Hoe zou het toch met Annuals gaan?

Gijsbert Kamer

Twee jaar geleden was ik in New York waar zoals gebruikelijk eind oktober het jaarlijkse CMJ plaatsvond. Dat betekende een week lang nog meer bandjes in de stad dan gebruikelijk. Tal van kleine labels houden showcases en pashouders zien er meer indie bands dan een gezond mens kan verdragen. Ik was er niet speciaal voor gekomen, maar het was een leuk extraatje, mocht ik me vervelen.

Ik heb er weinig bijzonders gezien, voor een beetje showcase moest je al snel twee uur in de rij staan. En twee uur in de rij staan voor The Thermals, die je hier in een half gevuld Ekko ook kan zien, dat hoeft nou ook weer niet. Behalve een hilarisch optreden van The Fall herinner ik me vooral een optreden van Annuals.

Annuals kende ik niet, maar werd getipt door de platenzaak Other Music. Ik kocht de cd Be He Me die me meteen goed beviel: een beetje Arcade Fire, maar dan rommeliger en geconcentreerder. Die plaat moest toen nog in Nederland verschijnen, maar echt veel is het niet geworden met Annuals.

Ik was de band al bijna vergeten toen ik van de week de beschouwing van Bill Wasik Annuals, A North Carolina Band Navigates the Ephemeral Blogosphere las. Het is opgenomen in de bundel Best Music Writing 2008. Het negende deel in een reeks waarin jaarlijks een gastredacteur de beste Engelstalige muziekjournalistieke stukken selecteert. Na schrijvers/journalisten als Peter Guralnick, Nick Hornby, Jonathan Lethem en Robert Christgau is het dit jaar de beurt van Nelson George, iemand die ik vooral ken van het standaardwerk Death Of Rhythm And Bliues.

In zijn bloemlezing veel erg goede stukken over hiphop (Notorious B.I.G., Soulja Boy), funk (Mandrill, Sharon Jones And The Dap Kings), een treurigstemmend relaas over New Orleans waar na Katrina door ieuwe groep huizenbezitters de traditionele marching bands het leven zuur wordt gemaakt.

Het doet denken aan die yuppen die hier in de grote steden de mooiste panden opkopen omdat ze het lekker vinden in de binnenstad te wonen, en vervolgens met de duurste advocaten aan hun zijde alles wat bij het grotestadsleven hoort, willen verbieden (terrassen, livemuziek).

Maar dat terzijde. De belangrijkste reden om ook dit deel weer te kopen is het schiiterende verhaal van David Kamp Sly Stone's Higher Power dat eerder in Vanity Fair verscheen. Indertijd hoopte ik al dat het in deze serie zou worden opgenomen, en dat is dankzij George gebeurd. \\\\

Terug naar Annuals. Wasik beschrijft hiermee heel precies hoe de band in juli 2006 door een blogger werd 'ontdekt' en hoe dankzij online magazines als Pitchfork de band enige naam kreeg. Het leuke voor mij was dat ik bij twee optredens die Wasik beschrijft ook zelf aanwezig was, en die beschrijvingen zijn zeer accuraat.

Inderdaad stond Annuals vroeg in de avond op CMJ voor een tamelijk lege zaal te spelen, en een klein half jaar later op SXSW, toen was de buzz al over, en hoorde Annuals al haast bij de vergeten namen.

Wasik maakt mooi duidelijk hoe het de meeste indie-bandjes vergaat, even heeft iedereen het over je, maar scoor je niet heel snel, dan richt ieders aandacht zich weer ergens anders op en is je momentum voorbij.

Van Annuals verscheen nog een ep, maar die kon evenmin veel potten breken. Misschien werken ze wel in alle stilte aan een meesterwerk, misschien is het zelfs wel uit en is het Pitchfork en mij ontgaan.

Meer over