Analyse

Hoe Leidse onderzoekers het vaccin ontwikkelden dat deze week waarschijnlijk groen licht krijgt in Europa

De eerste Janssen-vaccins worden zaterdag toegediend in Thornton, Colorado in de VS.  Beeld Getty
De eerste Janssen-vaccins worden zaterdag toegediend in Thornton, Colorado in de VS.Beeld Getty

En toen was daar opeens ‘Janssen’: een voor de meeste mensen nog onbekend bedrijf, dat schijnbaar vanuit het niets een veelbelovend coronavaccin op tafel toverde. Deze week wordt het ‘Leidse vaccin’, zoals het is komen te heten, naar verwachting goedgekeurd voor Europa. Hoe is dat tot stand gekomen?

1 De vondst

Daar, die kleine bubbeltjes, dat moeten ze zijn. Ga op zoek naar wat er nu precies zo Nederlands is aan het ‘Leidse’ vaccin dat naar verwachting deze week wordt toegelaten tot de Europese markt en dit is wat je vindt: microscoopfoto’s van een soort geel schuim, dat nog het meest doet denken aan bubbelend bier.

De bubbels, dat is waar het bij het heerlijk helder vaccin van eigen bodem om draait. Het zijn cellen. Menselijke netvliescellen, om precies te zijn. Afkomstig van een onbekende donor, die ergens in de jaren tachtig een abortus onderging en daarbij toestemming gaf het embryo in te zetten voor onderzoek. De bubbelende cellen zijn, in de meest letterlijke zin, daarvan de nakomelingen.

Het waren hoogleraren Lex van der Eb, Dinko Valerio en Rob Hoeben die wat geïsoleerde cellen uit het embryo ombouwden tot wat ze vandaag zijn, door hun genetische bouwplan stap voor stap met virussen om te programmeren. Totdat de cellen een ‘cellijn’ waren geworden, een familie genetisch identieke cellen die oneindig kunnen vermeerderen, zonder ooit te verouderen.

Heineken-bier. Goudse kaas. Hollandse nieuwe. En ‘PER.C6’, zoals de cellijn heet, voluit ‘Promoter E1 Retinoblasts Clone 6’. De ideale productiefabriekjes om allerlei biologische stoffen te maken, schreef het team in 1998 in vakblad Human Gene Therapy. Antistoffen. Geneeskrachtige enzymen. Of, een van de andere werkpaarden waaraan het team destijds werkte: simpele, genetisch uitgeklede verkoudheidsvirussen genaamd adenovirussen.

‘Het mooie van PER.C6 is dat we er stabiele adenovirussen mee kregen, die niet meer terug veranderden in het wildtype. Dat was daarvoor nogal een probleem’, vertelt Hoeben (LUMC). ‘Daarbij is het een heel mooie, robuuste cellijn, makkelijk en vriendelijk in de omgang. Andere cellijnen geven nogal eens gedoe: er ontstaan klontjes, of de cellen trekken het niet. Maar deze cellijn kan iedereen kweken met zijn ogen dicht.’

En in combinatie met adenovirussen vormden de onsterfelijke Leidse netvliescellen al helemaal een powerkoppel. Programmeer het virus met een of andere genetische eigenschap, vermeerder hem in de PER.C6-cellen en je hebt een stabiele ‘vector’, een virus dat genetische instructies kan afleveren in het lichaam.

Zoals de instructie: ‘Maak een stukje ebolavirus aan, zodat het lichaam het echte ebolavirus leert te herkennen en er afweerstoffen tegen aanmaakt.’ Zo ontstond het ebolavaccin van Janssen dat in juli vorig jaar werd goedgekeurd in Europa. Of deze: ‘Maak de stekels van het coronavirus aan, zodat het lichaam immuniteit opbouwt tegen het coronavirus.’

Dat werd het coronavaccin dat deze week voorligt ter voorlopige noodgoedkeuring in Europa. Al vanaf half januari, voordat duidelijk werd dat het coronavirus een pandemie zou veroorzaken, was men bezig met de ontwikkeling, aldus het bedrijf. Vanaf eind januari kreeg het project hoge prioriteit.

