'Hoe meer geld, hoe meer we helpen'

Om een school te helpen in een armoedig deel van China, brengt Camille van Zadelhoff een boek uit. Met illustraties van beroemde kunstenaars....

Je kunt na je middelbare school een jaartje gaan reizen of lanterfanten, of meteen studeren natuurlijk. Of je kunt zoals Camille van Zadelhoff (18) en haar vriendin Weye Hu (18) uit Hilversum je eigen goededoelenproject opzetten. Voor een armetierig schooltje en de schoolkinderen ergens in de arme Chinese provincie Yunnan.

Zoals ze het uitlegt klinkt het allemaal heel simpel. Je schrijft een kinderboek, benadert 29 Nederlandse en buitenlandse kunstenaars onder wie Jeroen Krabbé, Dick Bruna of de succesvolle Chinese kunstenaar Liu-Ye. Je vraagt ze of ze een illustratie willen maken voor een bepaalde passage uit je boek. De originele werken laat je naar Nederland overkomen en die verkoop je bij een veilinghuis, in het geval van Van Zadelhoff dat van haar ouders. Je gaat naar China om alles met eigen ogen te zien. Vervolgens ga je nog een keer kort terug om met een professionele cameraman een documentaire op te nemen. Dat monteer je thuis. Het resultaat laat je in première gaan op een ‘evenement’ met heerlijk Chinees eten. Je boek is uiteraard bij alle grote boekwinkels en bij bol.com te koop. En klaar is Kees: alle opbrengsten gaan naar de door jou opgerichte stichting.

Hoe wist je hoe dat allemaal moest?

‘Ik heb het eigenlijk gaandeweg geleerd. Ik heb ook heel vaak mijn hoofd gestoten, hoor. Wat ik vooral geleerd heb, is dat je niet bang moet zijn om hulp te vragen. Heel belangrijk was dat Weye er op een gegeven moment bij kwam. Zij woont sinds haar vijfde in Nederland en spreekt vloeiend Chinees. En zonder mijn ouders had ik het ook niet gered. Ik ben heel perfectionistisch en draaf soms erg door met een plan. Dan heb ik iemand nodig die zegt: ho, een pas op de plaats.’

Hoe kwam je op het idee van een goededoelenproject?

‘Ik zat in de zesde. De rector van mijn school, het Gemeentelijk Gymnasium was op vakantie geweest naar China. En toen liet hij foto’s zien van het platteland waar de minderheidsvolken leven. 5 procent van de bevolking is superarm, en wordt onderdrukt, het zijn boeren die niets bezitten.

‘Ik was geshockeerd. Door die andere kant van China. Ik had alleen maar een beeld van China als een economische wereldmacht, met de wereldtentoonstelling in Shanghai en de Olympische Spelen in Peking.

‘Toen dacht ik: waar ben ik nou goed in, wat ook nog potentie heeft voor een goede opbrengst. Ik was op mijn elfde al begonnen aan een boek, en ik dacht: dat ga ik nu afmaken.’

Hoe kwam je dan bij iemand als Dick Bruna terecht?

‘Ik heb iedereen gebeld, of benaderd via internet. In Frankrijk, Spanje, Portugal, Kenia. Soms via skype, om aan te tonen dat het geen oplichterij was. Jeroen Krabbé heb ik aangesproken op de KunstRai, Herman van Veen ging eerst via zijn vereniging Harlekijn, en later persoonlijk. En Liu-Ye eerst via een galerie in New York en die verwees me weer door naar zijn galerie in Peking. Uiteindelijk heb ik hem daar ontmoet.

En een documentaire maken was ook peanuts?

‘Dat was weer een idee van de rector, Wim van den Berg. Hij wist dat ik wel iets met film had. Want ik had een paar jaar eerder op school een Engelse speelfilm gemaakt die ook in Toronto op het Student Film Festival bekroond is. Ik zei: ik heb het nog nooit gedaan maar ik wil het wel proberen.Voor de reiskosten regelde hij een sponsor. Ik deed regie, productie en montage, Weye Hu was interviewer-vertaler, en ze hielp met monteren. Het was zwaar, koud, reisafstanden van 13 uur naar dorpjes in the middle of nowhere. maar het mooie was dat we met iedereen konden communiceren zonder een tolk ertussenin. ’

Wat vond je het indrukwekkendst?

‘De warmte van de mensen. Ze hebben niets en nog geven ze alles, al hun eten, aan jou. Ik had nog nooit zulke armoede gezien. Mensen die in blokhutten leven zonder keuken maar met een pan op vlammen, zonder verwarming ook in de winter wanneer het er ijskoud is. En dan geen goede kleren hebben. En dan maak ik me druk om een bad hair day of dat ik geen trek heb in vlees. Maar zij zijn niet in staat om hun kinderen een opleiding te geven. We hebben uitgerekend hoe lang ze moeten werken om een kind naar highschool te kunnen sturen: 33 jaar. En dan moeten ze natuurlijk ook nog eten.’

Hoeveel moet je ophalen?

‘Minimaal 7.000 euro. Dat is genoeg voor de renovatie en innovatie van de school. Maar hoe meer geld we ophalen hoe meer individuele leerlingen we kunnen helpen. Vooral meisjes.’

Van welke toekomst droom je zelf?

‘Ik ga komend jaar Fine Arts studeren aan de Universiteit van Oxford. Het is praktijk en theorie door elkaar en duurt drie jaar. Er worden 20 leerlingen per jaar toegelaten. Daarna wil ik denk ik nog wel naar de filmacademie. Uiteindelijk wil regisseur worden. Meer documentaires maar ook fictie. Ik wil verhalen vertellen.’

Meer over