Hoe ontwapenend kunnen topsporters zijn?

Topsport hoeft geen oorlog te zijn. Tennisser Roger Federer, voetballer Lionel Messi en atleet Usain Bolt bewijzen dat ongenaakbaar en vriendelijk elkaar niet uitsluiten. 'Ik zou graag een hekel aan je hebben, maar je bent echt aardig.'

In de sport maken cijfers de man. Status is afhankelijk van records die liefhebbers met ontzag uitspreken en buitenstaanders voor raadsels plaatsen.

Roger Federer

: 17 (grandslamtitels), 302 (aantal weken nummer een van de wereld).

Lionel Messi

: 91 (doelpunten in seizoen), 3 (maal verkozen tot beste voetballer ter wereld).

Usain Bolt:

6 (olympische titels), 9,58 (wereldrecord 100 meter).

Cijfers leiden tot lijstjes. Federer, Messi en Bolt komen in eindeloos veel rangschikkingen voor, plichtmatige en prestigieuze. Ze staan hoog op de lijst van best betaalde sporters, opgesteld door het financiële tijdschrift Forbes. En ze zijn door weekblad Time een of meerdere keren geschaard bij de honderd invloedrijkste personen op aarde.

Maar de cijfers en lijstjes, hoe onmisbaar ook, vangen slechts een beperkt deel van de werkelijkheid. Ze geven niet weer waarom Federer, Messi en Bolt tot de besten aller tijden worden gerekend, iets dat ze het afgelopen jaar opnieuw hebben aangetoond. Ze zeggen niets over hun invloed op de sport, of over wat ze onderscheidt van andere grootheden.

Toeschouwers snappen het, instinctief. Ze kochten afgelopen jaar geen kaartje voor Wimbledon, Barcelona of de olympische finale van de 100 meter. Nee, ze wilden Bolt ervaren, Federer ondergaan, zich laten bedwelmen door Messi. Ze volgden, zonder het te beseffen, het advies van Pep Guardiola, de voormalige coach van Messi bij Barcelona. 'Probeer niet over hem te schrijven. Probeer hem niet te beschrijven. Bekijk hem.'

De toeschouwers zagen drie mannen die genoten van hun uitzonderlijke talent, zonder zich erin te verliezen. Het lukt Federer (31), Bolt (26) en Messi (25) te vergeten wie ze zijn als hun vak uitoefenen. Snelste mens, beste tennisser, meest scorende voetballer: aan hun plek in de geschiedenis lijken ze niet te denken als er een topprestatie van ze wordt verlangd. Ze hebben slechts oog voor de bal, het doel, het startschot en de eindstreep.

Ze weten om te gaan met druk. Ze raken niet verlamd door de verwachtingen die hun reputatie met zich meebrengt. Ze weerleggen het cliché dat aan de top komen gemakkelijker is dan er blijven. Hun plek in de pikorde lijkt een vaststaand gegeven: bovenaan. Ze zijn de alfamannen van het tennis, voetbal en atletiek.

Maar ze zijn geen gewone alfamannen. Ze onderscheiden zich door het plezier dat ze beleven aan de sport. Ze hebben niets op met het klassieke idee dat topsport oorlog is, die met andere middelen wordt gevoerd. Naar die gedachte hebben allerlei andere grootheden wel geleefd. Psychologische spelletjes, intimidatie, zelfs machtsmisbruik: het behoorde tot het vaste arsenaal van Muhammad Ali, Michael Jordan, Carl Lewis en Lance Armstrong.

Ook mindere grootheden van vandaag en gisteren bedienen zich van dat soort trucs. Van Zlatan Ibrahimovic tot Ronaldo, van John McEnroe tot Novak Djokovic, van Maurice Greene tot Michael Johnson, ze hebben nooit voldoende talent gehad, of erop vertrouwd, om het imponeren van tegenstanders met dreigementen, beledigingen of grappen achterwege te kunnen laten.

Door Bolt, Federer en Messi krijgt dat macho-gedrag iets onbeholpens en aanstellerigs. Zij hebben het vermogen om tegelijkertijd vriendelijk en ongenaakbaar te zijn. Ze laten zien dat een glimlach in de topsport geen teken van zwakte hoeft te zijn, zelfs onbedwingbare huilbuien niet, in het geval van Federer. Ze beseffen dat het respecteren van een tegenstander, of de scheidsrechter, niet ten koste hoeft te gaan van hun winstkansen.

