Nieuws

Hoe Volkskrant-journalist Mac van Dinther in de boeien werd geslagen bij een Extinction Rebellion-protest

Bij demonstraties vinden tegenwoordig regelmatig arrestaties plaats. De berichtgeving stopt daar vaak, want journalisten zitten nooit in de arrestantenbus. Maandag werd Volkskrant-verslaggever Mac van Dinther aangehouden. ‘Ik zeg opnieuw dat ik journalist ben, maar in deze fase maakt dat geen enkele indruk meer.’

Activisten van Extinction Rebellion blokkeerden maandag een belangrijk kruispunt naast Den Haag Centraal Beeld Joris van Gennip
Activisten van Extinction Rebellion blokkeerden maandag een belangrijk kruispunt naast Den Haag CentraalBeeld Joris van Gennip

En zo zit ik maandagavond bij het hoofdbureau van de politie in Den Haag ineens knie aan knie met een jonge activist van Extinction Rebellion (XR). Wiens naam ik niet ken, en die hij mij ook niet wil geven, omdat hij bang is dat we worden afgeluisterd. Laat ik hem Peter noemen.

Peter en ik zitten in een arrestantenbus die op de binnenplaats van het politiebureau is geparkeerd, bovenop elkaar in een hokje zonder frisse lucht. Vanwege de krappe ruimte moeten we onze knieën in elkaar vlechten. Om ons heen zitten andere arrestanten twee aan twee ieder in hun eigen hokjes, als sardientjes in een blik.

Bussen als deze zijn bedoeld om arrestanten te vervoeren. Voor het opsluiten van mensen voor langere tijd zijn ze ongeschikt, daar zijn arrestantencellen voor. Na een kwartier is de zuurstof op. Als we daarover klagen, gebeurt er eerst niets. Later wordt een luikje opengezet. Als we naar de wc willen, mogen we dat buiten doen in een gore Dixie: de uitwerpselen van activisten drijven rond in de bak onder de bril.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Peter laat het allemaal gelaten over zich heen komen. Hij is vandaag naar Den Haag gekomen om met honderden medestanders te protesteren voor een beter klimaatbeleid. Dat hij daarbij gearresteerd zou worden, nam hij op de koop toe. Hij is erop voorbereid: op zijn arm staat met viltstift het nummer van een advocaat geschreven. Voor mij is dat anders: ik zit hier onbedoeld.

Terwijl de dag nog zo vrolijk en vreedzaam begon. Klokslag 12 uur bezetten een paar honderd actievoerders een verkeersplein tussen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en het tijdelijke gebouw van de Tweede Kamer. Deze actie is vooraf aangekondigd. De politie laat de actievoerders voorlopig begaan.

De sfeer in de blokkade is vastbesloten, maar ook vriendelijk en vredelievend: demonstranten maken dansjes op het plein en eten boterhammetjes in de zon. Er worden toespraken gehouden, er wordt getrommeld en op toeters geblazen. Politieagenten kijken toe.

Tussen de demonstranten loopt Marlies Gommers uit Gorssel met een bord ‘Bezorgde Grootouders’. Marlies is 71. Henk, haar even oude overbuurman, is ook mee. ‘Onze tijd zal het wel duren’, zegt Marlies. ‘Maar ik maak mij zorgen om mijn kleinkinderen.’

Even verderop zit een jonge vrouw op straat met een bord: ‘Ik ben zwanger. Gun mijn kind de wereld.’ Fay (27) is drie maanden zwanger en is met een groepje vrienden uit Alkmaar gekomen. Ze zit voor het eerst in haar leven in een blokkade. ‘Spannend’, bekent ze. ‘Maar ik wil niet dat mijn kind later tegen mij zegt: waar was jij toen dit gebeurde?’

‘Je wilt toch iets doen’, beaamt Claire Paulich (36), een feestelijk opgemaakte docente cultuureducatie met een spandoek met daarop ‘Nederland klimaatneutraal’. Ook zij doet voor het eerst aan een grote klimaatactie mee. Ze heeft ervoor vrij genomen.

De blokkade wordt lange tijd ongemoeid gelaten. Elders in de stad is dat anders. Tegen drieën komt het bericht dat de politie onaangekondigde blokkadeacties aan het opruimen is.

