Hoererij in het kleine Parijs

Het dagboek van de verongelukte Joods-Roemeense schrijver Mihail Sebastian veroorzaakte in eigen land zowel een schok als een sensatie. Thans bindt het wereldwijd lezers aan zich....

Olaf Tempelman

Een stompzinniger lot is moeilijk denkbaar: de Joods-Roemeense schrijver Mihail Sebastian overleefde jaren van antisemitische vernederingen en zenuwslopende angst voor deportatie, zag in september 1944 ten leste tanks van het Rode Leger Boekarest binnenrollen, maar liep acht maanden later onder een Russische legervrachtwagen, 37 jaar oud.

Geslinger van een dronken chauffeur maakte een vroegtijdig einde aan het leven van een van de beste Oost-Europese schrijvers uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Maar had de dronken soldaat Sebastian ontweken, dan was deze wellicht ook niet verder gekomen dan jeugdwerk. Sebastian, geboren Iosif Hechter, had deel uitgemaakt van de gegoede Boekarestse burgerij en op de loonlijst gestaan van (de literaire stichting van) het Roemeense koningshuis. Met beide maakte de Sovjet-Unie na 1945 korte metten. Had de schrijver langer geleefd, dan was hij een goede kanshebber geweest op een enkele reis communistisch strafkamp. Dit ook omdat hij – in de woorden van de Roemeense filosoof Gabriel Liiceanu – ‘behoorde tot die niet zo veel voorkomende mensen die echt alleen durven te staan’. In Roemenië's fascistische jaren verloor Sebastian al zijn beroemde vrienden. In de communistische dictatuur had hij, vermoed je, weinig nieuwe gemaakt.

Het dagboek dat Sebastian bijhield tussen 1935 en 1944 stond vijftig jaar onder embargo. Eind 1995 werd het in Roemenië vrijgegeven – nagenoeg alle mensen die erin voorkomen waren inmiddels dood. Sinds een paar jaar is het bezig aan een bescheiden zegetocht over de wereld. Bij weinig auteurs vind je zo’n ‘authentiek, scherpzinnig en ironisch inzicht in de stupiditeit en wreedheid van mensen’ als bij Sebastian, schreef Claude Lanzmann. Philip Roth vergeleek het dagboek met dat van Anne Frank. Beide schrijvers waren scherpe en sensitieve waarnemers. Ook als zij niet gedoemd waren geweest in ellendige tijden te leven, waren hun anekdotes en overpeinzingen op dagboekpapier de moeite waard geweest. De combinatie van deze geesten en deze historische gebeurtenissen, maakt de dagboeken uniek.

Sebastian heeft ook stilistisch veel te bieden. Hij schrijft zo scherp en compact dat hij vaak de eerste auteur is die buitenlanders in het Roemeens kunnen lezen. De Belgische uitgever Julien Weverbergh ontfermde zich over de Nederlandse vertaling van zijn dagboek. Zijn ondertitel ontleende hij aan Michaël Zeemans zinspeling op Hannah Arendt naar aanleiding van de Engelse editie: de alom gerespecteerde banaliteit van het kwaad.

In Roemenië was Sebastians dagboek al voor het verschijnen geruchtmakend. De uiteindelijke publicatie veroorzaakte zowel een schok als een sensatie. Tot dan toe onaantastbare Roemeense culturele figuren bleken eind jaren dertig diep in de antisemitische drek te zijn weggezonken. Respectabel geachte lieden bleken op nonchalante wijze gevaarlijke kul te hebben verkondigd. Het dagboek is al meer dan tien jaar de best lopende Roemeense non-fictie titel.