'Ik zou graag een hekel aan je hebben, maar je bent echt aardig', zei tennisser Andy Roddick in 2005 nadat hij de finale van Wimbledon verloor van Federer. Het zou ook over Messi en Bolt gezegd kunnen zijn.

Met hun houding hebben de drie beroemdheden het aanzien van de sport veranderd. Zoals Ali het beschimpen van zijn tegenstanders in het boksen tot norm verhief, en Armstrong doping in de wielersport, zo hebben zij het beeld van tennis, atletiek en voetbal bijgesteld.

In de atletiek is dat het meest zichtbaar. De moeder aller sporten is vrolijker geworden door Bolt. Dankzij hem durven andere atleten hun persoonlijkheid te tonen in het stadion en voor de camera's. Aan de startstreep zijn nu lachende gezichten te zien in plaats van gespannen tronies.

Volgens topsprinter Churandy Martina is zelfs de sfeer in de kleedkamer ontspannen nu Bolt de Amerikaanse sprinters naar het tweede plan heeft verdreven. Voorheen probeerden de Amerikanen andere sprinters vaak fysiek te intimideren. Als Bolt andere sprinters onzeker maakt, is dat hooguit een onbedoeld neveneffect van zijn uitbundige gedrag.

In tennis is de invloed van Federer subtieler, maar even onmiskenbaar. Zijn gevoel voor traditie, zijn welbespraaktheid en hoffelijkheid hebben school gemaakt. Rafael Nadal, lange tijd zijn aartsrivaal, is zijn trouwste volger. Hun vriendschappelijke relatie is onvergelijkbaar met die van voorgangers als Jimmy Connors en John McEnroe, of Pete Sampras en Andre Agassi. Alleen in hun slagen zit venijn, nooit in hun woorden.

Het stempel dat Messi drukt op het voetbal is minder zichtbaar, vooral door de omvang van de sport. Maar bij Barcelona is zijn voorbeeldige gedrag de norm. Dat een opgewonden egoïst als Ibrahimovic het niet heeft volgehouden in de ploeg is geen toeval. Messi toont aan dat topvoetbal mogelijk is zonder Schwalbes en misbaar tegen de arbitrale leiding. Hij bewijst dat ook een voorbeeldige ploeggenoot topscorer kan zijn.

Is het saai, die blijmoedige brille van de Zwitser, Argentijn en Jamaicaan? Kennelijk niet. Hoe langer ze aan de top staan, hoe groter hun aantrekkingskracht is. Het helpt misschien dat ze niet onfeilbaar zijn. Een enkele keer verliezen ze zelfs de regie over hun talent.

Bij de WK atletiek werd Bolt vorig jaar na een valse start gediskwalificeerd, waardoor hij zijn titel op de 100 meter niet prolongeerde. In de Champions League werd titelverdediger Barcelona vorig jaar uitgeschakeld door een gemiste penalty van Messi. En Federer verloor belangrijke wedstrijden, soms zelfs na op matchpoint te hebben gestaan.

Vooral Federer (31) krijgt na pijnlijke nederlagen al jaren de vraag hoe lang hij nog denkt door te gaan. Tennis is een spel voor twintigers, niet voor dertigers. Winnen, zo is de achterliggende gedachte, zal voor hem steeds moeilijker worden.

Uit de terugkerende vraag blijkt dat veel journalisten moeite hebben zijn drijfveren te begrijpen. Het gaat hem niet om de cijfers, lijstjes of records. Hij heeft plezier in wat hij doet. 'Vind je tennis nog leuk?' werd hem onlangs gevraagd. Hij reageerde onthutst. 'Leuk? Ben je besodemieterd? Ik hou van tennis.'

Zo simpel kan het zijn. Federer en Messi kunnen zich niet indenken dat er, met hun onverklaarbare talent, iets leukers bestaat dan tennissen en voetballen.

Bolts verhouding tot de atletiek is minder eenvoudig. Hij zegt altijd dat hij zich wel degelijk iets leukers kan voorstellen dan sprinten (nachtleven, vrouwen, snelle auto's, voetbal, cricket). Maar of dat de waarheid is? Na zijn goud op de olympische 100 meter maakte hij van blijdschap een koprol, alsof hij na schooltijd op een grasveldje in Jamaica liep.

De snelste mens, met zijn lange lijf, koppeltje duikelend voor een miljard televisiekijkers. Hoe ontwapenend kan topsport zijn?

undefined

Meer over