Een onderzoeker in het laboratorium van Janssen in Leiden.  Beeld AP
Een onderzoeker in het laboratorium van Janssen in Leiden.Beeld AP

2 Het bedrijf

Ga op zoek naar het bedrijf Janssen en dit is wat je vindt: een handvol nogal anonieme kantoorpanden op een bedrijventerrein langs de A44 bij Leiden, van elkaar gescheiden door strakke rechte wegen met namen als Einsteinweg, Zernikedreef en Goliuspad. Waar men de PER.C6-cellen ooit maakte, daar is men gebleven: achter het Leids Universitair Medisch Centrum, waar een ‘Bioscience Park’ is verrezen, geheel gewijd aan de biotechnologie.

Zakelijk verging het de cellijn uit Leiden zoals het spannende innovaties vaker vergaat: de uitvinding belandde in een maalstroom van bedrijven en bedrijfjes. Van der Eb en zijn oud-promovendus Valerio brachten hun cellen onder in het bedrijf Crucell, samentrekking van ‘crucial cells’, en zelf weer een opvolger van Valerio’s eerdere bedrijf Introgene. Waarna het bedrijf in 2011 uiteindelijk werd opgekocht door Johnson & Johnson.

Van der Eb, Valerio en oud-ceo Ronald Brus hebben nog geprobeerd het bedrijf voor Nederland te behouden, onthulden de drie afgelopen januari in een opmerkelijk interview in Het Parool. Tussen 2001 en 2009 flirtte Brus hevig met het uit het RIVM afgesplitste staatsvaccinbedrijf het NVI, in de hoop op een partnerschap.

Dat viel tegen. ‘Ik kon indertijd nauwelijks geloven dat ik in mijn gesprekken met het RIVM niet te maken kreeg met een vakman of vakvrouw, maar met Hans Pont, een ex-vakbondsleider die aan het einde van zijn carrière de leiding over het RIVM had gekregen’, aldus Valerio tegen Het Parool. ‘Die wilde duidelijk zijn rustige baantje niet laten verstoren door een ondernemend initiatief.’

Einde van het liedje: het NVI werd in 2009 gedeeltelijk verkocht aan het Serum Institute in India. Twee jaar later ging Crucell voor 1,75 miljard euro naar Johnson & Johnson, dat zo een complete onderzoekstak voor vaccinontwikkeling in huis haalde. Jammer, natuurlijk. ‘De overheid heeft dit toch een beetje laten lopen’, zegt de Leidse hoogleraar vaccinontwikkeling Gideon Kersten. Maar aan de andere kant: ‘Ik vraag me af of je wel zonder grote industriële partner kunt. Die hebben de ervaring, de productiecapaciteit, het geld om grote onderzoeken op te zetten.’

‘De wereld verandert. Je kunt dit moeilijk binnen de landsgrenzen houden’, vindt ook Hoeben. ‘De vaccins van Oxford en Rusland gaan ook de hele wereld over. Zo lopen die dingen nu eenmaal.’

Een beetje vreemd is het wel: in de hal van Janssen prijkt nu niet de beeltenis van Valerio of Van der Eb, maar die van Paul Janssen (1926-2003), een beroemde Belgische farmaceut die sinds de jaren vijftig in zijn laboratorium in Beerse meer dan tachtig medicijnen ontwikkelde. Terwijl Janssen zelf nooit voet heeft gezet in de Leidse gebouwen waarop zijn naam prijkt (al heet één pand het ‘Valeriogebouw’). Maar ook hier is de achtergrond zakelijk. Janssen is sinds 1961 onderdeel van Johnson & Johnson. Geen wonder dat de farmaceut in 2014 ook Crucell omdoopte tot Janssen. Vanuit Amerika gezien liggen Beerse en Leiden immers zowat naast elkaar.

‘Nogal wat mensen denken dat Janssen een verbastering is van Johnson’, zegt moleculair viroloog Marjolein Kikkert (LUMC). ‘Maar het is puur toeval.’

