Achtergrond

Hoe pakt de omwenteling in Afghanistan voor het bezorgde India uit?

De overwinning van de Taliban in Afghanistan baart India grote zorgen. De omwenteling speelt New Delhi’s grote rivalen, Pakistan en China, in de kaart.

Een Afghaanse vluchteling, die een T-shirt draagt met de afbeelding van de anti-Talibanstrijder Ahmad Shah Massoud, praat met een Indiase politieagent. Beeld AP
Een Afghaanse vluchteling, die een T-shirt draagt met de afbeelding van de anti-Talibanstrijder Ahmad Shah Massoud, praat met een Indiase politieagent.Beeld AP

Wat goed is voor Pakistan is slecht voor India, en omgekeerd. In dat licht bezien zijn de machtsovername van de Taliban in Afghanistan en de aftocht van de Amerikanen slecht nieuws voor New Delhi. De Indiase regering moet de tevredenheid in Islamabad (premier Imran Khan sprak van ‘ketenen van de slavernij’ die eindelijk verbroken waren) bezorgd hebben gadegeslagen. Om maar te zwijgen van de brutale manier waarop de baas van de Pakistaanse geheime dienst de Taliban onlangs een handje kwam helpen bij de vorming van hun regering.

Pakistan zag een hartenwens in vervulling gaan: een vazalstaat aan zijn noordgrens met een bevriend regime. En daarmee strategische rugdekking in de strijd tegen eeuwige rivaal India (dat anders via Afghanistan Pakistan zou kunnen belagen) - tot genoegen ook van Pakistans bondgenoot China. Het was de beloning voor decennia van verkapte militaire en logistieke steun aan de Taliban, ook na de Amerikaanse inval in Afghanistan in 2001.

Brokken

India zit met de brokken. De regering van premier Narendra Modi verliest een bevriend land aan een beweging die het ziet als handlangers van Islamabad. India had sinds 2011 een strategische alliantie met de regeringen van Hamid Karzai en Ashraf Ghani, en investeerde meer dan 3 miljard dollar in Afghaanse projecten. Maar moet nu vrezen dat vanuit Pakistan opererende islamitische extremisten voet aan de grond krijgen in Afghanistan.

Het gaat met name om Lashkar-e-Taiba (LeT) en Jaish-e-Mohammed (JeM), twee groepen die op de terreurlijst van de VN staan en die strijden voor de ‘bevrijding’ van Kashmir, de grotendeels islamitische Indiase deelstaat die India en Pakistan elk voor een deel bezetten maar in zijn geheel opeisen. LeT en JeM vochten mee met de Taliban in Afghanistan en zouden moed kunnen putten uit de overwinning van hun moslimbroeders.

Sterker nog, vreest de regering-Modi, de Taliban zouden kunnen besluiten de Kashmiri-separatisten actief te steunen. De Taliban hebben afgelopen maanden weliswaar beklemtoond dat Afghanistan onder hun regime geen uitvalsbasis meer zal zijn voor internationaal terrorisme, maar een zegsman liet onlangs weten dat de Taliban wel degelijk ‘hun stem zouden kunnen verheffen’ voor de moslims in Indiaas Kashmir.

Sponsors terrorisme

En India heeft slechte ervaringen met de Taliban als sponsors van terrorisme. In 1999, tijdens hun vorige bewind, lieten ze een gekaapt Indiaas vliegtuig landen in Kandahar. Nadat India drie Pakistaanse terroristen had vrijgelaten in ruil voor de passagiers mochten de kapers ongemoeid afreizen naar Pakistan. De Haqqani-groep binnen de Taliban lanceerde talloze aanslagen op Indiase doelen, onder meer de ambassade in Kabul.

India is ook bang dat de Taliban de deur wijd openzetten voor Pakistans bondgenoot China, India’s andere rivaal, die aast op de Afghaanse bodemschatten en rust wil aan de grenzen van haar grotendeels islamitische provincie Xinjiang. China en Pakistan willen Afghanistan bovendien aansluiten op de China Pakistan Economic Corridor, een schakel in de ‘Nieuwe Zijderoute’ tussen China, Centraal-Azië en de Indische Oceaan. India, dat al een conflict met China heeft langs hun betwiste grens in de Himalaya, ziet dit als een ware omsingeling, gezien de belangen die China al heeft opgebouwd in buurlanden als Nepal, Myanmar, Bangladesh en Sri Lanka.

Toch kan de Pakistaanse triomf op termijn ook een pyrrusoverwinning blijken. De Taliban hebben, nu ze de macht veroverd hebben, namelijk goede redenen om Pakistan juist op afstand te houden. Ze willen door de eigen bevolking niet als loopjongens van Islamabad worden gezien. Anti-Pakistaanse sentimenten zijn sterk in Afghanistan. Het buurland wordt gezien als een bemoeial die alleen uit is op eigen voordeel, zoals het vastleggen van de door Kabul betwiste grens, de koloniale Durand Line, en de Afghanen vooral klein wil houden.

Pakistan niet meer nodig

Analisten zien al signalen dat de relatie tussen Pakistan en de Taliban verandert nu die laatsten niet langer opstandelingen zijn, maar het nieuwe gezag. Pakistan bemiddelde wel bij de vorming van de regering (via spionagechef Faiz Hameed), maar kreeg niet de inclusieve regering die het zei te willen. De Taliban maken duidelijk dat zij nu de baas zijn en Pakistan niet meer zo nodig hebben. ‘We zijn niet de marionetten van Pakistan. We zijn onafhankelijk’, aldus een Talibanleider tegen het Amerikaanse tijdschrift Foreign Policy.

Zorgelijk voor Pakistan zou het vooral zijn als de Taliban zouden besluiten als drukmiddel tegen Islamabad steun te blijven geven aan hun geestverwanten, de Pakistaanse Taliban (Tehreek-e-Taliban Pakistan), gewelddadige extremisten die meevochten in Afghanistan, maar ook van Pakistan zelf een islamitisch emiraat willen maken. De TTP werd afgelopen jaren teruggedrongen door het Pakistaanse leger, maar is sinds kort weer in opmars.

India zou zo uiteindelijk garen kunnen spinnen bij de omwenteling. Niet alleen omdat Pakistan straks te maken krijgt met een destabiliserende Talibanisering in eigen huis, ook omdat de Taliban mogelijk juist bij India steun zullen zoeken tegen Pakistan (en China). Sterker, die toenadering is er al. Indiase diplomaten spraken nog voor de val van Kabul met Talibanleiders. We passen ons aan aan de nieuwe realiteit, aldus Jayant Prasad, oud-ambassadeur van India in Kabul. ‘We moeten in Afghanistan een spel van de lange adem spelen.’

Meer over