Dat heeft niet alleen te maken met de schokkende onthullingen over beroemdheden. Het komt net zo goed door alle mooie dingen die erin staan. Sebastian beschrijft de mensen die hij heeft gekend met een mengsel van liefde en bitterheid, en geeft een onovertroffen beeld van Boekarest in de tijd dat de stad nog een elegant, mondain oord was en bijnamen als ‘het kleine Parijs’ en ‘het Parijs van het Oosten’ droeg. Sebastian is er zowel de gevierde bohème als de vreemdeling die wordt verstoten. Zijn dagboek is een aanklacht tegen maar ook een ode aan de beau monde van weleer.

Een volledig verdwenen en in latere decennia geromantiseerd universum komt tot leven. Sebastian dineert tot diep in de nacht in eettuinen in het gezelschap van beeldschone, niet zelden promiscue vrouwen. Hij is kind aan huis in het Ateneul-concertgebouw, waar hij George Enescu en Pablo Casals ziet optreden. Hij kijkt in de theaters naar opvoeringen van eigen toneelstukken, tot antisemitische wetten dat onmogelijk maken. ’s Nachts bij thuiskomst draait hij aan de knop van zijn oude radiotoestel, zoekend naar een krakende cantate van Bach of een pianoconcert van Mozart op Radio Stuttgart, Radio Boedapest of Radio Wenen. Op zonnige herfstdagen luiert en piekert hij op een chaise longue. Geen auteur die de warme oktoberdagen van Boekarest met ‘zacht zuiver weemoedig licht’ mooier heeft beschreven dan hij.

Geleidelijk verdwijnen deze beschrijvingen van nazomermiddagen, onmogelijke vrouwen en moeizame schrijfprocessen naar de achtergrond. De politieke ramp die zich voltrekt wordt allesoverheersend, dringt Sebastians persoonlijke leven binnen en wordt een bron van doodsangst. Terwijl de schrijver na middernacht bij slecht licht over zijn dagboek gebogen zit, worden op enkele honderden kilometers afstand Joden massaal omgebracht.

Het verhaal van het Roemeense antisemitisme is niet eenduidig. Roemenië was in het interbellum een groot, bij elkaar geraapt land. Etnische minderheden vormden bijna een derde van de bevolking; onder hen bijna een miljoen Joden met verschillende origines en tradities. De Roemeense landstreken die in de invloedssfeer hadden gelegen van Oostenrijk-Hongarije (Transsylvanië en Boekovina) en Rusland (Moldavië) kenden een sterk antisemitisme.

Het Moldavische platteland was de geboortegrond van de IJzeren Garde. De oerleden waren boerenjongens die zakjes Roemeense aarde bij zich droegen. Wellicht waren deze inheemse, quasi-mystieke boerenfascisten zonder de opkomst van nazi-Duitsland een voetnoot in de geschiedenis gebleven. Echter: na 1933 groeide de Garde enorm. In juni 1941 waren de leden in de Moldavische stad Ia¿si verantwoordelijk voor de grootse schanddaad uit de Roemeense geschiedenis, de moord op achtduizend Joden in twee dagen tijd.

De doorsijpelende berichten over de pogrom van Ia¿si worden door Sebastian met ontzetting opgetekend – ín Boekarest, vierhonderd kilometer zuidelijker. De Roemeense hoofdstad kende, hoe vaak ook anders is beweerd, geen traditie van antisemitisme; wél van opportunisme, corruptie en intellectuele warhoofderij. Het zijn deze zwaktes die Boekarestse beroemdheden in de late jaren dertig ernstig doen ontsporen. Het schokkende van Sebastians dagboek zit hem niet in beschrijvingen van concrete antisemitische wreedheden. Het is het verhaal van zijn ogenschijnlijk lucide vrienden die, door gebrek aan ruggengraat, denkfouten of verblinding, verworden tot morele mislukkingen.

Sebastians voormalige intellectuele mentor Nae Ionescu omarmt de IJzeren Garde in 1935. Als Sebastian de ‘vernieuwde Nae’, wiens bankrekening met Duits geld is gespekt, op een college abstracte taal hoort uitslaan over ‘het oplossen van het Jodenvraagstuk’, concludeert hij kort en bitter: ‘Hij weet niet dat hij over mensen praat.’

