing en de rechtstaat, vindt ze. ‘Hansina had 44 verwondingen, hoe kan je zeggen dat dat proportioneel is?’

De rechtbank oordeelde in juli 2018 ook al dat het gebruikte geweld gerechtvaardigd was. Volgens de rechtbank waren de mariniers in de ‘achteraf gezien onjuiste, maar oprechte en daarom verschoonbare’ veronderstelling dat het geweld nodig was. Daarop gingen de nabestaanden van de kapers in beroep. Tevergeefs, blijkt nu.

Er zijn na de uitspraak van het gerechtshof nog vervolgstappen mogelijk: bij de Hoge Raad of het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Zegveld weet niet of haar cliënten dat willen.

Meer over