LOPEND VUUR

Hoe nieuws zich verspreidt: Lopend Vuur stopt als wekelijkse rubriek

Het nieuws: Lopend Vuur stopt als wekelijkse rubriek. Wat opvalt: Het viel niet altijd mee om te schrijven over (naaste) collega's.

Loes Reijmer
null Beeld De Designpolitie
Beeld De Designpolitie

1. Waar moet het over gaan?

Soms is de ontwikkeling van het nieuws 'overduidelijk Lopend Vuur'. Reden voor gejuich bij de Lopend Vuurmakers, maar ook direct tot zorg: het thema kan 'weglopen', in journalistenjargon. Maken andere media met metablik niet al voor de zaterdagse rubriek verschijnt een reconstructie?

Vaker valt op het laatste moment de definitieve beslissing. Lichte zucht: 'Deze maar.' Dat gejammer blijkt doorgaans onterecht: wie zich in berichtgeving verdiept, vindt meestal rare wendingen en curieuze keuzes. En alles blijkt altijd gecompliceerder dan op het eerste gezicht lijkt. Doordat alles voor deze rubriek dubbel gecontroleerd moet worden, haal je al snel je eigen aannames onderuit.

Het interessantst zijn de onderwerpen waarbij een haastig genomen beslissing of kleine fout grote gevolgen heeft. Daar moest deze rubriek over gaan: welke overwegingen maken journalisten in een tijd dat nieuws zo snel de ronde doet en zij zelf onder druk staan? Begin december berichtte RTV Noord-Holland bijvoorbeeld dat een van de zussen van Holleeder was doodgeschoten. 'De politie kan dit bevestigen', stond in het nieuwsbericht. Zo leek het gerucht een avondlang waar te zijn. Foutje van de webredacteur: het woordje 'niet' vergeten in de zin 'de politie kan dit niet bevestigen'.

Heb je geen belangrijkere dingen te doen?

Schrijven over andere journalisten is een bijzondere ervaring. 'Zouden journalisten niet meer passie moeten hebben voor het controleren van de macht dan van elkaars berichtgeving?', blogde Pieter Klein, adjunct-hoofdredacteur van RTL Nieuws in 2012 nadat hij voor het eerst was benaderd voor Lopend Vuur.

De gedachte achter Lopend Vuur is juist dat media óók grote invloed hebben. Politici zijn soms meer met beeldvorming dan met beleid bezig, media nemen iedereen de maat en kunnen carrières maken en breken. Waarom zouden journalisten dan geen verantwoording voor hun keuzes afleggen? Tenzij het heel hoog oploopt en de Raad voor de Journalistiek en de rechter in beeld komen, worden zij eigenlijk alleen door hun collega's gecontroleerd - wel zo fijn ook, qua vrije pers.

Hoewel velen zonder mokken meewerkten, kwam het journalistieke equivalent van 'ga eens boeven vangen' vaker terug. Een voorzichtige stap op glas ijs: oudere journalisten leken het moeilijker te vinden om te worden benaderd dan jongere journalisten. Ouderen zijn wellicht minder gewend om aangesproken te worden op hun werk buiten de eigen gelederen, jongere journalisten wel. Ze zijn volwassen geworden met interactie op sociale media, ze twitteren over hun eigen artikelen en krijgen daar weer reacties op. Mediaberichtgeving is het afgelopen decennium genormaliseerd en toegenomen, voorheen was het een taboe - want ijdel en klef - om als journalist over journalistiek te schrijven.

3. Belt de ombudsman?

Nu kán het ook vervelend zijn om te worden aangesproken op je werk.

Veel journalisten vatten het telefoontje meer op als aanval - alsof een ombudsman even hoofdschuddend naast het bureau kwam staan.

En soms was het resultaat natuurlijk ook weinig positief voor een collega, maar het ging nooit om het veroordelen. Wel om het onderzoeken van bepaalde keuzes: waarom gebruik je dit woord, zou je dat met de kennis van nu nog doen? GeenStijl, PowNews en RTL Boulevard hadden vrijwel nooit zin om die vragen te beantwoorden. De Telegraaf was, enkele positieve uitzonderingen daargelaten, ook vaak lastig te benaderen.

