'Hoe ouder ik word, hoe onzekerder'

De jaren gaan tellen. Vut of pensionering ligt in het verschiet. De een staat te popelen, de ander helemaal niet....

WAS HIJ MAAR een avonturier geweest, denkt hij soms. Of minder laf. Dan zou hij ècht boven Lissabon/ zweven in een hete-luchtballon, of ook 'n keer staan/ op de rand van een vulkaan, ging hij naar Jeltsin met een vraag en in de lente weer naar Praag. De hemel moet nog even wachten, zingt Pierre Kartner (60) op zijn jongste cd, en dat meent hij.

Kartner plukt de dag, en wil dat voorlopig blijven doen. Als 'liedjesfabriek' - schrijver en producer van zo'n zestienhonderd liedjes - en als Vader Abraham, toch nog zo'n 150 keer per jaar. 'Maar het is niet niks, het is intensief werk', zegt Kartner, die zich bevoorrecht voelt omdat hem geen vut wordt opgelegd en hij nog steeds 'zijn publiek kan doen vergeten dat de portemonnee leeg is'.

'Je merkt dat je ouder wordt. Het is de spier in de rug, die je voelt als je opstaat, maar Vader Abraham staat vanavond tòch weer tussen de Borsatootjes. Tijdens het optreden of vlak erna gaat het nog net als vroeger, maar dan drijf je nog op de dobber van het succes. Het is de volgende ochtend: dàn merk je dat je net een streepje te ver bent gegaan. Dat heb ik sinds een jaar of vijf.

'Ik zou eigenlijk met mijn vrouw in de tuin moeten gaan zitten, rustig koffiedrinken en bijkomen, maar dan rij ik toch weer om half tien weg voor een repetitie van de 5 Uur Show. Ik wil niemand laten zien dat ik bekaf ben. Voor mijn artiesten wil ik even verend zijn als vroeger, nog steeds dezelfde scheldkanonnades. Ik wil overal bij zijn. Ook bij een fotosessie van de zusjes Timmerman.

'Het is niet alleen het lichaam. Het is vooral de mentaliteit die verandert. Toen ik veertig was, kon ik een tegenslag wel hebben, pepte ik me op om er toch nog een succesje van te maken. Nu hoor ik liever niet dat iets een rotplaat is. Ik wil alleen nog complimenten horen. Het is onzekerheid, denk ik. Hoe ouder ik word, hoe onzekerder.'

De jongste cd, Lach naar de Wolken, is tot dusverre geen succes, beseft Kartner. Vergelijkingen met Smurfenland uit 1977 (wereldwijd achttien miljoen exemplaren verkocht) wil hij niet maken, maar twaalfduizend stuks in bijna een jaar tijd is toch wel erg weinig. 'Ik merk dat ik nu de schuld eerst bij anderen zoek, waar ik vroeger misschien graag zelf de schuld op me nam. Was de hoes dan toch niet goed? Had het dan toch een cd moeten zijn van Vader Abraham, en niet van Pierre Kartner? Of ligt het toch aan de pluggers? Ik vind dat een goed liedje als De hemel moet nog even wachten echt te weinig is gedraaid.'

'Verslaafd aan succes', dat is hij. 'Twee miljard mensen kennen Vader Abraham. Het is niet alleen 't Smurfenlied hier. In Mexico stond ik op zo'n praalwagen, met miljoenen mensen om me heen. En de halve wereld zingt Het Kleine Café. Ik heb te veel succes, zei de gek. Het is een ziekte waar je niet van af komt.'

Stilstaand water gaat dood, is Kartners motto. Dus maakt hij toch maar de muziek voor een tekenfilmreeks, en staat hij toch op het Levensliedjesfestival. Hij wil voorkomen dat hij plotseling 'voor het rode licht staat, zoals Sonneveld', maar als de hemel dan echt niet meer wachten kan, gaat hij het liefst dood als hij zit te schrijven achter zijn vleugel, hij net zijn 'mooiste woord' heeft opgeschreven. En de pen viel op de grond. . .

Hij zou nog wel eens 'een daad willen stellen', maar hij is niet de man die op de Dam een protestlied tegen de oorlog in Bosnië aanheft. 'Daar ben ik te laf voor. Ik kies toch voor de veiligheid van de bühne. Ik heb nooit mijn nek echt uitgestoken; ik heb alleen mijn baard laten afknippen bij Geven voor Leven. Uiteindelijk ben ik toch weer de man die in Meppel Uche, Uche zal zingen en weet dat de zaal meezingt.'

Kartner zou misschien wel eens een immens lange treinreis door Oekraïne willen maken - laatst op de televisie gezien - want 'wat zou je dan niet allemaal zien, fantastisch toch?', maar hij weet dat hij het nooit zal doen, ook niet als hij ooit eens zou stoppen met werken. 'Ik ben dan toch weer zo burgerlijk om met mijn vrouw gewoon de Beaujolais-route te nemen.

'Naar Australië, daar iets met graan doen', is ook zo'n optie die vermoedelijk nooit werkelijkheid zal worden. 'Iets met mijn handen doen, hard werken. Zweten heb ik te weinig gedaan.' Maar nee, constateert de voormalige patatboer. Ook al 'gaat het mis hier, met de mensen en de natuur', Pierre Kartner 'wacht op morgen, omdat het dan misschien beter gaat'.

Hij weet dat eens de dag komt dat hij zal moeten stoppen met zingen. 'Als mijn keel schuurpapier is geworden, dan kan het niet meer. Dat kan best over vier, vijf jaar zijn. Dan zal ik alleen nog schrijven en produceren. Een soort semi-optreden. Terwijl ik denk dat er nog een wereldhit voor me zit aan te komen.'

Voor zijn huidige bestaan zou hij niet één-twee-drie een alternatief hebben. Misschien zou hij later iets met de naam van zijn alter ego kunnen doen. Vader Abraham Mosterd, Vader Abraham Kaarsen, Vader Abraham Poppen - 'elk jaar worden er honderdduizend mensen vijftig, als ik dàt eens kon uitbuiten'. Of toch maar weer de de patat in. 'Ik zie het al staan: Vader Abraham Friet. Lèkkere friet. Of: Vader Abraham Friet. Waarom niet?'

Eric van den Berg

Dit is de zevende aflevering van een serie.

Meer over