Hoe Yvonne's jongen Iemand werd

Er is iets heel leuks aan Christopher Hitchens. Er is iets heel naars aan Christopher Hitchens. Hij is een geweldenaar. Dat betekent dat ie heel geweldig is, en dat hem ook iets gewelddadigs aankleeft. In zijn taal, in zijn meningen, in zijn exuberantie. Ik heb hem nooit ontmoet, en weet dat hij een morele afkeer heeft van geweld, maar als ik naar zijn foto's kijk, moet het ook een hele fysieke man zijn. Mooie man ook, vroeger zelfs een beetje engelachtig mooi.


Hitchens is een publieke intellectueel van de Engelse soort, wat een tegenstrijdigheid in zichzelf is, want Engelsen zijn scherp en ironisch en vreselijk belezen, maar ze waken ervoor zichzelf intellectueel te noemen. Dat woord valt dan ook niet in Hitchens' memoires Hitch 22, titel geïnspireerd door Joseph Hellers Catch-22. Maar het aardige is: het werk behandelt alle politieke woelingen van de naoorlogse tijd, van het grote, boze marxistische gevoel - samenhangend met Vietnam, anders is het niet te begrijpen - tot en met het idee dat een hedendaagse marxist zich thuis kan voelen bij de neoconservatieven, omdat die in wezen net zo revolutionair zijn.


Het mooiste aan Christopher Hitchens is zijn moeder. Dat weet hijzelf ook, want aan haar is een van de eerste hoofdstukken gewijd. Zij heette Yvonne, en zo heeft de zoon, ook toen hij nog heel jong was, haar altijd genoemd. Dus niet mama, maar bij de voornaam. Dat heeft iets heel intiems, en verder geeft ons dat de vrijheid daar al het oedipale bij te denken.


Yvonne was een vrouw van een Emma Bovary-achtige tristesse: ze wist dat haar eigen leven niet groots was, maar besloot dat haar zoon al haar verwachtingen moest waarmaken. Dus legt zoon Christopher haar deze woorden in de mond: 'Als er in Engeland dan toch een upper class moet zijn, dan zal Christopher daar deel van uitmaken.' Die zin is bijna te mooi om waar te zijn, en zeker als we bedenken dat kleine Christopher (zeg nooit Chris) dit gehoord moet hebben als 6-jarige, in pyjama, turend door de spijlen van de overloop naar beneden, waar zijn ouders discussieerden over zijn toekomst. Want middenklasse, die ouders, eerder lager dan hoger, en dat in een land waar klasse uiteindelijk alles is. Yvonne wil dat de zoon naar een dure, particuliere school gaat, om zo klaargestoomd te worden voor Oxford of Cambridge om daarna het leven te gaan leiden dat zijzelf niet gehad heeft. Voor Nederlanders is dit grote willen van de moeder moeilijk na te voelen, omdat de klassenscheiding bij ons minder scherp is, maar in het Brideshead Revisited-land betekent het de ultieme keer in Hitchens leven.


En hoe de zoon de droom van moeder waarmaakt. Natuurlijk wordt de jonge Christopher op jonge leeftijd door veel van zijn rijkere medescholieren aangerand, jongens allemaal, maar daar doet Hitchens prettig luchthartig over. Hoort erbij.


'Al was ik gefixeerd op de jacht op jonge vrouwen, ik denk dat ik 'aanspraak' kan maken, als dat het juiste woord is, op twee jongemannen die later lid van de regering van Margaret Thatcher werden.'


Als je dan toch verkracht moet worden, dan wel door belangrijke namen.


Christopher Hichtens kent op latere leeftijd alle mensen van enig belang on first name base, van Salman Rushdie tot Paul Wolfowitz en George Bush sr. en jr., en het is bijna aandoenlijk om te lezen hoe terloops de auteur hier melding van maakt. Deze memoires bestaan niet uit name dropping, de Belangrijke Namen zijn het meest vitale deel ervan.


