Analyse

Hoe Sigrid Kaag het seksisme te boven kwam

null Beeld Erik Kroes. Foto’s Werry Crone,  ANP, Reuters, Brunopress
Beeld Erik Kroes. Foto’s Werry Crone, ANP, Reuters, Brunopress

Voor Sigrid Kaag was het een, of misschien wel hét kantelpunt in de campagne: de publicatie van het onderzoek naar seksisme en vrouwenhaat op sociale media. Omdat het liet zien dat #KutKaag geen incident was, maar onderdeel van een systeem. En omdat zij besloot daarover niet te zwijgen.

Eigenlijk hóórt het niet. Als vrouwelijke politicus dien je seksisme te negeren. Je moet doen alsof het er niet is, alsof je het niet hebt gehoord, alsof het je geen strobreed in de weg legt. In een land dat zichzelf graag op de borst klopt als geëmancipeerd en progressief, staat erover praten al snel gelijk aan erover zeuren.

En dus was wat begin maart gebeurde bijzonder. In het debat tussen Lilianne Ploumen en Sigrid Kaag bij Jeroen Pauw kwam de misogynie op sociale media ter sprake. Uit onderzoek van de Universiteit Utrecht en De Groene Amsterdammer was gebleken dat 10 procent van alle tweets aan vrouwelijke politici haat of agressie bevatte. Bij Kaag ging het zelfs om 22 procent: zij ontving de meeste haatberichten van alle vrouwen op de kieslijsten voor de Tweede Kamerverkiezingen. ‘Sinds mijn aankomst in Nederland heb ik te maken met deze bagger’, zei de D66-lijsttrekker. ‘Het is in een stroomversnelling geraakt. Ik heb me heel vaak heel alleen gevoeld. Gelukkig, ik ben niet gek, dacht ik na het onderzoek. Dit is disproportioneel en onacceptabel.’

Zinnen die nog wel even nadreunen.

Politieke duiders spreken in campagnetijd vaak over gamechangers: momenten die de verkiezingsstrijd bepalen. In de afgelopen weken was het zo windstil in de peilingen dat op Twitter louter ironisch over gamechangers werd gesproken. Mark Rutte vertelt in een debat dat hij allergisch is voor katten? Gamechanger!

Maar misschien, zo zou je achteraf kunnen zeggen, was het onderzoek naar seksisme en vrouwenhaat wel zo’n beslissende factor. Omdat het licht wierp op de vele fronten waarop Kaag moest strijden. Niet alleen tegen haar opponenten, maar ook tegen nietsontziende beeldvorming. Tegen opgeklopt wantrouwen jegens haar, haar Palestijnse man, haar tegeltuin. Een stormbaan vol stereotypen en vooroordelen waar ze zich sinds haar kandidatuur langs moest manoeuvreren. Het onderzoek liet zien dat de trending hashtag #KutKaag geen incident was, maar onderdeel van een systeem.

En dan toch zo ontspannen en stevig optreden in verkiezingsdebatten. Ga er maar aan staan.

Geert Wilders, Sigrid Kaag en Mark Rutte in debat bij EenVandaag.  Beeld ANP
Geert Wilders, Sigrid Kaag en Mark Rutte in debat bij EenVandaag.Beeld ANP

Niet altijd ontspannen

Vooruit, die campagne was niet altijd ontspannen en stevig. Eind vorig jaar werd Kaag geconfronteerd met een #MeToo-affaire in de partij. Een prominente D66’er zou zich volgens een anonieme klaagster schuldig hebben gemaakt aan seksuele intimidatie en machtsmisbruik. Het onafhankelijke onderzoeksbureau dat Kaag inschakelde vond daarvoor geen bewijs, maar ontving wel meer klachten over de partijcultuur. ‘Uit het rapport blijkt voor mij nergens dat in onze vereniging sprake is van een structureel onveilige omgeving’, luidde haar opgeluchte reactie. Logisch wellicht in campagnetijd, maar ook wel een erg rooskleurige samenvatting van de bevindingen, zeker voor een lijsttrekker die zich profileert op de vrouwenzaak.

Weinig ontspannen was ook de wijze waarop ze in september als nieuwe lijsttrekker aan de wereld werd gepresenteerd. In filmpjes die zowel amateuristisch als hypergestileerd oogden, vol quasi-spontane ontmoetingen met een totaal niet-spontane, minutieus geselecteerde afspiegeling van alle kleuren die Nederland telt. In november kwam daar het Instagramfeminisme van Team Kaag bij, een ‘grassrootsbeweging’ van Kaag-fans met veel nadruk op vorm in plaats van inhoud. ‘Wij willen onze bek niet houden, wij willen meedoen’, luidde een van de campagneslogans. Om die snelle taal bij te kunnen benen was het logo een sportschoen, want ze ging van ‘traditionele pakkenpolitiek naar sneakers en van eindeloze discussies naar actie’.

