Hoezo college geven in 2013?

PROF. DR. JAN DERKSENKLINISCH PSYCHOLOOG en NIJMEGEN

Een recent eerstejaarscollege, ongeveer 500 studenten over twee zalen verdeeld. Ik kijk in gapende, etende en pratende monden, de bijbehorende handen bedienen de smartphones, iPads, iPods en werken broodjes en water naar binnen. 35 jaar geleden droeg de portier eraan bij dat er niemand met drank of eten binnenkwam en het was stil in de zaal.

Nu worstel ik met mezelf, ik kon de aandacht toch altijd goed vasthouden? Nog een week lang blijft ik piekeren over deze ervaring. Ik breng mezelf terug in vorm; indien ze niet reageren op mijn verzoek stil te zijn, stop ik die ochtend met college geven. Dat voelt niet goed.

Waarom zou ik jonge mensen die digitaal, individueel en narcistisch zijn grootgeworden dwingen met zijn allen in een kooi te zitten en naar mij te luisteren? Alles wat ik onderwijs en nog veel meer vinden ze op het internet. Daar kunnen de colleges en de studiestof beschikbaar zijn die ze in hun eigen programma overal ter wereld kunnen inplannen. Toetsen kunnen digitaal, werkgroepen eveneens, mijn promovendi zie ik tenslotte ook zelden en herken ik niet als ik ze ergens tegenkom, en dat werkt prima voor de wetenschap. Dit bespaart gebouwen en de bijbehorende kosten.

De toekomstige universiteit moet aansluiten bij de nieuwe generatie digitale burgers en kan fuseren met het internet. 'Universiteit' is dan helemaal een abstract begrip geworden, net als het woord 'kennis', overigens. Kennis komt dan los te staan van een strakgestructureerd opleidingsprogramma, van academische graden. Deze laatste vormen toch allang geen garantie meer en kunnen verdwijnen.

We moeten beginnnen veel oude en versleten gebruiken los te laten in 2013 en erop vertrouwen dat mensen zich, net als kennis en bekwaamheid, op velerlei wijzen ontwikkelen. Net als Aristoteles ons al leerde; mensen halen het beste toch uit zichzelf. Die kooi helpt daarbij niet meer.

undefined

Meer over