Sebastians meest dierbare vriend, schrijver en godsdienstwetenschapper Mircea Eliade, tot op de dag vandaag een internationale beroemdheid, omarmt de IJzeren Garde in 1937. In de jaren 1935 en 1936 schrijft Sebastian nog liefdevol over zijn avondlange gesprekken met Mircea, charmant en erudiet. De kilte die Eliade na 1937 jegens hem aan de dag legt, is voor Sebastian pijnlijker dan die van anderen. Een paar jaar later wordt Eliade door het vers aangetreden vazalregime van nazi-Duitsland benoemd tot cultureel vertegenwoordiger in Portugal. Als hij Boekarest aandoet, neemt hij niet meer de moeite Sebastian op te zoeken.

Had Eliade dat wel gedaan, dan had hij Sebastian kunnen vinden op het Noordstation. Daar ruimt de schrijver sneeuw in afwachting van een eventuele deportatie. Als hij een comfortabele passagierstrein langs ziet rijden, bedenkt hij dat hij ‘twee jaar geleden zelf nog een gewone reiziger was die vanuit het raam van zijn compartiment onverschillig naar de sporen keek, en mensen achter zich liet met schop en houweel, mensen zonder naam, zonder identiteit’.

Schrijver Camil Petrescu (tot op de dag van vandaag bekend in eigen land) blijft tot het eind van de oorlog met Sebastian bevriend. Echter: tot 1944 trakteert hij zijn vriend op antisemitische wartaal. Er zijn nauwelijks onverenigbare zaken die Petrescu niet bij elkaar weet te vegen. En hij is niet de enige ‘combinatie-kunstenaar’ die in het dagboek langskomt.

Slechts de Roemeense edelman Antoine Bibescu en een handjevol anderen weten de valkuil van de antisemitische onzin te omzeilen. Dankzij hun inspanningen blijft Sebastian tijdens de oorlog schrijven. Zelfs in de grimmigste jaren belandt hij op mondaine diners naast gedecolleteerde schoonheden, vaak na overdag antisemitische pesterijen te hebben ondergaan. Zijn leven begint een absurdistisch toneelstuk te gelijken. ‘Wij scheren langs de dood, maar wij hebben diep gedecolleteerde meisjes, jazz, liedjes, kluchten. Waar is de realiteit?’, noteert hij najaar 1942.

Eind 1942 beseft Hitlers Roemeense vazalregime – geleid door de maarschalk Antonescu, voor de oorlog noch pro-Duits, noch antisemiet – dat nazi-Duitsland de oorlog zal verliezen. Antisemitische wetten worden vanaf 1943 teruggedraaid. De dreiging van deportatie raakt uit de lucht. Sebastian is inmiddels echter geradbraakt door twee jaar van doodsangst. Maar hij leeft nog, zij het zonder beroemde vrienden.

Van de 800 duizend Joden die in 1938 in Roemenië woonden, overleefde naar schatting de helft de oorlog. De meeste Joden uit Boekovina en het noordoosten van Moldavië waren in 1944 dood, die uit Boekarest en de zuidelijke Donausteden waren nog in leven. Nagenoeg allen verlieten Roemenië tijdens het communisme. Gebrek aan ruggengraat en intellectuele ‘hoererij’ zouden kwalen blijven van achtereenvolgende generaties Boekarestse literatoren en politici.

Het is een grote verdienste van Julien Weverbergh het dagboek van Sebastian in het Nederlands beschikbaar te hebben gemaakt. De vertaling benadert de sfeer van het Roemeense origineel. Het is jammer dat er in de eindfase net niet genoeg in het project is geïnvesteerd om de tekst van een reeks storende taalfouten te ontdoen, als ook van foutief overgezette Roemeense namen. Dat kost helaas één van de vijf sterren die dit boek absoluut verdient.

Meer over