Een maand later plaatste de D66-lijsttrekker op Instagram een bericht waarin ze vertelde dat ze na haar studie in Caïro de kans had gekregen om naar een van de Britse topuniversiteiten te gaan. Ze twijfelde en liet zich bijna ontmoedigen door een vrouw die zei dat het waarschijnlijk te hoog gegrepen was. De post was bedoeld om meisjes te inspireren hun dromen na te jagen, zoals dat gaat op Instagram, maar werd door menigeen gelezen alsof de D66-lijsttrekker nog altijd begrip zocht voor de lastige keuze tussen een van de drie topuniversiteiten.

Het gestuntel leek onbegrijpelijk. Waarom zo veel nadruk op vorm, op oneliners, op Instagramfähige tegeltjeswijsheden? Waarom ging het niet meer over de verdiensten van Kaag? Neem de wijze waarop ze als VN-gezant in Libanon vijf opstandige factieleiders van een vluchtelingenkamp stil kreeg, in 2015 opgetekend door De Correspondent: bám, de handen plat op tafel. In vloeiend Arabisch: ‘Luister, ik ben nog nooit zo onbeleefd ontvangen.’

Beeldvorming

Helemaal onbegrijpelijk was de strategie natuurlijk niet. De inspanningen van de campagne leken er die eerste maanden op gericht de beeldvorming te corrigeren. Toen alleen nog maar het gerucht ging dat ze misschien lijsttrekker wilde worden, begonnen collega’s van andere partijen al anoniem tegen De Telegraaf te fluisteren. ‘Het vuile werk is duidelijk beneden naar stand’, zei een ‘coalitiekopstuk’ in de krant. Een ander ‘coalitiekanon’: ‘Politiek is te laag gegrepen voor haar. Ze wil geen vuile handen maken.’

Vervolgens mochten lezers van De Telegraaf op het nieuws reageren. Die noemden haar ‘elitair’ (drie keer), vonden dat ze ‘een zekere superioriteit uitstraalt’. Ze zou ‘geen feeling met de gewone man en vrouw’ hebben en ‘de sociale vaardigheid missen mensen aan zich te binden’. Nee, het was de lezers al helemaal duidelijk: Kaag ‘weet niets van de mens in de straat’.

In het boek De zijkant van de macht schetst Julia Wouters, politicoloog en voormalig politiek assistent van Lodewijk Asscher, welke patronen vrouwen in de politiek tegenwerken. ‘Omdat verreweg de meeste beelden van professionals in ons hoofd die van een man zijn, geloven we eerder dat een man professioneel en competent zal zijn. Een vrouw moet dat keer op keer bewijzen’, schrijft Wouters. ‘Vrouwen worden eerder als risico gezien. Daardoor is het ‘enger’ ze een kans te geven.’

Het tweede patroon: de koorddans. Voor vrouwen in de politiek is het vrijwel onmogelijk de juiste balans te vinden tussen het beeld dat we hebben van een leider (assertief, ambitieus, competitief, eigenschappen die we veelal toeschrijven aan mannen) en de verwachtingen die we hebben van vrouwen (zorgzaam, bescheiden, gericht op samenwerking). Het idee van een vrouwelijke leider is bijna intrinsiek tegenstrijdig, het verwart ons. En dus zoeken we naar redenen voor die verwarring: in haar stijl, persoonlijkheid, uitstraling.

Gezellige Limburgse buurvrouw, die Ploumen! Vast niet zo geschikt voor de politiek, dus. Lilian Marijnissen doet het goed in de debatten, maar haar uitstraling past helemaal niet bij de SP, hè? Bij vrouwen van kleur komt daar nog het stereotype van de boze zwarte vrouw bij. ‘Ik begrijp haar missie, alleen vind ik dat ze er hard ingaat, daar hou ik niet zo van’, zei radio-dj en presentator Ruud de Wild in de Volkskrant over Sylvana Simons, de veelal kalme, maar gedecideerde lijsttrekker van Bij1. ‘Iedereen die z’n nek uitsteekt moet worden gehoord, maar het is de toon die de muziek maakt.’ Te polariserend, vond hij haar, zijn interviews met lijsttrekkers moesten wel gezellig blijven. Thierry Baudet en Geert Wilders, mannen die polarisatie tot de kern van hun politiek hebben gemaakt, waren daarentegen van harte welkom in zijn tv-programma.

Aangezien Kaag als lijsttrekker nadrukkelijk op het premierschap mikte, zag je de patronen die vrouwen in de politiek tegenwerken bij haar het sterkst. Ze moest zich opnieuw bewijzen. ‘Kaags talenknobbel is indrukwekkend. Maar wat heb je daaraan als je moet onderhandelen over pensioenen’, schreef de politiek commentator van De Telegraaf over de vrouw die succesvol met het regime van Assad had onderhandeld over ontwapening. Ook zou ze volgens de krant te weinig ‘investeren in Haagse contacten’ en was ze te eerlijk geweest over het teleurstellende beleid van D66-minister Ingrid van Engelshoven. Ze gedroeg zich, met andere woorden, niet zoals we verwachten van vrouwen: behoedzaam, verbindend, zorgzaam.

