Hoe minder volk, hoe meer vreugde

Op de ochtend van Aswoensdag strompel ik met een kater door pulp van natgeregende confetti en denk: ik moet hier weg.

Beeld Gabriël Kousbroek

Bhagwan Sri Rajneesh zei ooit dat de mens een roze wolk is die nergens vandaan komt en nergens naar toe gaat maar ik voel mij nu vooral verstrikt in een oneindige lus, een loop. Hoe kan het verdikkeme toch zijn dat ik - die ooit gillend zijn geboortegrond ontvluchtte - opnieuw in een boerengat woon maar dan vijfentwintighonderd kilometer bezuiden de Veluwe?

Bon, ik was doodmoe geworden van de ratrace in de betonjungle met zijn alcoholisten, junkies, hoerentroep, steeldieven en ander psychopatisch tinnef & geteisem. Desondanks beschouw ik mezelf nog steeds als een mensenvriend maar toch: hoe minder volk, hoe meer vreugde. De desolate negorij van Portugal leek me daarom wel wat maar ik had niet bevroed dat het hier nog saaier zou zijn dan in mijn geboortedorp.

Bij de apotheek scoor ik een zak pillen en en trek mij terug in mijn datsja. Achter de laptop voel ik mij tenminste weer een beetje wereldburger.

Tijdens mijn vrijwillige ballingschap in Zuid-Amerika (die overigens volledig onopgemerkt bleef) ontdekte ik dat cyberspace zoveel meer te bieden heeft dan enkel vunzige porno. De sociale netwerken werden - net als nu - mijn levenslijn naar het moederland. Daarvoor was ik tamelijk van de oude stempel wat mijn communicatie betrof. Zo stuurde ik ellenlange, handgeschreven brieven vol indianenverhalen aan mijn schaarse vrienden in de Oude Wereld. De enveloppen werden echter enkel geopend omdat ik als lokkertje altijd wel een pakje cocaïne meestuurde en er was ook nog een idioot die dankbaar de postzegels met exotische vogels losweekte.

Ik klok een paar liter water naar binnen en surf uit verveling met Google Street View naar mijn geboortedorp. Het stralende weer daar doet weldadig aan. Een meneer sproeit de voortuin van ons huis. De dakkapel van mijn slaapkamer is nog precies hetzelfde. Iets verderop woonde mijn jeugdliefde en ik herinner me na ruim veertig jaar ineens haar naam weer. Misschien vind ik haar wel terug op op Schoolbank en ga ik haar de huid vol schelden.

Ik rommel nog wat in mijn hood en kachel door naar de begraafplaats waar de camera stopt voor de poort. Even heb ik de neiging door te lopen om het onkruid van ons familiegraf te krabben maar het is wel welletjes voor vandaag. De moordende verveling van toen voelde ik niet.

Toch ben ik blij dat ik weer weg mag.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over