En toch kun je er niet omheen voor deze Christopher te gaan voelen, juist omdat de man zo pijnlijk eerlijk is in zijn ambities om Iemand te willen worden.


Ik zal zijn belachelijk schilderachtige leven even samenvatten: Wordt als jonge student trotskist, leest Fidel Castro de les, gelooft in de seculiere revolutie van Saddam Hussein, is enorm tegen God, is later weer enorm tegen Saddam Hussein en tegen Israël, maar blijkt zelf een Joodse jongen te zijn van een moeder, Yvonne dus, die zelfmoord pleegt, samen met haar minnaar in het Griekenland van de kolonels, alwaar de zoon, eenmaal ter plekke, meteen een verslag schrijft over de fascistische situatie aldaar.


Zo dus.


Soms weet je dat sommige mensen hun leven niet overkomt, maar dat ze het zorgvuldig hebben uitgezocht. Die Hitchens is natuurlijk een politiek-culturele snob van heb ik jou daar, en persoonlijk geloof ik dat hij eigenhandig die moeder vermoord zou hebben voor het verhaal, maar tegelijkertijd is het zo iemand die echt in dat verhaal gelooft, en daarom moet je het als lezer ook. Omdat alles te groot is om echt verzonnen te zijn. Als Michaël Zeeman niet het ongeluk had gehad als Nederlander te zijn geboren, hadden dit zijn memoires kunnen wezen.


Het is een groot jongensboek, waarin alle belangrijke kwesties van de wereld (Val van Muur, Rushdie-affaire, Balkan oorlog, 9/11, islamfascisme, 'ben ik nu een neoconservatief geworden' en trouwens, Susan Sontag is eigenlijk een geweldige meid) zo even langskomen, om te onderstrepen, ja, dat Christopher Hitchens hier echt is geweest.


Nu ben ik te sarcastisch, want nogmaals, je moet ook wel van dit enorme mensenkind houden, omdat hij er eigenlijk nooit blijk van geeft dat zelf te doen.


Hitch 22 begint met een herinnering van Hitchens aan een foto, gepubliceerd in een periodiek, waarbij het onderschrift luidt: 'Martin Amies werkte met wijlen Christopher Hitchens en¿et cetera.'


Dit alles bij leven, uiteraard. Hitchens noemt als echte Engelsman zijn slokdarmkanker niet, maar die ziekte is wel het natuurlijke beginpunt van dit boek: de noodzaak om de balans van het leven op te maken, omdat de dood op de loer ligt.


Ik weet dit uit de interviews die Hitchens heeft gegeven, dus zo deftig is dat niet-noemen van die ziekte in dat boek nu ook weer niet.


Maar toch ook wel; alle ijdeltuiterij is de man toch vergeven, omdat hij in het aangezicht van de dood net zo aanstellerig blijft als bij zijn jonge, veelbelovende leven. Christopher Hitchens is iemand die in zijn verhaal gelooft, blijft geloven, als een razende verteller van zijn eigen leven, die het einde te slim af zal zijn.


Want God is natuurlijk zeer dood, bij Hitchens. En zelf moet ie nog maar eerst zien of hij sterft.


O ja, en waarom heet het boek nu Hitch 22 - de allerslechtste titel die een mens kan bedenken. Omdat 'het een hele opgave is tegelijkertijd te strijden tegen absolutisten en relativisten: te stellen dat er geen totalitaire oplossing is en tegelijk te benadrukken dat, ja, wij van onze kant ook onwrikbare overtuigingen hebben waarvoor we bereid zijn te vechten.'


Dat bedoel ik met aandoenlijk. Om de kern van je eigen boek zo magistraal en grootmeesterlijk te missen.


Christopher Hitchens: Hitch 22 - Memoires.


Uit het Engels vertaald door Richard Kruis. Meulenhoff; 535 pagina's; € 29, 95. ISBN 978 90 2908713 1.


Meer over