interviewBastiaan Geleijnse

Hoe maak je Fokke & Sukke tijdens een pandemie? ‘Het fijne van corona is dat iedereen de context kent’

Bastiaan Geleijnse. Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Bastiaan Geleijnse.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Op 15 maart 2020 ging Nederland voor het eerst in lockdown. Een jaar later zijn we nog steeds beperkt in onze vrijheid. Heeft het ons veranderd? Bastiaan Geleijnse (Fokke & Sukke) voelde zich wel prettig onder de hoede van een premier die het zelf ook niet allemaal wist.

Voor Bastiaan Geleijnse (54), een van de drie makers van Fokke & Sukke, ging aan de uitbraak van corona in Nederland een korte periode van groeiend onbehagen vooraf. Corona was weliswaar nog een betrekkelijk exotisch, Chinees verschijnsel. Maar steeds vaker meende hij met ogenschijnlijk risicoloze bezigheden het lot te tarten. ‘Dan dacht ik: God zegene de greep. Bijvoorbeeld toen ik op 6 maart 2020 naar het Boekenbal ging. Ik ben gek op het Boekenbal. Toch ben ik ditmaal vroeg weggegaan omdat ik mij wat onbehaaglijk voelde in de massa.’

Toen corona Nederland had bereikt, raakten Geleijnse en zijn kompanen John Reid en Jean-Marc van Tol bevangen door angst, en gingen ze andere mensen mijden. Maar op hun samenwerking had corona een heilzame invloed. ‘Normaal overleggen we ’s ochtends telefonisch tussen half negen en uiterlijk kwart over negen over de grap van de dag. Nu hadden we veel meer tijd voor elkaar, soms wel tweeënhalf uur. Zeker toen de rechtbank – waar John werkt – dichtging. Ik kijk met warme gevoelens terug op het begin van de pandemie, vanwege de lange gesprekken over van alles en nog wat met John en Jean-Marc.’

Gesprek tussen vrienden

Of de grappen daar ook beter van werden? ‘De grappen werden er niet beter of anders van, zou ik zeggen. Normaal gesproken is er tijdsdruk omdat John aan het werk moet. Nu konden we door-ouwehoeren over van alles. Over onszelf en de onzen, of over maatschappelijke fenomenen zoals misinformatie, radicalisering, wetenschap, kunst. De grap was dan altijd al klaar. Dat praat ook veel ontspannender. Heel af en toe kwam het voor dat we gaande het vrije gesprek op iets beters kwamen. Maar meestal was het gewoon een gesprek tussen vrienden.

‘Soms zijn we ontzettend tevreden over wat we maken. Het fijne van corona voor grappenmakers is dat de context bij iedereen bekend is, en de context maakt de grap. Als je een grap maakt in een context die maar weinig mensen kennen, dan krijgt de grap het moeilijk. Maar bij corona weet iedereen waarover je het hebt. Dat neemt niet weg dat we het af en toe ook leuk vinden om de intellectueel uit te hangen. Dan moeten sommige lezers maar even googelen, denken we dan. Morgen beter.’

null Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Podiumcarrière

Jammerlijke bijkomstigheid van covid-19, voor hem persoonlijk, was dat zijn podiumcarrière er enigszins door in het slop is geraakt. Met mede-Haarlemmer Xander Hubrecht, gitarist van Van Velzen, was Geleijnse zich gaan toeleggen op de kleinkunst. Er stond een optreden op de rol dat tot boekingen in theaters had zullen leiden, maar dat ging dus niet door.

Met als gevolg dat het duo Hubrecht & Geleijnse op het droge aan een fijn maar – qua omvang – bescheiden oeuvre heeft moeten werken: een liedje, uit de vroegste fase van de pandemie, over de worsteling met de prangende vraag ‘Krijg ik het ook?’ Een liedje over de zoon die zijn hoogbejaarde vader slechts achter glas kan treffen (‘Altijd wat afstand, dat zijn we gewend’). Een Kerst-pastiche over de jacht op de allervoordeligste ziektekostenverzekering in de gezelligste tijd van het jaar. Een lied over de (financiële) lasten van vaders die hun kinderen aanmoedigen hun hart te volgen. En, recentelijk, een lied over de elite die zich in geluidsdichte kelders opgewekt verlustigt aan babybloed.

In de privésfeer is corona niet gepaard gegaan met veel verlieservaringen. ‘We zijn veel meer gaan wandelen, de laatste tijd ook met anderen.’ Wat hij wel mist, nu al ruim een jaar, is het handen schudden. ‘Ikzelf geef heel graag handen. Dat heb ik meegekregen in mijn opvoeding. Mijn vader was ook erg van de handen. Ik vind het nog steeds moeilijk om daarvan te moeten afzien. Het voelt tegennatuurlijk. Ik ben benieuwd of de hand terugkomt. Maar mijn moeder is bijvoorbeeld weer heel blij dat ze nu verlost is van dat eeuwige gezoen met Jan en alleman.’

null Beeld Jiri Büller / de Volkskrant
Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

Studententijd

Zijn kinderen – twee van hen studeren elders, de jongste woont nog thuis – hebben beduidend meer onder corona te lijden dan hij. ‘Dat ze niet naar de kroeg kunnen, is echt een gemis. Daar hoor je toch een deel van je studententijd door te brengen. Juist al die flauwekul naast je studie is belangrijk. Zelf ontdekte ik toen mijn bestemming als creatieveling, eigenlijk nogal onverwacht. Ik kon heel goed grappige dingen nazeggen en uit mijn hoofd leren, maar zelf grappen maken had ik nog nooit gedaan. Daar kreeg je in je studentetijd alle gelegenheid voor. Aan de andere kant: bandjes komen altijd uit dorpen waar geen reet te doen is. En kunst in dictaturen bloeit ondergronds, dus misschien levert corona in die zin nog wel iets moois op.’

De gezeglijkheid van de Nederlander tijdens de lockdowns en de huidige avondklok is hem alleszins meegevallen. Of tegengevallen, het is maar hoe je het bekijkt. Geleijnse zelf voelde zich wel prettig onder de hoede van een premier die het zelf ook niet allemaal wist. ‘De Chinese krachtpatserij past niet bij ons. China bestrijdt corona zoals het hogesnelheidslijnen aanlegt: elke dag tientallen kilometers erbij. En zo ging het ook met corona: hoe snel krijgen wij die pandemie onder de duim bij anderhalf miljard mensen?’

Of corona een permanente gedragsverandering teweeg zal brengen? ‘Laat ik zeggen dat ik het hoop. In Haarlem had ik vanuit mijn huis altijd een prachtig uitzicht op de vliegtuigen die achter de Sint Bavo langs vlogen. Daarvan is misschien nog 10 procent over. Ikzelf neem mij voor om geen goedkope citytrips meer te maken, maar ik sluit niet uit dat ik ooit wel weer tegen dat voornemen ga zondigen. Hypocrisie is tenslotte de meest menselijke van alle menselijke eigenschappen. Maar met de trein kun je ook een heleboel leuke dingen doen, en je hoeft echt niet zo ver. Zo staat Culemborg al heel lang op mijn lijstje van plaatsen waar ik nog eens naartoe wil.’

Meer over