Op de Bezuidenhoutseweg, net voor de Prinsessegracht, staat een groepje christenen die tegen klimaatopwarming protesteren onder de naam Christian Climate Action. Het is een enigszins surrealistisch tafereel: aan de kant van de weg, achter een rood-wit politielint, zingen mensen religieuze liederen. Midden op straat zitten twee vrouwen met hun handen vastgeketend door twee gaten in een ton. Agenten zijn druk bezig ze daaruit los te maken. Er ligt een tang op straat, het geluid van gehamer op metaal klinkt. Een van de vrouwen schreeuwt: ‘Jullie doen mij pijn!’ Tranen lopen over haar wangen.

Ik wil dat van dichterbij bekijken. Op vertoon van mijn politieperskaart word ik binnen de afzetting gelaten, waar ik opnieuw door een agent word aangesproken. Hij vraagt of ik mijn perskaart duidelijk zichtbaar om mijn nek wil dragen. Dat doe ik.

Vanaf een afstandje sta ik te kijken hoe de agenten met de vrouwen bezig zijn, een van hen ligt inmiddels languit op straat. Ze ziet bleek. Dan word ik weer aangesproken door een agent, op iets barsere toon deze keer. Ik leg hem uit dat ik journalist ben en wijs naar de perskaart om mijn nek. Hij negeert dat. ‘Ik heb geen idee wat je hier doet.’

Er ontstaat een ongemakkelijke woordenwisseling. Ik wil zicht houden op de situatie, hij duwt mij aan de kant en belemmert mijn zicht. Ik vind dat hij kinderachtig bezig is en dat zeg ik ook: meer nog tegen mezelf dan tegen hem mompel ik: ‘Kind’.

Dan gaat het bliksemsnel. De agent grijpt mij met beide handen bij de revers van mijn jas en smijt me met volle kracht tegen de zijkant van een geparkeerde politiebus. Hij schreeuwt dat ik hem heb beledigd. Ik reageer beduusd en sputter tegen.

Het volgende moment sleuren twee agenten mij naar de achterkant van het politiebusje. Ik moet mij opnieuw identificeren en maak duidelijk dat ik journalist ben, dat ik hier mijn werk doe en niet begrijp waarom ik word aangehouden. ‘Dat hoor je nog wel’, snauwt een agent terwijl ik in een cel achter in het busje word geduwd.

Ik kan nog snel een tweet uitsturen dat ik word gearresteerd. Daarna word ik gefouilleerd en worden al mijn spullen – telefoon, laptop, tas – afgepakt. Om mijn pols wordt een tiewrap vastgesnoerd met een nummer, zo strak dat mijn hand wordt afgekneld. Als ik daarover klaag krijg ik te horen: ‘Dan had je ervoor moeten zorgen dat je niet gearresteerd werd.’

Ik kan nog naar omstanders schreeuwen dat ik journalist van de Volkskrant ben en onterecht gearresteerd word. Daarna klapt de deur dicht. Buiten klinkt het halleluja van het christelijk zangkoor.

Wat zich daarna afspeelt is iets wat demonstranten regelmatig meemaken, maar journalisten nooit, omdat ze altijd aan de andere kant buiten blijven staan. Op deze keer na.

Met het busje worden we dwars door de stad naar het hoofdbureau van de politie aan de Burgemeester Patijnlaan gebracht. Daar heerst een lichte chaos. Tientallen demonstranten staan in busjes te wachten om te worden voorgeleid. Het zijn allemaal mensen die niet in de grote hoofdblokkade hebben gezeten, maar in kleinere, onaangekondigde blokkades.

Onder hen bevinden zich Margriet en Rozemarijn, de twee vrouwen die aan de ton hebben gezeten. En Mark, die met zijn groep is opgepakt bij een blokkade in de tunnel onder het Centraal Station. Het was een actie die ze zelf hadden bedacht met een groepje activisten uit Rotterdam, vertelt Mark. Hij kijkt er tevreden bij.

In totaal zullen deze dag zo’n zestig arrestaties worden verricht. Ter vergelijking: twee jaar geleden deed ik verslag van de boerenacties waarbij het verkeer van en naar Den Haag volledig werd platgelegd. Toen werd niemand gearresteerd.

Bij het bureau bevrijdt een agent mij van mijn knellende tiewrap – eindelijk, want mijn hand begint al rood te worden. Binnen worden we wijdbeens tegen de muur gezet en opnieuw gefouilleerd. Ook moeten we onze broekriemen afdoen. Ik vraag of ik naar de wc mag, die is om de hoek. Dat wordt geweigerd. ‘Later. Buiten.’