Sigrid Kaag staat de pers te woord op weg naar de ministerraad. In de media moest zij zich tijdens de campagne steeds verantwoorden voor haar ­uitstraling en achtergrond. ­ Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Sigrid Kaag staat de pers te woord op weg naar de ministerraad. In de media moest zij zich tijdens de campagne steeds verantwoorden voor haar ­uitstraling en achtergrond. ­Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

‘Elitair’

Steeds weer viel het woord elitair, ook in andere media. Nu is D66 geen volkse partij, het verwijt is snel gemaakt. Maar bij Kaag is het persoonlijker, diskwalificerender vooral ook. Over Rob Jetten en Alexander Pechtold hoorde je het in elk geval nauwelijks. Hans van Mierlo was een grachtengordeldier bij uitstek, maar toch kopieerde de populist Richard de Mos met zijn partij Code Oranje onlangs het iconische campagnefilmpje in zwart-wit waarmee de wandelende D66-oprichter zijn partij destijds lanceerde.

Wat elitair in Kaags geval precies betekende, bleef onduidelijk. Ze zou een dure jurk aan hebben gehad bij het verkiezingsdebat van RTL, maar die had ze al op meerdere gelegenheden gedragen. Bovendien was de jurk veel minder duur dan de pakken van de mannelijke lijsttrekkers. Echte bewijzen waren er niet, kortom, en toch moest ze zich steeds verantwoorden voor haar uitstraling en achtergrond, ook in de Volkskrant. Ze mocht dan in een huurflat zijn opgegroeid, haar ouders hadden wel gestudeerd, toch? Was ze wel echt ‘een dubbeltje’?

‘Elitair’ leek vooral een synoniem te zijn voor ambitieus of succesvol, kwalificaties die al snel tot kortsluiting leiden omdat ze niet stroken met de verwachtingen die we hebben van vrouwen. Er moet dus wel iets mis zijn. Kan ze zich verplaatsen in gewone mensen, weet ze wel wat een pak melk kost? Het zijn vragen die niet opkwamen bij CDA-lijsttrekker Wopke Hoekstra (villawijk, Minerva, Insead, McKinsey) – in elk geval niet voordat hij in coronatijd met Sven Kramer een ijsbaan opstapte.

‘Verrassend als Mevrouw Al-Qag onze nieuwe premier zou worden’, twitterde Jack van Gelder, voetbal- en knikkercommentator, begin januari. Nee, daar bedoelde hij echt niets vervelends mee, voegde hij eraan toe. ‘Maar zij beheert geldstromen richting het Midden-Oosten die ter discussie staan. Het niet gebruiken van de achternaam van haar man roept in combinatie daarmee vraagtekens op.’ Welke vragen maakte Van Gelder niet duidelijk. Wat wel bleef hangen: je kunt een dijk van een cv hebben, een carrière van jewelste, dertig jaar ervaring in de diplomatie, en nog verdacht zijn omdat je Palestijnse man ooit onderminister is geweest in de regering van Yasser Arafat.

Kaag op verkiezingsdag in Den Haag.  Beeld Getty
Kaag op verkiezingsdag in Den Haag.Beeld Getty

Persoonlijk

Sowieso was opvallend hoe persoonlijk het steeds werd richting Kaag. Ook in het NOS-slotdebat, toen Geert Wilders haar aanviel omdat ze als minister bij een bezoek aan Iran een hoofddoek droeg. Dat is verplicht, je komt het land anders niet in, maar de PVV-politicus deed alsof het haar persoonlijke keuze was. ‘Op dat moment koos u de kant van de ayatollahs’, beet hij haar toe. ‘U liet de vrouwen in Iran vallen als een baksteen. U heeft ze verraden.’

Op zichzelf goed dat de PVV-leider zo begaan is met vrouwen die moeten leven in een onderdrukkend regime. Maar zijn aanval betekende ook dat de bewegingsvrijheid van Nederlandse, vrouwelijke politici werd ingeperkt. Als zij niet naar Iran kunnen zonder uitgemaakt te worden voor verrader, kunnen ze immers ook geen minister van Buitenlandse Zaken worden.

‘Nee!’, riep Kaag tegen Wilders. ‘Ik accepteer dit niet. Het was een opdracht in landsbelang.’ Aan tafel bij Op1 werd nagepraat over de confrontatie. Duider Joost Vullings vond dat ze zich door Wilders uit de tent had laten lokken. Te emotioneel. ‘Het is goed om van je af te bijten, maar volgens mij was dit niet wat ze zich had voorgenomen.’

Kaag werd uitgeroepen tot winnaar van het debat, net als van de debatten ervoor. Ze had momentum, zeiden de duiders in de talkshows. Misschien was het voor veel kiezers een verrassing dat er achter het geschetste schrikbeeld van Kaag een overtuigende, benaderbare en nuchtere vrouw schuilging. Of wellicht maakte de weerstand die ze opriep juist duidelijk hoe belangrijk het was dat ze er stond. Zo viel Kaags politieke verhaal van verheffing, gelijke kansen en fatsoen dan toch samen met haar persoon. Ze negeerde het seksisme niet, maar bond de strijd ermee aan. En won.

Meer over