'Hoeveel kunst moet een museum hebben?'

Een museum kan ook teveel bezitten. 'Soms is er fysieke noodzaak om kunst af te stoten', constateert socioloog Paul Schabel.

KARIN AALBERTS

Het stadsbestuur van Rotterdam vindt dat het makkelijker moet worden voor Rotterdamse musea om stukken uit hun collectie te verkopen. In de Volkskrant stelde de Rotterdamse wethouder Antoinette Laan van Cultuur dat het geld dat de musea daarmee verdienen vrijer besteed moet kunnen worden.

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) pleitte onlangs in een lezing in het Fries Museum ook voor het mogen 'ontzamelen' van musea.

Wat vindt u van het voorstel van Rotterdam?

'De discussie over manieren om het eindeloze expanderen van musea tegen te gaan loopt al een hele tijd. De Leidraad voor het afstoten van museale objecten (LAMO) van de Nederlandse Museumvereniging is er al. Maar het is goed dat een grote gemeente met veel museaal bezit de eigen musea meer ruimte geeft voor 'ontzamelen.

Waarom is het belangrijk dat musea afstand mogen doen van delen van de collectie?

'Het is nooit iets wat museumdirecteuren met plezier doen, maar ze kunnen haast niet anders. Er is inmiddels een situatie ontstaan waarbij het een fysieke noodzaak is om kunst af te stoten. Er worden tegenwoordig hoge eisen gesteld aan de opslag van museale collecties. Dat kost veel geld. Als er dan moet worden bezuinigd, word je gedwongen om keuzes te maken.

'Moet alles bewaard worden en moet alles in jouw museum bewaard worden, ook als het om dingen gaat die nooit zullen worden getoond? Ik vind van niet. Musea moeten steeds de afweging maken of de verzamelde objecten nog aansluiten bij de collectie en het tentoonstellingsprogramma.'

Om wat voor museale objecten zal het dan gaan?

'Het gaat echt niet om de Rembrandts. Veel musea, vooral musea van oudheden, religieuze kunst en etnografische voorwerpen, hebben honderdduizenden objecten. Het grootste deel daarvan wordt niet tentoongesteld. Soms gaat het ook om zeer kostbare objecten.

'Dan moet je jezelf als museum afvragen: hoeveel miskelken moeten we hebben? Iedere week gaan er twee kerken dicht, maar hun kostbaarheden zijn lang niet altijd museaal belangrijk.

Tegelijkertijd ziet men ook niet graag dat zo'n oude miskelk wordt verkocht aan een discotheek die er cocktails in gaat schenken. In de meeste gevallen zijn er, als andere musea geen belangstelling hebben, wel zorgvuldige particulieren die er graag hun verzameling mee zouden willen verrijken.'

Wat zijn de nadelen?

'Iedere museumdirecteur is bang dat hij, of een opvolger, over twintig jaar spijt zal krijgen over de verkoop van een museumstuk. Er wordt dan ook veel geschonken aan musea.

'Verkoop kan voor problemen zorgen met de schenkers. Het is raar als je iemand iets cadeau doet en diegene het vervolgens voor veel geld weer verkoopt. Dat kan er toe leiden dat de verzamelaars en de musea van elkaar vervreemden. Goede afspraken over wat wel en niet behouden moet blijven, kunnen hier helpen.'

Moet de verzameldrang van musea worden beteugeld?

'Nee, dat moet je niet formeel regelen. De musea weten waarin ze wel en niet geïnteresseerd zijn. Ik verwacht dat ze scherp selecteren. Schenkingen zijn ook een kostenpost. Die moeten ook onderhouden worden en een plek krijgen. Ook wat gratis komt, gaat geld kosten.

Als een potentiële schenker een collectie aanbiedt die per se bij elkaar moet blijven, zullen musea meestal terughoudend zijn. Een paar jaar geleden kreeg de Vereniging Rembrandt een particuliere collectie bij legaat. Het testament bepaalde dat de Vereniging mocht bepalen wat voor welke musea geschikt was en de rest mocht verkopen. Zo zou het vaker moeten gaan: de musea blij en de particuliere verzamelaar blij.'

Het Rotterdamse college stelt dat musea zichzelf moeten bedruipen. Kan ontzamelen daarbij een rol spelen?

'Dat musea zichzelf zouden kunnen bedruipen is niet realistisch. Publiek geld blijft altijd nodig, grote particuliere sponsoren zijn er in Nederland weinig en zelden voor lange tijd. Veel musea zitten ook in gebouwen waarvan het onderhoud en de verwarming ieder jaar al een vermogen kost. Als de bezoeker dat zou moeten betalen, zouden de entreeprijzen echt te hoog worden. Dat is nu net niet de bedoeling van een museum, dat het onbetaalbaar wordt.'

Volgens de LAMO-richtlijn voor musea mogen zij niet verdienen aan het afstoten van museale objecten. Opbrengsten mogen alleen worden gestoken in aankoop en behoud van kunst. Rotterdam wil van dat keurslijf af. Terecht?

'Het past bij de verantwoordelijkheid van de eigenaar, in dit geval de gemeente Rotterdam, om daar zelf over te mogen beslissen. Wel vind ik het logisch om de stukken eerst aan andere musea aan te bieden zoals ook de LAMO voorschrijft. Maar de gemeente Rotterdam is de eigenaar van een groot deel van de collecties van de vier musea in de stad en mag daarvoor zelf de regels bepalen.

'Wat wenselijk is, verschilt per collectie. Daar moet per geval door de directie van het museum naar gekeken worden.'

Museumvereniging: geen zorg

Alhoewel de Nederlandse Museumvereniging met haar Leidraad Afstoting Museale Objecten (LAMO) 'iets strenger' is, maakt directeur Siebe Weide zich geen zorgen over de ontwikkelingen rond de Rotterdamse musea. 'Onze leidraad is gebaseerd op de internationale ethische code voor musea', stelt hij. 'De gemeentes, die eigenaar zijn van de collecties, hoeven zich daar niet aan te houden. Die hebben het recht om zelf de regels te maken.

'Het is heel gezond voor musea om kritisch te kijken naar de eigen collecties. Het afstoten, niet om het geld maar om inhoudelijke redenen, is een goed iets. Mits het zorgvuldig gebeurt.'

undefined

Meer over