Daarna begint het wachten. Eerst worden we aan een agent voorgeleid, tevens hulpofficier van justitie, die de aanklacht voorleest. Voor mij is dat belediging van een agent en het belemmeren van de politie. Ik herhaal dat ik journalist ben. Dat wordt wederom genegeerd.

Een activist weigert te vertrekken. Beeld Joris van Gennip
Een activist weigert te vertrekken.Beeld Joris van Gennip

Iedere arrestant mag één telefoontje plegen. Ik bel mijn chef van de Volkskrant om door te geven dat ik gearresteerd ben en of hij mijn echtgenote in kennis wil stellen. Ik hoor hem daarna door de telefoon roepen tegen de hulpofficier: hij is woedend. Journalisten worden de laatste jaren op straat steeds vaker agressief bejegend, ook door de politie.

Na de eerste voorgeleiding worden wij arrestanten gevangen gehouden in een bus op de binnenplaats. Ik word in een hokje gepropt met Peter. Omdat hij niet veel zegt, vertel ik hem maar wat over mijzelf: dat ik in de jaren tachtig ook actie heb gevoerd: tegen woningnood, het leger en kernenergie. Dat ik daarbij ook ben gearresteerd. Maar dat dit mij toch wel rauw op mijn dak valt, dertig jaar na dato. Hij lacht er flauwtjes bij. Misschien is Peter zelf al voor de zoveelste keer opgepakt, ik zal het nooit weten.

Na een poosje adem happen worden we naar een rechercheur gebracht voor verhoor. In een kantoor waarin met schotjes ruimten provisorisch zijn afgezet, wordt de ene na de andere klimaatrebel aan- en afgevoerd. De meesten hebben geen commentaar en zijn snel klaar. Zij krijgen allemaal een aanklacht tegen zich voor het overtreden van artikel 5 van de Wegenverkeerswet wegens het hinderen van het verkeer. Daarop staat gewoonlijk een boete van 100 tot 1.000 euro.

Mijn verhaal duurt langer en mijn overtreding is ernstiger: op het beledigen van een politieagent staat een gevangenisstraf van maximaal drie maanden en een geldboete van ruim vierduizend euro. De werkelijke straffen pakken meestal veel lager uit. Ik doe de rechercheur mijn verhaal, dat hij zonder commentaar aanhoort en uittikt op een A4’tje dat ik moet ondertekenen. Ik zeg opnieuw dat ik journalist ben, in deze fase maakt dat geen enkele indruk meer.

Daarna word ik opnieuw naar Peter gebracht, in zijn hokje waar inmiddels een geur van zweet en benauwdheid hangt. Erg fris ziet Peter er ook niet meer uit. ‘Sorry’, zegt hij. Alsof hij er wat aan kan doen. Op ons dringende verzoek zetten de agenten een luikje in de deur open. Even later gaat dat dicht, als de airconditioning eindelijk aanslaat.

Om half acht, vier uur na mijn arrestatie, kan ik mijn spullen pakken en mag ik naar buiten. Op mijn vraag hoe het nu verder gaat, krijg ik te horen dat mijn proces-verbaal naar het Openbaar Ministerie (OM) wordt gestuurd en dat die er later over zal beslissen.

Buiten op straat, waar het inmiddels donker is geworden, staat een steungroep van Extinction Rebellion alle arrestanten op te wachten. Het voelt als een warm bad. Ze bieden koffie, thee en warm eten aan. Ze hebben lijsten van alle arrestanten bij zich. Iedereen die naar buiten komt wordt onthaald met liefdevolle omarmingen. Margriet en Rozemarijn, de twee vrouwen van Christian Climate Action, zijn er ook. Lichtelijk ontdaan, maar ook opgelucht en vooral ongedeerd.

Op de terugweg naar het station kom ik langs de plek waar ’s morgens de blokkade begon. Ook die is inmiddels door de politie weggehaald. Volgens een woordvoerder van XR zijn de demonstranten ‘bestuurlijk verplaatst’. Dat wil zeggen dat ze in de buitenwijken of de weilanden van Den Haag zijn gedropt.

Dinsdag gingen de acties van XR door. Er zijn opnieuw arrestaties verricht. Misschien zijn Mark, Peter, Rozemarijn en Margriet daar ook weer bij.

Meer over