De eerste Janssen-vaccins worden verwerkt in Shepherdsville, VS. Beeld Reuters
De eerste Janssen-vaccins worden verwerkt in Shepherdsville, VS.Beeld Reuters

3 Het vaccin

Het zit in die stekels. Ga op zoek naar de typische ‘Janssen-afdruk’ van het nieuwe vaccin en dit is wat je vindt: de vernuftige manier waarop de stekeltjes waarvoor het vaccin codeert zijn afgewerkt.

Net als veel andere coronavaccins zorgt de prik van Janssen ervoor dat onze lichaamscellen de stekels van het coronavirus gaan aanmaken, zodat onze afweer erop kan oefenen en het virus leert kennen. Maar de details van die stekels, daarvan kunnen kenners zoals Kikkert behoorlijk lyrisch worden. ‘Ze hebben echt heel goed nagedacht hoe je dat spike-eiwit zó presenteert dat de afweer het goed herkent. Met een aantal moleculaire trucs, om het stabieler te maken.’

Zo staan de virusstekels die het vaccin van Janssen opwekt afgesteld in de stand die ze hebben voordat het virus een lichaamscel infecteert. Het idee daarachter is dat het afweersysteem straks het coronavirus in zijn meest ‘pure’ vorm herkent, als het net het lichaam binnenkomt. Ook heeft men de stekels stabieler gemaakt, door een bouwsteen te vervangen. ‘Dit is echt: de diepte in’, zegt Kikkert. ‘Ze hebben net die paar stappen extra gezet die je nodig hebt om een écht goed vaccin te krijgen.’

Een bedrijf dat nauw verbonden is gebleven met de wetenschap: zo kennen ook anderen Janssen, dat in de Leidse wandelgangen nog altijd veelvuldig Crucell wordt genoemd. ‘Je merkt dat het is opgericht door mensen van de universiteit’, zegt Kersten. ‘Veel van onze studenten gaan er werken’, vertelt Kikkert. ‘De binding met de academie is altijd heel sterk geweest.’

Dynamisch en flexibel, zijn de woorden die vallen als het gaat om Janssen. ‘Andere farmaceuten hebben nog wel eens zoiets van: hiermee gaan we door, dit is nu eenmaal wat we doen’, schetst Hoeben. Niet Janssen: ‘Ze zijn begonnen in de gentherapie, maar hebben op een gegeven moment gezegd: nu gaan we meer focussen op vaccins, daar zien we een belangrijke markt. En achteraf gezien heeft dat ontzettend goed uitgepakt.’

Een tikkeltje idealistisch, ‘een goede club, die niet alleen maar uit is op winst’: ook dat typeert het bedrijf, vindt vaccindeskundige Ben van der Zeijst. Natuurlijk, alle farmaceuten hebben de mond vol van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Maar Janssen maakt zijn aan Paul Janssen ontleende motto ‘het is vijf voor twaalf, we zijn al laat, de patiënten wachten’ ook echt waar, is Van der Zeijsts indruk. ‘Dit is toch een bedrijf dat aan de gang gaat met ebola, zika, westnijlvirus. Dat tekent ze.’

Mooi verhaal: die keer, zes jaar geleden, toen topman Paul Stoffels op werkbezoek was. De Vlaming kreeg te horen dat men al flink op dreef was met het ebolavaccin, en dat men het al in maart 2015 wilde testen. Waarop Stoffels, die als jonge arts in Afrika hiv en infectieziekten onderzocht, zei: ‘Maart volgend jaar? Ik wil het al in december 2014!’, zo rakelden wetenschappers die erbij waren achteraf op in Elsevier.

Al is het natuurlijk geen liefdadigheidsinstelling. Zoek achter Janssens beslissing om het coronavaccin in eerste instantie tegen kostprijs ter beschikking te stellen geen al te verheven motieven, zeggen kenners. ‘Er komt ook een wereld na de pandemie’, zegt Van der Zeijst. ‘Het zou best kunnen dat er straks om de zoveel tijd een herhalingsvaccin nodig is, net als bij de griep. Dat maakt dit een interessante markt.’

