Hoefgestroopte bokzanger

MINSTENS één maal per dag krijgen u en ik een gedicht in handen. Zonder het te weten en weliswaar te klein om zonder vergrootglas te lezen, maar toch, een gedicht....

Het Haarlemse tijdschrift De Zingende Zaag heeft na een stilte van meer dan een jaar toch weer een nieuw nummer uitgebracht. Het thema is 'hebben en zijn' en waar smelten deze twee onverenigbare begrippen mooier samen dan op het bankbiljet? Geld als metafoor voor 'hebben' en de ongrijpbare ijsvogel als het ultieme beeld voor 'zijn'. Het bankbiljet staat in De Zingende Zaag (zwart-wit!) afgebeeld maar is niet de aanleiding geweest voor dit themanummer. Dat was het gedicht Op school stonden ze... van Ed. Hoornik. Een bijna vijftig jaar oud vers waarin de tegenstellingen tussen hebben en zijn nog duidelijk te benoemen waren: Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven./ Is van de wereld en haar goden zijn./ Zijn is, boven die dingen uitgeheven,/ vervuld worden van goddelijke pijn.

De Zingende Zaag nodigde 22 dichters uit om op dit gedicht te reageren en prijst het resultaat aan als 'de perfecte aanrader voor zowel oude als nieuwe rijken'. Een poging om de hebzuchtigen op meer poëtische gedachten te brengen? Of moeten de dichters soms naar de beurs? En anonieme dichter geeft toe: 'Ik heb geprobeerd over mijn aandelen te schrijven, maar het lukte niet!'

Het onderscheid tussen hebben en zijn is volgens deze Zingende Zaag veel gecompliceerder geworden. Zo is in een gedicht van Jan Baeke al helemaal geen sprake meer van enige vorm van zijn: 'Ik zou de maan moeten hebben'/ fluistert in mij het ingenomen lichaam. De onbereikbare maan waarnaar Hoornik alleen maar kon 'worden opgelicht', blijkt voor Jan Baeke het meest begerenswaardige bezit.

Dat de nodige filosofen van stal gehaald zouden worden, was te verwachten. Maarten Doorman geeft een fraai voorbeeld van wat hij zelf terecht omschrijft als 'leunstoelfilosofie': Zijn is schijn/ en hebben is alles/ voorzover het kan zijn. Louis Ferron pakt het serieuzer aan en portretteert zowel Friedrich Nietzsche, 'jij, hoefgestroopte, bokzanger van euforische tijden' als Martin Heidegger: Heuvel op, heuvel af./ Rijgend, schrijvend,/ je hoedje dansant boven eerbiedwaardige lokken.// Doodrijger. Doodschrijver.

Het niveau van de gedichten wisselt, maar in zijn geheel is deze Zingende Zaag veel interessanter dan het voorafgaande 'zeep-nummer' dat het vooral van zijn bijzondere vormgeving moest hebben. Of de lezer zich nu opeens gaat realiseren dat we in een hebzuchtige tijd leven, ach, dat wisten we al en waarom zou de poëzie ons dat moeten vertellen?

Nee, de poëzie is zoals de redactie terecht zegt: 'hooguit een omroeper die waarschuwt voor de bedrieglijke beelden die woorden oproepen'. Woorden zoals 'We moeten een wereldwijd varken maken', een uitspraak van de Dumeco-directie die door H.H. ter Balkt met dank aan Dante genadeloos op de hak wordt genomen: Ja, een groot varken maken./ Een wereldomspannend varken./ Het produkt waarheid maken.// We zullen maken dat het kraakt/ in de struiken van de dertiende zang,/ die toch eens mensen waren. // Drie renegaten dik ligt/ het bomijs op de geest, makers./ Maak nog veel méér makers.''

Meer over