Opvallend: redacteuren van NRC Handelsblad en nrc.next, de grootste concurrent, reageerden bijna altijd welwillend. Wellicht draagt het aandeel medianieuws in die kranten, evenals een rubriek als Next checkt, daaraan bij: zelf doen ze het ook.

De grootste nieuwssite van Nederland, Nu.nl, werkte eveneens probleemloos mee. Soms werd zelfs al op het telefoontje gerekend.

'Ik zei net tegen een collega, wanneer zal Lopend Vuur bellen?'

Ook Volkskrant-collega's reageerden met wisselend enthousiasme. Lopend Vuur moest net zo streng zijn voor Volkskrant-verslaggevers en was soms misschien nog wel strenger: je hebt de schijn al snel tegen. Andere media hielden dat ook goed in de gaten. 'De Volkskrant was nog wel een stukje stelliger hoor, ga je nog bij je collega langs?', zei Pieter Klein weleens als zeer kritische vriend van de rubriek.

4. De Marcels

In de afgelopen jaren is er onder redacteuren van de rubriek een vaste uitdrukking ingeslopen, namelijk: 'bellen met de Marcels'. Het gaat om Marcel van Lingen en Marcel Gelauff, respectievelijk hoofdredacteur van het ANP en NOS Nieuws. Er is maar weinig berichtgeving waar deze media niet (zijdelings) bij betrokken zijn en daarom is het telefoontje naar de Marcels een bijna vast onderdeel.

Dat komt ook doordat deze hoofdredacteuren de vragen per se zelf wilden beantwoorden in plaats van dat over te laten aan de makers van artikelen of items. Nu zijn ze als hoofdredacteur natuurlijk eindverantwoordelijk, maar het bleek voor beide partijen lastig. De vragen zijn vaak erg specifiek, onmogelijk te beantwoorden door een hoofdredacteur die ver van het journalistieke proces afstaat. Daardoor miste Lopend Vuur soms belangrijke details en waren de Marcels er veel tijd aan kwijt.

En toegegeven, Lopend Vuur maakte ook zelf weleens een foutje. Het ANP besloot de medewerking te beëindigen. Gelauff kon zijn tegenzin op het laatst niet meer verbergen, maar bleef wel antwoorden. Iedereen die heeft meegewerkt verdient dank, maar de Marcels - hoe het allemaal ook is geëindigd - het meest. Bij dezen.

5. Details, details

Soms draaide de rubriek om een klein detail, zoals een bepaalde woordkeuze of interpretatie. Vaak is het zo goed voor te stellen dat een journalist in de snelheid een bepaalde keuze niet zo goed heeft overdacht. Toch blijken die details belangrijk. Bijvoorbeeld de wijze waarop in oktober 2013 de woorden van Verene Shepherd over Zwarte Piet werden uitgelegd. Ze verkondigde haar particuliere mening, maar in de media ontstond het beeld dat de Verenigde Naties het Sinterklaasfeest wilden afschaffen.

Het lastigste? De rubriek draait om nauwkeurigheid, je mag geen genoegen nemen met opzettelijke vaagheden of wegkomen met kromme formuleringen. Daarom moesten sommige geïnterviewden wel drie keer worden lastiggevallen. Dat kwam de sfeer vaak niet écht ten goede.

En de oogst? Onthullinkjes vaak, het echte verhaal soms. Er is zelfs weleens een protocol aangepast op een redactie. De hoop is vooral dat lezers media getrainder tot zich nemen. Uiteindelijk is Lopend Vuur een manier van kijken. Dat blijft Vonk, ook zonder deze wekelijkse rubriek, doen.

Met medewerking van: Gidi Heesakkers, Gijs Hablous, Haro Kraak, Jennie Barbier, Pieter Hotse Smit en Susanne Geuze

Meer over