‘Misschien dat we inderdaad, net als de tegen de griep, een jaarlijks coronavaccin nodig gaan hebben’, reageert Janssen schriftelijk op vragen van de Volkskrant. ‘Maar dat zal dan een ander vaccin zijn dan het huidige. Laten we niet op de zaken vooruitlopen en eerst de pandemie wereldwijd bestrijden. Daaraan hebben we nu onze handen vol.’

Spannend wordt het inderdaad, want zo heel denderend zijn de eerste resultaten niet. Hoofd vaccinontwikkeling Hanneke Schuitemaker schrok een beetje, toen ze voor het eerst hoorde dat Janssens vaccin na tests op 45 duizend proefpersonen ‘maar’ 66 procent werkzaam was tegen corona, zo zou ze bij praatprogramma Jinek toegeven. Bovendien blijkt het vaccin in Zuid-Afrika slechts 57 procent van de coronabesmettingen te voorkomen. Dat is een sterke aanwijzing dat het vaccin minder goed beschermt tegen de gemuteerde Zuid-Afrikaanse variant, B.1.351.

Daar staat tegenover dat het vaccin in de VS betere cijfers haalde – 72 procent bescherming – en dat het vaccin van de ernstige ziektegevallen 85 procent voorkomt. Ook drong tot de onderzoekers door dat er van de gevaccineerden niemand in het ziekenhuis was beland of was overleden. Een succes, dat meteen een van de belangrijkste uithangborden werd van het vaccin.

En dat, letterlijk, voor een prikkie, want Janssen mikt erop dat het vaccin maar eenmalig hoeft te worden toegediend. Dat is een belangrijk pluspunt tijdens een pandemie, waarin vaccins schaars zijn en men vaak moet improviseren met de logistiek. ‘Even was het: 66 procent, wat is hier gebeurd’, zoals Schuitemaker bij de bekendmaking zei. Hangende de toelatingsprocedure mag ze de pers niet meer te woord staan. ‘En dan ga je nadenken: wat hebben we onszelf ook alweer ten doel gesteld? We wilden één prik. En op basis van onze modellen was 70 procent bescherming al een heel goed uitgangspunt om controle te krijgen over de pandemie. In Amerika zitten we daarboven.’

‘Door de bank genomen zien de cijfers er goed uit’, vindt ook de Amerikaanse farmablogger Derek Lowe, die de ontwikkeling van de coronavaccins op de voet volgt. ‘Ik zou zeer verbaasd zijn als het niveau van werkzaamheid dat we hier zien niet een sterk effect heeft op de overdracht.’

Als het coronavaccin van Janssen, naar verwachting donderdag, wordt goedgekeurd voor Europees gebruik, zal dat in elk geval menig Nederlands wetenschapper een rilling van genoegen bezorgen. Eindelijk succes, voor de microscopische bubbels uit Leiden. ‘Dit is, achteraf terugkijkend, toch wel heel erg gaaf’, zegt Hoeben. ‘Zo iemand als Van der Eb heeft zijn hele carrière gewijd aan hoe adenovirussen cellen kunnen veranderen. En nu zie je dat het leidt tot toepassingen die niemand had voorzien, maar waaraan we nu opeens grote behoefte hebben.’

Janssen en Janssen

Ruim tweeduizend werknemers, van wie de helft werkzaam in onderzoek en ontwikkeling: dat is de voet die Johnson & Johnson in Nederland aan de grond heeft. Het bedrijf heeft vier Nederlandse onderdelen: het vermarktingsbedrijf van geneesmiddelen Janssen-Cilag in Breda, en in Leiden behalve Janssen Vaccines & Prevention het bedrijf Janssen Biologics (voor biofarmaceutische geneesmiddelen) en een onderdeel van de groep ‘World Without Disease Generator’. Achter die wonderlijke naam gaat een onderzoeksgroep schuil die zich bezighoudt met preventie en vroege opsporing van ziekte. Ruim honderd kilometer zuidelijker, in het Belgische Beerse, heeft J&J intussen nog eens meer dan vijfduizend mensen aan het werk, op de ‘innovatiecampus’ van het oude Janssen Pharmaceutica.

null Beeld
null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over