Hoe vergaat het de Syriërs die in het Amsterdamse hart van wit privilege belandden?

Margriet Oostveen
null Beeld
Beeld

Amsterdammers leggen Shamsha Al-Barho vaak even uit hoeveel geluk ze heeft. Met zo'n prachtige woning! In Oud-Zuid nog wel!

Vandaag precies twee jaar geleden schreef ik hoe bij wooncoöperatie De Samenwerking de pleuris uitbrak, omdat het bestuur drie woningen met voorrang aan vluchtelingen wilde verhuren: harde tegenstand, eloquent verwoord door nota bene voormalige kopstukken van de VPRO en de PvdA. Dankzij een ledenstop zijn negenhonderd betaalbare huurwoningen rond het Concertgebouw stevig in handen van een bevoorrechte groep.

Het kabaal bleek zoals vaker veroorzaakt door een minderheid en de vluchtelingen kwamen toch. Acht maanden later inventariseerde ik met tv-producent in ruste Marian Vlasman wat de buurt deed. Marian had een gezin onder haar hoede: Shamsha Al-Barho, haar man Mohammed, zoons Wissam (intussen 16) en Nour (10) en de dochters Reham (13) en Malak (6).

Honderden bewoners bemoeiden zich hier intussen op hoogopgeleid Nederlandse wijze met de vluchtelingen. Er was een 'kerngroep', een 'werkgroep' en een 'projectgroep'. En de Syriërs konden al fietsen!

Maar hoe het Shamsha en haar gezin zelf verging? Dat viel niet goed te achterhalen, want ze spraken geen Engels. Ik zou dus nog eens terugkomen als ze het Nederlands goed onder de knie hadden.

Mohammed, Olga, Reham, Shamsha, vooraan Nour en Malak. Beeld
Mohammed, Olga, Reham, Shamsha, vooraan Nour en Malak.Beeld

Ik begin weer thuis bij Marian (75). Daar komt ook Olga Wüst (65) heen, intussen eveneens bevriend met de familie Al-Barho. Olga was fysiotherapeut en lerares Frans. Een derde vrijwilliger, Annet, die veel voor de opleiding en clubjes van de kinderen Al-Barho doet, kan er niet bij zijn.

Voortvarend bleef dit geëmancipeerde clubje zich op de Syriërs storten. Dit tot vreugde van Shamsha. Marian leest haar al columns voor van de Nederlands-Marokkaanse juriste Hayat, die op zaterdag in het Volkskrant magazine staan. Mohammed moest wennen aan deze voor hen nieuwe vrouwelijke dominantie. Na wat wrijving besloot hij Olga dan maar 'grote zus' te noemen. Dat hielp, want die bemoeien zich in Syrië ook nogal met je.

Extra lastig voor Mohammed is dat hij per ongeluk op een slechtere Nederlandse les terecht kwam dan zijn vrouw: Marian regelde voor hem een klasje bij de Albert Cuypmarkt, kon hij meteen handig boodschappen doen. Hij zit intussen in een betere klas, maar zijn Nederlands is nog moeizaam.

We wandelen naar de overkant, waar de kleine Malak al staat te springen en 'Het gaat PRIMA!' roept. De laatste keer zette Shamsha thee, nu doet Mohammed dat, ofschoon hij nauwelijks kan lopen door een hernia.

Shamsha steekt alvast vrolijk van wal. Vertelt in soepel Nederlands over Alhaska, hun stad in het noorden van Syrië, waar christenen, moslims en Koerden gewoon samenleefden. 'Ik had daar christelijke vriendinnen. Hartstikke leuk. Wat dat betreft lijkt het hier nu een beetje op daar.'

Malak gaat prima. Beeld
Malak gaat prima.Beeld

De eerste drie maanden in Amsterdam-Zuid waren moeilijk. Iedereen had het over hun grote huis, maar niemand zei gedag. En mensen van De Samenwerking namen kruisverhoren af: 'Wat we vonden van mannen die een vrouw willen worden. Of van mensen die alcohol drinken.' Shamsha antwoordde steeds hetzelfde: 'In Syrië hadden we óók veel cultuurverschillen. Mijn buren daar dronken óók gewoon alcohol.'

Oudste dochter Reham komt er nu bij zitten (zoon Wissam werkt bij Albert Heijn). Zij vertelt hoe ze onlangs haar pols brak: omvergeduwd door het meisje op school dat haar altijd uitscheldt voor 'bootje'. De kinderen van Shamsha zijn tijdens hun vlucht omgeslagen. Vooral Nour heeft het zwaar gehad.

Reham doet hun ruzie na. Dit met al volop vlekkeloos 'boeit me niet' en 'kanker'. De school vroeg Shamsha aangifte te doen, dat meisje was berucht. Shamsha: 'Maar het is ook een kind, misschien heeft zij ook problemen.' Er zijn te veel schakelklassen op die school, zegt Olga. Daarom hebben ze een andere school voor de twee oudsten gezocht. Een witte school.

Olga Wüst en Marian Vlasman. Beeld
Olga Wüst en Marian Vlasman.Beeld

Malak serveert nu met verve paaseitjes. 'Sinds het beter gaat in Syrië, willen we vaak terug', zegt Shamsha. Ze missen hun familie erg, haar vader is daar net overleden. 'Maar tegelijk kennen we hier nu zo veel mooie mensen. Het wordt elke dag moeilijker vrienden in Amsterdam achter te laten.' Ze hebben besloten dat de kinderen mogen kiezen. Als Syrië ooit weer veilig is.

Shamsha wil niet ondankbaar lijken, zegt ze, maar ze kan haar leven hier toch echt niet zien als geluk hebben: 'Dat is wat oorlog doet.'

Olga hoopt haar nieuwe vriendin te kunnen houden. 'Ik heb me nog nooit zo onderdeel van de wereld gevoeld als sinds mijn vriendschap met Shams.' Soms loopt ze trots met haar door de Beethovenstraat. 'Jullie rijke kakwijven', denkt Olga dan, 'zie eerst óók maar eens zulke goede vrienden te worden.'

Begin vorige eeuw werden in Amsterdam-Zuid prachtige huurwoningen neergezet. De vereniging die ze bezit wil alleen aanwas uit de nazaten van de huidige leden. Kan zo'n vorm van exclusiviteit nog, anno 2017?

Meer over